Plateau de Beille

Winnen op Plateau de Beille betekende wegrijden bij de groep die enkel naar elkaar keek, de groep die de camera’s op zich wist. Dan kun je zelf onderweg zijn naar de overwinning, fietsen voor de mooiste dag van je leven, maar de kijker wil weten wat daarachter gebeurt. Daar fietst de winnaar van de Tour, ergens in dat groepje. Daar fietst een Fransman die langer volhardt dan iedereen voor mogelijk hield. Dus gaat het niet om de jongen die zijn eigen weg kiest.

Winnen op Plateau de Beille betekende je een weg banen tussen supporters, opgefokt omdat ze daar al de hele dag in de Pyreneeën staan te wachten op van pijn vertrokken gezichten. Ze zwaaien met de Spaanse vlag, ze ballen hun vuisten, ze schreeuwen, ze blaffen, ze schelden. Een man rent twintig meter naast je - in zijn blote reet.

Winnen op Plateau de Beille betekende vandaag een Belg zijn, iemand van 26 die het eergisteren al verdiende te winnen, maar toen een Spanjaard moest voorlaten. Het betekende een land in kreukels weer een beetje gladstrijken, misschien nog wel meer dan Philippe Gilbert dat deed in de eerste etappe.

Winnen op Plateau de Beille betekende tot vandaag het winnen van de Tour de France. Misschien is de grootste overwinning van Jelle Vanendert wel dat hij de sterfelijkheid van die traditie bewees.