Onverschillig

Is dit een potentiële klant voor jou?, vroeg Mart tijdens de Avondetappe van donderdag aan psychiater Bram Bakker. Het ging uiteraard over Robert Gesink. Bakker sprak over weinig behulpzame gedachten die in Roberts hoofd tolden. Daar was werk aan de winkel.

Gesinks mentale weerbaarheid, of eerder het ontbreken daarvan, is al een week onderwerp van discussie. Er zijn verzachtende omstandigheden, maar er lijkt een grens aan het begrip. De knal van 18 minuten op Luz Ardiden is gewoon een glashard feit – een teleurstellend feit.

Ik wil het hier graag voor Robert opnemen. Bepaalde tollende gedachten laten zich nog niet door een zak valium tot stilstand brengen. Maar het hebben van een mallemolen in het hoofd is ook een teken van uiterste geschiktheid voor het krankzinnige vak wielrennen. Met andere woorden, het is een talent. In het hoofd van een renner moet het tollen. Grenzeloze ambitie, heet het daar. Robert is een natuurtalent in hoofd en onderstel. En soms, ja, zetten ongunstige onderwerpen zich vast. Op het randje van genialiteit en ravijn is Robert het sterkst en het kwetsbaarst.

Ik herinner me een vreemd akkefietje. Vorig jaar verzocht de redactie van een dagblad me de Condor van Varsseveld te interviewen. Oud ontmoet jong, zoiets. Ik kreeg een telefoonnummer, maar hoe vaak ik ook belde, de voicemail vol kletste, sms-berichten verstuurde, Robert gaf geen sjoege. En zo verstreek mijn deadline.

Bleek later: Robert was boos. Ondergetekende had iets onaardigs over hem geschreven in een column. (Hij las mijn stukjes dus toch.) Ik zocht het op, maar het klopte niet. In die column verstrekte ik alleen een paar gratis adviezen. Desondanks begreep ik hem.

Wat had ik vroeger een hekel aan al die ouwe lullen die zich ongevraagd met me kwamen bemoeien, en uiteraard alles beter wisten. Maar toen ik er zelf eentje werd, snapte ik pas de goede bedoelingen. Ooit zal Robert het snappen.

Een paar dagen terug hoorde ik Michael Boogerd aan tafel bij Tour du Jour vertellen over een soort zwarte knipsellijst. In de la van een salontafeltje bewaarde hij kritische noten aan zijn adres. Criticasters verspeelden voortaan hun recht op zinnige antwoorden. Simpel.

Aanleiding voor die ontboezeming was het nieuws dat Robert verder uit het lood geraakt was door wat niet-insiders in Nederland voor de camera’s en in kranten over hem riepen. Michael voegde er wel aan toe: „Ik zag op een gegeven moment toch in dat dit niet de methode was.”

En kijk, weer een gratis advies van een nog prille ouwe lul. Wat anderen over je menen is onbelangrijk. Een goede professional onderzoekt eerst zijn eigen waanzin.

Onverschilligheid, dat is het toverwoord in het meedogenloze feest Tour de France. En dan niet in de kribbige, zuinige Nederlandse betekenis, maar in de smaak van het Engelse indifference. Schouderophalend je stinkende best doen, met een beetje zelfspot, graag.

Een duik in de bron van Lourdes kan ook verschil maken.