Pensioenakkoord is onaf

Nu sparen, later genieten, dat is de essentie van pensioen. Nu betalen, hopen dat anderen dat voorbeeld later volgen, is de kern van de AOW. Het pensioen is een spaarvarken, de AOW een doorgeefluik.

De kredietcrisis, de lage rente en de stijgende levensverwachtingen hebben het Nederlandse pensioenstelsel tot bijna brekens toe doen kraken. Miljoenen werknemers en ouderen kregen een bevroren pensioen, tienduizenden een verlaging. De stijgende levensverwachting dwingt tot langer werken: om de AOW en pensioenen soepeler te betalen én om te voorzien in de werkervaring die nodig is in het zicht van de grote vergrijzing van de naoorlogse babyboomers.

Vakbonden, werkgevers en overheid hebben begin juni in klassieke consensus een akkoord gesloten over AOW én pensioenen. Het akkoord is een raamwerk. Dat is de kracht. Op hoofdlijnen zijn afspraken gemaakt over een hogere AOW-leeftijd (naar 66 jaar in 2020), een hogere uitkering en over stabilisering van pensioenpremies die werkgevers en werknemers betalen. Het is een verdienste dat AOW- en pensioenleeftijd later worden gekoppeld aan de stijgende levensverwachting. Nog een pluspunt: expliciete duidelijkheid dat de pensioenen afhankelijk zijn van de resultaten van de beleggingen van het spaarvarken.

Voor sommigen binnen de vakbeweging is dat kennelijk ontnuchterend, maar het is de realiteit. Pensioenen volgen al jaren de financiële trends. Maar tijdige informatie daarover en over de risico’s is nog altijd mager. De kennis over pensioenen is ook bedroevend laag: 72 procent van de werknemers is pensioenanalfabeet, blijkt uit onderzoek van het platform ‘Wijzer in geldzaken’. Het belang van pensioen stijgt, de kennis daalt.

Tegenover de lovenswaardige principiële keuzes in het pensioenakkoord staat belabberde of ontbrekende praktische uitwerking. Kennelijk had bijvoorbeeld niemand van de experts aan de onderhandelingstafel door dat een inkomensval dreigt voor werknemers die straks niet op hun 66ste jaar, maar toch met 65 hun AOW willen ontvangen. In allerijl moest minister Henk Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) het tekort neutraliseren. Andere cruciale voorwaarden moeten nog worden onderzocht (gevolgen voor generaties) of ontworpen (financiële regels voor pensioenwereld). Dit manco klemt des te meer omdat mensen in onderzoeken steeds zeggen dat zij pensioen bovenal associëren met praktische zekerheid.

De vakbeweging legt het akkoord aan haar leden voor. Dat ligt voor de hand, gezien haar onderhandelingsrol en haar bestuursfunctie in de pensioenwereld. Maar het is ook oude politiek, omdat jongeren en gepensioneerden niet of slecht vertegenwoordigd zijn in de bonden.

De vakbeweging is bij voorbaat verdeeld. De christelijke vakcentrale CNV steunt het akkoord, mits meerdere wijzigingen worden doorgevoerd. De bond van kaderpersoneel, MHP, wijst het af.

De leden van vrijwel alle FNV-bonden steunden vorig jaar in een referendum met grote meerderheid de eerste versie van het pensioenakkoord, dat nog steeds de basis vormt. FNV Bondgenoten (marktsector), de grootste FNV-bond, heeft het akkoord vorige week bij de start van zijn referendum met een negatief advies aan zijn leden voorgelegd. Abvakabo (publieke sector), de een na grootste bond en ook kritisch op het akkoord, organiseert na de zomer een peiling.

Het referendum van FNV Bondgenoten stelt gezien de talloze praktische gaten per saldo de vertrouwensvraag: bent u vóór of tegen FNV-voorzitter Agnes Jongerius? Zij heeft leiderschap getoond door het akkoord te steunen. Het pensioenakkoord en daarmee Jongerius wegstemmen, is de toekomst negeren. Maar dit akkoord is niet af: een prima fundering, maar zonder huis. De leden hebben recht op een echte peiling als het dak erop zit.