Winstalarm zegt: licht dooft in de economie

Bij een crisis op de Europese en Amerikaanse huizenmarkt denk je niet meteen aan Philips. Toch was de slappe huizenmarkt een van de argumenten voor Philips’ winstalarm in juni. De nieuwe (per 1 april) bestuursvoorzitter Frans van Houten gaat de teleurstelling maandag zelf uitleggen bij de publicatie van de resultaten van het tweede kwartaal.

Het alarm roept drie vragen op. Hoe kan dit gebeuren? Wat zegt dit over de economie? Wat is de betekenis van het alarm voor de strategie van Philips?

Hoe kan dit? Natuurlijk, de opgeblazen prijzen op de huizenmarkten in landen als de VS, Groot-Brittannië, Spanje en Ierland zijn doorgeprikt. Europa is de kernmarkt van de lichtdivisie. Ook hier dalen de huizenprijzen. Maar in Duitsland, om maar eens een Europees lichtpuntje te noemen, is van een prijsdaling geen sprake. De huizencrisis betekent dat nieuwbouw op een dieptepunt ligt: voorraad genoeg. Minder nieuwbouw, minder lampen, tegenslag voor Philips als ‘s werelds marktleider.

Dat zou plausibel zijn, als de winstwaarschuwing niet zo plompverloren was. De lichtdivisie was vorig jaar de kleinste (7,55 miljard euro omzet) van de drie divisies, maar is traditioneel uitstekend én stabiel winstgevend (2010: 695 miljoen euro bedrijfresultaat). In zijn recente jaarverslag memoreert Philips wel dat de huizen- en kantorenmarkt zwak is, maar in het eerste kwartaal van dit jaar lopen de groeicijfers van de lichtdivisie al weer op. Is Philips vergeten genoeg te investeren in zijn oerkracht? Geld bespaard met weinig reclame?

Dat soort missers maken managers doorgaans om een inzakkende winst nog te redden, maar hier is iets anders aan de hand. Het winstalarm klinkt als een luider algemeen economisch alarm. De omzetcijfers van multinationals als Philips lopen gewoon vooruit op de officiële statistieken. De boodschap is: de vaart loopt uit het economisch herstel, een herstel dat zeker in Noord-Europa is aangejaagd door de export, naar groeicentra als China bijvoorbeeld.

Waarom? De Europese burger ziet week in, week uit de onmacht van Europese regeringsleiders om de schuldencrisis te beteugelen. Als werknemer heeft hij de gevreesde kaalslag op de banenmarkt overleefd. Maar als belastingbetaler voelt hij wel dat hem gevraagd wordt de rente en aflossing op de schuldenberg te betalen. En als consument handelt hij daarnaar: hand op de knip, grote investeringen, zoals een huis kopen, liever uitstellen, tenzij bijvoorbeeld een nieuwe baan tot verhuizen noopt.

Afgezien van het dwaallicht in het tweede kwartaal en de staat van de economie, is het winstalarm ook een teken aan de wand voor de top van het bedrijfsleven. Philips heeft zichzelf met name door de verkoop in 2006 van de halfgeleiderdivisie (NXP, waar Van Houten vroeger leiding gaf) ingekrompen tot een meer compacte en meer voorspelbare onderneming. Geen grillige pieken en dalen van de technologische conjunctuur meer, met zijn snelle wisselingen door halfgeleiders, chipmachines en elektronica.

De voorspelbaarheid moest beleggers plezieren. Nu is duidelijk dat Philips wel kan proberen de technologische conjunctuur buiten te sluiten, maar dat de getijdewisselingen van de economie blijven bestaan. Niemand is immuun voor de conjunctuur. Leer liever de pieken en de dalen van de conjunctuur te beheersen, zoals chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven.

Het streven naar voorspelbaarheid staat haaks op de grilligheid van economie en ondernemen. Beleggerswensen zijn een slechte leidraad voor de bedrijfsstrategie.

MENNO TAMMINGA