Voor Spaanse cajas komt woensdag echte stresstest

Vijf Spaanse banken zijn gezakt voor de stresstest die de banktoezichthouder heeft uitgevoerd. Paniek onder rekeninghouders blijft uit. ‘Het loopt wel los.’

Geen rijen bij de pinautomaat. Geen extra drukte aan het bankloket. Geen paniek. Nada. Dat vijf Spaanse banken gisteren zakten voor hun Europese stresstests kon voor Spanjaarden die het nieuws volgden, geen verrassing zijn. Vorige week liet de regering al doorschemeren dat zeker drie en waarschijnlijk een handvol banken niet zouden slagen. Net als vorig jaar, toen er ook vijf Spaanse onvoldoendes vielen.

Op geen enkel moment leidde dit vooruitzicht tot ongerustheid of tekenen van een aanstaande ‘bankrun’. Een man die gisterochtend een filiaal uitliep van Banco Pastor – waarvan begin deze week duidelijk werd dat hij zou gaan zakken – had gehoord van de stresstests. Maar dat zijn eigen bank deze niet zou doorstaan, wist hij niet. En het baarde hem ook geen zorgen. „Dat loopt wel los.”

De regering en centrale Banco de España spraken de afgelopen dagen al sussende woorden. Ze benadrukten dat de Europese Bank Autoriteit (EBA) de provisies die Spaanse banken verplicht aanhouden ten onrechte niet meegerekend heeft als kapitaal. Terwijl de EBA constateert dat de vijf gezakte instellingen tezamen ruim 1,6 miljard euro nodig hebben, ontkent Spanje dat extra geld nodig is. Bovendien is het bedrag een fooi vergeleken met de staatssteun waarmee andere landen hun banken hebben moeten stutten. Zo stak Nederland 4,2 tot 5,4 miljard in ABN Amro.

Ook herhaalde Spanje dat de vijf onvoldoendes een eigen keuze zijn. Madrid koos er vrijwillig voor bijna zijn gehele financiële sector te testen. Dit terwijl in de meeste andere landen alleen de grote nationale banken meededen. Spanje is zo streng voor zichzelf omdat vooral over zijn kleinere regionale spaarbanken (cajas) veel onrust bestaat. Vooral zij zijn geraakt door het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel in het land.

De onrust leidde er voorjaar 2010 toe dat Spanje afgesneden raakte van de geldmarkten. Andere EU-landen, zoals Duitsland, speculeerden openlijk over een reddingsactie voor Spanje. Als tegenzet besloot de regering-Zapatero de andere landen voor het blok te zetten. Spanje zou zijn stresstests openbaar maken, maar de rest van Europa moest ook meedoen.

Toen de onrust toch aanhield, nam Madrid in de tweede helft van 2010 de cajas ingrijpend op de schop. De regering intensiveerde een al lopend proces van saneringen en fusies. En toen ook dit niet het gewenste resultaat opleverde, stelde ze de cajas veel strengere kapitaaleisen in het vooruitzicht. Na de zomer moeten zij hun kapitaalbuffers hebben verhoogd. Ze kunnen hiervoor de beurs op of particuliere investeerders zoeken.

Lukt dit niet, dan worden ze via staatshulp genationaliseerd en na twee jaar doorverkocht. Van de vier gezakte cajas was al langer duidelijk dat hun dit traject wacht. Spanje heeft hiervoor al een herstructureringsfonds opgericht, waaruit tot nu toe 18 miljard euro is geleend en dat opgerekt kan worden tot 99 miljard. Daarnaast krijgen spaarders in Spanje, net als in elk ontwikkeld land, hun tegoeden via een depositogarantiestelsel tot een bepaald maximum terug.

Belangrijker dan de stresstests zijn voor Spanje het welvaren van de overige cajas en de ontwikkelingen in de eurocrisis. De meeste aandacht verdient Bankia, spaarbanken rond de grote Caja Madrid. Zij wil komende woensdag de beurs op. Begin deze week rees de vraag of dit nog haalbaar is nu de spanning in de muntunie zo oploopt. Donderdag kreeg Bankia het bericht dat kredietbeoordelaar Fitch de nieuwe bank een relatief hoge waardering (A-) toekent. En gisteren slaagde ze voor de stresstest.