Palestijnse vrienden

Holland Doc: HomelandNed. 2, 23.00-0.25 uur

Een gescheurde slagader weesGeorge Sluizer erop dat hij snel terug moest zijn. De 79-jarige filmmaker keerde naar de twee Palestijnse families over wie hij in de jaren zeventig en tachtig drie documentaires maakte. In de vierde, Homeland, zie je de regisseur op krukken strompelen door de steegjes van de Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet. Weerzien in tranen met de 92-jarige familievader, die hem als een zoon onthaalt.

Homeland draait om Sluizers woede over de Israëlische behandeling van de Palestijnen, die sinds 1948 van hun geboortegrond worden verdreven. Het emotionele weerzien met de families en Sluizers woede zijn moeilijk van elkaar te scheiden. Homeland is zo persoonlijk dat het moeilijk is om de subjectieve film te beoordelen. „Ik heb partij gekozen voor de Palestijnen’’, zegt Sluizer in het begin van zijn documentaire. „De hele wereld vond dat ze terroristen waren, maar ik wilde ze enige waardigheid geven, bestaansrecht.’’

De film is op zijn mooist in de treurige portretten van de Palestijnse hoofdpersonen. Vroeger hadden zij nog hoop, nu overheerst wanhoop. Maar de vele ontmoetingen van Sluizer met al die Palestijnse vrienden maken de film erg rommelig.

Sluizer is het meest uitgesproken als hij de documentaire afsluit met een fictief ziekenhuisbezoek aan Ariel Sharon, de Israëlische ex-premier die al sinds 2006 in coma ligt. De documentairemaker vervloekt hem: „Misschien was de wereld – vooral de Palestijnen en ik ook – beter af geweest als je omgekomen was in Auschwitz, net zoals de meesten van mijn Nederlandse familie.”

Kris Derks