97-jarige Hongaar vrijgesproken van oorlogsmisdaden in Servië tijdens Tweede Wereldoorlog

Kepiro vanochtend in de rechtszaal van Boedapest, waar hij hoorde dat hij wordt vrijgesproken van oorlogsmisdaden. Foto AFP / Ferenc Isza

De 97-jarige Hongaar Sandor Kepiro is vanochtend in Boedapest vrijgesproken van de verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdaden in Servië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kepiro wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van 1200 mensen.

Vanochtend werd Kepiro vrijgesproken van de aanklacht waarin hij werd beschuldigd van het geven van het bevel voor het vermoorden van vier mensen tijdens een razzia in de stad Novi Sad in Servië op 23 januari 1942. Hij werd ook vrijgesproken van betrokkenheid bij de dood van ongeveer dertig mensen die bij de Donau werden geëxecuteerd.

Hongaarse troepen vielen in 1941, toen nazi-Duitsland Joegoslavië bezette, het noorden van Servië binnen, dat tot de Eerste Wereldoorlog onderdeel van Hongarije was. In razzia’s door Hongaarse troepen werden naar schatting 800 Serviërs en 400 Joden gedood. Kepiro werd in 2006 voor het eerst aangeklaagd door nazi-jagers van het Simon Wiesenthal Centrum, voor wie Kepiro een van de belangrijkste nog levende vermeende oorlogsmisdadigers is.

Kepiro zelf heeft altijd ontkend verantwoordelijk te zijn geweest voor de dood van de honderden Serviërs en Joden. Hij stelt juist geprobeerd te hebben de levens van een Servisch-Joodse familie uit Novi Sad te redden. Verder bewijs voor zijn onschuld zou een veroordeling voor ongehoorzaamheid zijn door een militaire rechtbank in 1944.