Wachten op de nieuwe Hinault

Franse wielerfans hunkeren al jaren naar een Tourwinnaar van eigen bodem. Het geel van Voeckler geeft in elk geval het signaal dat het Franse wielrennen weer meetelt.

De eerste die aankondigde dat Thomas Voeckler zijn gele trui in de Pyreneeën ging verliezen, was de wielrenner zelf. „Ik denk niet dat er een wonder kan gebeuren”, probeerde de Franse wielrenner de verwachtingen te temperen. Maar het wonder gebeurde toch. Voeckler zwoegde donderdag met de klassementsrenners mee naar boven, eerst naar de top van de Tourmalet en toen naar Luz-Ardiden. En ook gisteren in Lourdes behield hij de leiding in het algemeen klassement.

Thomas Voeckler (32) kent de juichende krantenkoppen inmiddels. Sportkrant L’Equipe, die hem na het veroveren van de gele trui op zondag al uitriep tot „de held”, had gisteren „Voeckler, vechtjas” op de voorpagina staan. Le Parisien bestempelde Voeckler tot „de zonnestraal” van het Franse wielrennen. En de nog immer populaire oud-renner Laurent Jalabert noemde Voeckler „een groot kampioen”.

Sinds de laatste Tourzege van Bernard Hinault in 1985 hunkeren de Franse wielerliefhebbers naar een nieuwe Tourwinnaar uit eigen land. En zolang de nieuwe Hinault zich niet aandient, vestigt alle aandacht zich op elk Frans succes. Dat merkte Voeckler zeven jaar geleden ook al. In de vijfde etappe van de Tour van 2004 veroverde de toen nog onbekende renner na een lange ontsnapping de gele trui. Tien dagen lang verdedigde hij de leiding in het algemeen klassement. Een held was geboren.

Christian Guiberteau herinnert zich de Tour van 2004 nog goed. Hij was toen directeur sportif van Brioches La Boulangère, de ploeg van Voeckler. „Plotseling was er die kleine Franse renner die Lance Armstrong van het geel afhield. Zelfs in de Pyreneeënritten hield Voeckler het vol. Zijn populariteit groeide met de dag”, vertelt Guiberteau, die tegenwoordig ploegleider is van het Nederlandse Skil-Shimano. „Maar dat Voeckler de Tour niet zou winnen, dat wisten wij wel.”

De eerste gedroomde opvolger van Bernard Hinault en de vorig jaar overleden Laurent Fignon was Charly Mottet. Hij is oud-drager van de gele trui en werd twee keer vierde in het eindklassement. „Als Fransman in het geel rijden in de Tour is iets geweldigs. Een buitenlander zal nooit hetzelfde voelen”, vertelt de oud-renner bij de start van de dertiende etappe in Pau. „Alle toeschouwers kijken naar je, iedereen moedigt je de hele dag aan. Bij de start, onderweg, bij de finish. Ik vond het schitterend om mee te maken, hoewel het ook veel stress geeft.”

Na Mottet werden nieuwe troonpretendenten benoemd. Laurent Jalabert, Christophe Moreau en Christophe Rinero bijvoorbeeld. Maar ook zij maakten de hoge verwachtingen niet waar. Ritzeges en het bergklassement, dat overigens wel zeven keer werd gewonnen door Richard Virenque, bleken het hoogst haalbare.

Volgens ploegleider Guiberteau worden talentvolle coureurs in zijn land veel te snel op een voetstuk geplaatst. „Jonge Franse renners verdienen veel meer geld dan hun buitenlandse collega’s en krijgen veel aandacht. Dan bestaat het gevaar dat ze daar genoegen mee nemen.”  Bovendien zoeken niet alleen de Franse wielerfans, maar ook de vele Franse profploegen al jaren vergeefs naar de nieuwe Hinault. De concurrentie tussen de ploegen is enorm. Jonge renners die volgens de ene ploeg nog niet geschikt zijn voor de grote wedstrijden kunnen altijd bij een ander team terecht. „Dat systeem doet het wielrennen geen goed”, zegt Guiberteau. Ook is door de globalisering van de sport het niveau in het peloton gestegen. Toprenners uit de VS, Groot-Brittannië en Scandinavië rijden tegenwoordig ook door de Vendée.

En dan is er nog een reden. Jarenlang hebben Franse renners het gevoel gehad dat zij niet kónden winnen. Wielrenner Jean-Cyril Robin sprak in 1999 over „le cyclisme à deux vitesses”, wielrennen op twee snelheden. Met en zonder doping, bedoelde hij. De term klonk jarenlang in de Franse wielerwereld, vooral als er geen successen waren behaald. Oud-renner Mottet stelt dat de strijd nu gelijker is door de strenge dopingcontroles. „Dat is een voordeel voor alle jonge renners.” Guiberteau houdt het erop „dat de nieuwe generatie Franse renners geen last heeft van dat complex”.

Charly Mottet ziet een kentering in het Franse wielrennen. „Wat Voeckler nu laat zien is een belangrijk signaal: de Franse wielersport telt mee.” De belangstelling van de Fransen voor de Tour liep wat terug, maar is er nu ineens weer volop. „Het geel van Voeckler is goed voor de populariteit van de Tour in Frankrijk”, zegt ook Guiberteau.

Met de prestaties gaat het volgens de twee ook goed. „Vorig jaar wonnen we vijf ritten en had Chavanel twee keer de gele trui. Er is dus een duidelijke opleving”, stelt Mottet. Beiden noemen Tour-debutant Arnold Jeannesson, die donderdag de witte trui van het jongerenklassement overnam van Robert Gesink. Mottet: „Ik zie hem in de top-10 eindigen en de Franse revelatie van de Tour worden.” Guiberteau wijst ook op Pierre Rolland, die al de hemel in wordt geprezen door de Franse pers. „Ik hoop alleen dat hij nog een beetje in de luwte van Voeckler kan fietsen, zonder veel druk”. Oud-bondscoach Mottet zegt dat er een sterke generatie bij de beloften aankomt. „De afgelopen jaren werden talenten in de Tour direct voor de leeuwen gegooid, nu is er meer geduld. Ik durf optimistisch te zijn. Binnen vijf jaar heeft Frankrijk weer een Tourwinnaar.”