Wat Gesink voelt, kan niemand anders voelen

Robert Gesink (25) gold als kanshebber voor het Tourpodium en de witte trui. Maar met hoeveel zekerheden ging hij naar Frankrijk?

Achteloos deed wielerlegende Eddy Merckx zijn voorspelling, toen Robert Gesink in februari schitterde in de Ronde van Oman. „Hij kan dit jaar al de Ronde van Frankrijk winnen.”

Mooi compliment, vond Gesink, beleefd als altijd. Verder kon hij er niet veel mee. Waarop was de mening van de Kannibaal, vijfvoudig Tourwinnaar, gebaseerd? Hoge verwachtingen kon de Rabo-kopman missen als kiespijn. En het ging hooguit om een gevoel van iemand buiten de eigen kring, op basis van een bergje en een tijdrit. Cijfers op de SRM-meter, die aangeeft met hoeveel kracht een renner op de pedalen duwt, dat zijn pas feiten. Daar kun je wat mee.

Gesink (25) gaat dit jaar de Tour niet winnen. Noch haalt hij het podium in Parijs of de witte trui voor de beste jongere. Een harde val in de vijfde etappe achtervolgde de magere klimmer, die door zijn ploeg voor het eerst was aangewezen als absolute kopman in de Tour. Na een zwaar weekeinde, waarin hij dicht bij opgeven was, brak het lijntje op de Tourmalet, waarop hij vorig jaar nog met de besten mee reed. „Robert vertelde dat het pijn lijden hem te veel moeite kostte”, vertelde ploegleider Adri van Houwelingen na afloop. Allemaal door die ellendige val. Botte pech?

Wat Gesink zelf voelt, kan niemand anders voelen. Niet hoe de pijn van de val hem fysiek belemmert bij het fietsen. Niet in hoeverre mentale factoren een rol spelen: het overlijden van zijn vader bij een ongeluk op de mountainbike in oktober 2010, of in positief opzicht de zwangerschap van zijn vriendin. Bij zulke ingrijpende gebeurtenissen ligt na tegenslag als een valpartij de relativering op de loer. Dat kan een topsporter er in de zwaarste sportwedstrijd ter wereld nou juist niet bij hebben. Relativeren is dodelijk, twijfel een logisch gevolg. Wat doe ik hier nog in deze lichamelijke toestand, waarom zou ik verder afzien?

Gesink en zijn trainer Louis Delahaye zweren bij getallen. „In de tweedeling gevoel en getal kiezen wij voor het laatste”, zei de voormalige triatlonbondscoach in de aanloop naar de Tour. De renner haalt zijn zekerheden veelal uit het getal. Een uur lang een vermogen van 400 watt getrapt in een tijdrit in de Dauphiné Libéré? Dat moet gezien de trainingsopbouw en hoogtestages straks aan het einde van de Tour nog zeker 30 watt beter kunnen. „En dan houdt Robert er veel achter zich”, zei Delahaye toen.

Maar echt zekerheid heeft een wielrenner alleen als hij een rugnummer opspelt en koerst. De uitslag is zwart op wit: sinds de Ronde van Oman en Tirreno-Adriatico, waarin Delahaye voor het eerst dacht dat Gesink misschien wel de beste renner ter wereld was, leverde hij geen topprestaties meer. De bergritten in de Dauphiné gingen goed, niet super. Op het NK viel Gesink uit na een harde tempoversnelling. En in de Tour moest hij op de korte en steile Mûr-de-Bretagne, in goeden doen een van zijn specialiteiten, een paar seconden toegeven op de meeste concurrenten. Met hoeveel zekerheden ging Gesink naar de Tour?

Laurens ten Dam, de beste Raborenner in Frankrijk, koos er dit jaar juist voor om meer naar zijn gevoel te luisteren, minder strak te leven en meer wedstrijden te rijden. „Laurens zit in een andere fase van zijn carrière”, zegt Gesink, op zichzelf terecht. Maar het blijft een prikkelende gedachte voor de soms kwetsbaar ogende klimmer: ietsje losser, wat meer koersen, genieten van het spelletje. Wielrennen is meer dan bergop 500 watt kunnen trappen.

In de voorlaatste rit van de Ronde van Zwitserland gaf de ploeg van Leopard-Trek vol gas op het moment dat kanshebber Bauke Mollema lek reed. Om de Raboploeg, vol veelbelovende klimmers, even op de plaats te zetten? De Rabo’s ogen deze Tour saamhoriger dan de afgelopen drie jaar. Maar een machtsfactor in het peloton is een van de duurste ploegen nog altijd niet. In 2008 werd flair met wortel en tak uitgeroeid, met het nooit door de ploegleiding verklaarde afscheid van Michael Boogerd en Thomas Dekker. Het wachten is in dit opzicht op Lars Boom, die gisteren geblesseerd uitviel en in het peloton nog niet de status van leider heeft.

Gesink zelf is qua aanwezigheid geen uitblinker. Er is in Nederland waarschijnlijk geen sporter die er zoveel voor doet en laat als hij, maar publieke waardering? Internationaal moest de in Engels en Duits welbespraakte Achterhoeker het na zijn inzinking op de Tourmalet doen met drie regeltjes onderaan pagina vijf van L’Equipe. Het pr-beleid van de Raboploeg hapert al jaren. Gesink zelf ergert zich volgens Van Houwelingen meer dan goed voor hem is aan „zijn reputatie van brekebeen, geen winnaar, geen uitstraling”.

Is die reputatie nu bevestigd? „Ik ben nog jong”, stelde Gesink gisterochtend bij de start van de dertiende rit, in Pau. Alweer een droge en juiste constatering van een aartsrealist. En die Merckx had dan misschien geen SRM-files, hij zal er toch wel een beetje kijk op hebben?