De grote poppenspeler in deze poppenkast

Voor sommige mensen lijkt strenger straffen een doel op zich – niet om misdaden te voorkomen, niet om de wereld te verbeteren, niet als betreurenswaardige consequentie van een betreurenswaardig incident, nee, gewoon strenger straffen.

Zo vond een lid van de Tweede Kamer het onlangs geen goed idee dat juweliers de deur van hun zaak gesloten houden voor verdachte jongemannen. Van het voorkomen van misdaden moeten we het niet hebben, zei hij. „Het kabinet komt met zwaardere straffen, daarin zit de oplossing.”

Tegenover dit gretige achterafdenken staat het beschavingsideaal van onderzoekers die proberen om mensen vooraf op het rechte pad te brengen. Het Rathenau Instituut publiceerde onlangs een bundel, Van vergeetpil tot robotpak, over mensverbeteringstechnieken. Dit zijn technologieën die het individu bijschaven, om de samenleving veiliger en welvarender te maken. Daarbij valt niet alleen te denken aan het temmen van criminelen en terroristen met Omega-3 en neurofeedback, maar vooral ook aan het fatsoenlijker en productiever maken van alle burgers. Vanzelfsprekend stelde het rapport met nadruk de vraag of dat eigenlijk wel mag – of de overheid zulke technieken mag inzetten om de samenleving te beheersen.

Toen filosoof Peter Sloterdijk in 1999 dezelfde vraag stelde, in zijn lezing ‘Regels voor het mensenpark’, leidde dat nog tot wereldwijde commotie. Sloterdijk had erop gewezen dat de mensheid zichzelf van oudsher temde, via opvoeding, onderwijs en cultuur. Na 1945, zei hij, was die humanistische aanpak in onbruik geraakt. De massamedia remden de mens niet langer af in zijn natuurlijke driften. Ze moedigden de ontremming juist aan. Moest de mensheid zichzelf dan maar in de greep zien te krijgen met behulp van nieuwe technieken? Het kon best zijn dat genetische ingrepen de plaats zouden innemen van de schoolopleiding.

Zoals gebruikelijk in de wereld van opinie en commentaar kreeg Sloterdijk indertijd het verwijt een fascist te zijn. Intussen holde de wetenschap natuurlijk gewoon door. De vragen die hij had opgeworpen, werden steeds relevanter.

Inmiddels is het zelfs heel modieus om de mens te zien als een strikt biologisch wezen, een klomp materie waarvan je het gedrag kunt beïnvloeden via brein en genen. Bij die benadering duiken de fundamentele problemen weer op. Wie is de grote poppenspeler in deze poppenkast? Wie heeft de macht gekregen om al die anderen te beïnvloeden? Op grond waarvan stelt hij zijn doelen vast?

Terecht zei Sloterdijk dat er toch nog zoiets nodig is als ouderwetse Bildung, om te bepalen wat het rechte pad is en in welke richting je de mens en de samenleving stuurt.

Het boek dat het Rathenau Instituut heeft gemaakt, in samenwerking met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie, gaat er niet over dat eugenetica de rol overneemt van onderwijs en cultuur. Wel gaat het grotendeels over materiële beïnvloeding van gedrag, over enhancement – de verbetering van het individu ten behoeve van het collectief, met behulp van psychofarmaca en neurowetenschappelijke technieken als diepe hersenstimulatie en neurofeedback.

De toon van de meeste bijdragen in de bundel is nuchter. Nederlanders staan laconieker tegenover enhancement dan andere Europeanen. De ontwikkeling is er, zeggen de meeste betrokkenen. Maak er dus gebruik van. Zo nieuw is het verschijnsel niet. Mensen gebruiken altijd al technieken en stimulantia om prestaties te verbeteren – koffie en viagra, uppers en downers, brillen en gehoorapparaten. Het is dus ook niet zo erg om van mensen te vragen dat ze een pil slikken tot nut van het algemeen.

Toch zijn er ook twijfels. Het belangrijkste praktische probleem is dat we vooralsnog de gevolgen niet kunnen overzien van de jongste technologische ingrepen. Het kan best zijn dat mensen verslechteren van al dat verbeteren – dat we hen verschlimmbessern met ingrepen in hun brein . Bovendien zijn er de ethische kwesties. Mogen we mensen bijvoorbeeld dwingen om gelukkig te zijn, of om een goed mens te zijn? Ja, zeggen sommige onderzoekers. Mensen hebben de morele plicht om zichzelf te verbeteren. Anderen houden vol dat verbetering moet komen uit ploeteren en niet uit een potje. Doping is in de sport niet voor niets verboden. Zonder ploeteren vervalt de cultuur.

Om al deze dringende, ethische vragen te kunnen beantwoorden, zegt ethicus Inez de Beaufort, zou je eigenlijk een pil moeten hebben, ‘ethisolvatine’. Dat klinkt inderdaad goed. Helaas is die ethisolvatine nog niet ontwikkeld. Daarom zullen we de komende tijd ons oordeel over de nieuwe mogelijkheden nog ouderwets moeten bepalen langs de humanistische weg van het praten.

Wel valt al te voorspellen dat de overheid in toenemende mate zal ingrijpen in ons lichaam en in onze geest, zoals het parlement ons – omwille van het eigen imago – steeds harder zal willen straffen.

Geloof me. Als u denkt dat wij in losbandige tijden leven, hebt u te weinig fantasie.