Cavendish

Ze zeggen dat hij oneerlijk de bergen over komt. Hij is geen klimmer; het kleine driftige mannetje moet snel lossen als de weg omhoog voert en laat zich dan terugzakken. Ploeggenoten moesten er gisteren voor zorgen dat hij nog op tijd binnenkwam, zodat hij vandaag überhaupt mocht starten. Hij hangt bergop vaak achter auto’s als de camera hem niet in de smiezen heeft.

In sprints duwt hij, trekt hij en snijdt hij af. Eerst zit hij samengevouwen achter zijn stuur terwijl anderen het werk voor hem doen. Hij wordt aan de finish van elke etappe door Mark Renshaw afgezet met de overwinning alvast in zijn handen, als laatste man in een estafetteploeg die al een flinke voorsprong heeft opgebouwd. Hij hoeft niets anders te doen dan het stokje over te pakken. En hard fietsen - maar dat is hij toch al aan het doen.

Verliest hij alsnog, dan maakt hij misbaar. Dan is het de schuld van tegenstanders, of de organisatie, of de jury.

En toch is het erg lastig een hekel te hebben aan Mark Cavendish.