Theresa haat gerbera’s

Eva is in de war. Dus je bent niet van de taartenwinkel? Ik schud nog een keer mijn hoofd. Ik sta in de grote tuin van Eva’s zus, Theresa. Via via hoorde ik over de surprise party die hier voor haar georganiseerd wordt. Sorry, zucht Eva, het is chaos hier en ik zit maar op die taart te wachten. Een lange kale man komt aanlopen, hij kijkt gestresst. Eva moet meekomen, verder met het lied. Nog voor ik iets kan zeggen haasten de twee zich naar het keyboard naast de vijver.
Overal om me heen zijn mensen bezig. Er worden ballonnen op stoelen geplakt en bloemen in vaasjes geprikt. Er heerst een uitgelaten sfeer, er wordt gegiecheld, gegrijnsd en gessstttt! Een blonde vrouw gilt een paar keer hysterisch dat ze Theresa in de voortuin hoort. Lacherige paniek. In alle drukte vraagt niemand mij wie ik nu eigenlijk ben.
Ik krijg jolige klopjes op mijn schouders en samenzweerderige blikken toegeworpen. We zitten samen in dit complot, ik hoor erbij. Misschien denken ze dat ik een onbekende vriendin van het feestvarken ben. Ongemakkelijk, maar ik durf het gevoel van gezellige saamhorigheid niet te doorbreken.

Een dikke vrouw in een grote rode jurk stoot me aan. Te gek hè? Als iemand dit verdient is het Theresa. Ze heeft zo moedig gestreden. Een schuldgevoel bekruipt me. Ik ben een indringer tussen deze fantastische vrienden van Theresa die moedig tegen iets gestreden heeft en nu de aandacht en liefde krijgt die ze verdient. Ik vraag me af of ik hier ongemerkt weg kan komen. Te laat: we horen Theresa, nu echt. Iedereen houdt zijn adem in. Een man met een klein snorretje knijpt zenuwachtig in mijn arm. Stel je voor, fluistert hij opgewonden, dat gezicht straks! Ik probeer mezelf zo onzichtbaar mogelijk te maken. Trek mijn hoofd tussen mijn schouders.

Theresa komt de tuin in. Ongeloof op haar gezicht. Surprise! roepen we. Ze huilt. Bijna iedereen huilt mee. Ik trek een treurig gezicht om niet teveel uit de toon te vallen en voel dat ik rood word. Eva en de kale man zetten een lied in op de melodie van ‘I did it my way’. Snorremans naast me drukt me de tekst in handen. ‘Oh oh Therees, wij dragen jou, door alle diepten en de dahahalen.’ Theresa lacht door haar tranen heen. Dan vangt haar blik de mijne. Verbazing glijdt over haar gezicht.


Ben ik je vergeten? vraagt ze als na het lied iedereen richting het lopend buffet snelt. Ze ziet er vriendelijk uit. Rond, blond, met rode wangen. Nee, zeg ik, terwijl ik mezelf probeer te laten verdwijnen, ik ben niet uitgenodigd.

Dus ik ken je niet?
Ik schud mijn hoofd.

Theresa kijkt nu nog verbaasder dan net. Ik zeg dat ik onuitgenodigd langs feesten ga, dat ik me normaal gesproken voorstel en vraag of ik mee mag doen maar dat het nu misging omdat niemand me vroeg wat ik hier kwam doen en ik er plotseling middenin zat. Ik wil nog iets zeggen maar ik weet niet zo goed wat. Theresa weet het ook niet. Wat wil je? vraagt ze, na een te lange stilte.  

Ik zeg dat ik wil weten of ik welkom ben of onwelkom.
Ze kijkt me aan. Geen idee wat ze nu denkt.
Zenuwachtig graai ik de bloemen die ik voor haar meebracht uit de plastic tas. Ze glimlacht. Ik haat gerbera’s. Sorry, mompel ik.

Misschien dat ze me zielig vindt, of raar, of ergens toch een beetje leuk. Hoe dan ook, ik mag blijven. Als je die lelijke bloemen maar weer mee terug neemt.