Onsterfelijk zijn, voor eeuwig online

Wat gebeurt er na overlijden met de digitale nalatenschap? Wissen, opslaan of of toch voortleven? Hyvespagina’s veranderen in rouwplekken voor de nabestaanden: „Zo’n begraafplaats is ook niet alles.”

‘Tom wordt vandaag 34 jaar!’, staat in een automatisch verzonden mail van Hyves. ‘Stuur een bericht of Krabbel Tom!’ Pijnlijk. Want Tom is niet jarig. Hij is een aantal maanden eerder overleden aan leukemie. Nog pijnlijker: kennissen van hem die daar niet van op de hoogte waren en dus berichtjes achterlieten op zijn site. „Hartelijk gefeliciteerd! Hoe gaat het trouwens met je? Lang niet gesproken.”

‘Spookprofielen’ worden ze wat oneerbiedig genoemd: online accounts van overledenen die automatisch berichten blijven verzenden, zoals verjaardagsherinneringen of ‘out-of-office’-replies. Waar ons echte leven onherroepelijk een keer eindigt, kan ons leven online mogelijk eeuwig blijven bestaan. Dat leidt soms tot onverwachte situaties. Zo kwamen er van militairen die waren gesneuveld in Afghanistan opeens feestfoto’s van Hyves in de media. En acteur Antonie Kamerling kreeg na zijn dood merkwaardig genoeg juist méér volgers op Twitter.

Ons sociale leven speelt zich tegenwoordig deels online af: behalve een Hyvesprofiel hebben velen ook een Facebook-, LinkedIn, Twitter- en YouTube-account. En dan zijn er nog internetfora, chatsites, online games en datingsites. Wat gebeurt er met dat digitale leven als we er zelf niet meer zijn? Blijven onze profielen eeuwig rondspoken op het web? Zijn onze vakantiefoto’s voor altijd zichtbaar op Flickr en zitten onze mails vergrendeld achter een password?

Zonder inloggegevens kan het ingewikkeld zijn om toegang te krijgen tot de accounts van een overledene. Het beleid hiervoor verschilt per aanbieder. Yahoo! geeft om privacyredenen bijvoorbeeld geen e-mails vrij aan nabestaanden. Hotmail geeft, mits er een overlijdensakte wordt overhandigd, wél toegang tot de e-mails van de overledene. Bij Gmail moet daar nog een e-mail bij waarin de gebruiker toestemming geeft. Daar moeten dus nog bij leven afspraken over zijn gemaakt.

Voor mensen die hun digitale nalatenschap graag in eigen hand houden, zijn er verschillende bedrijven die hun diensten aanbieden. Want net als in het echte leven valt er ook op internet geld te verdienen aan de dood.

In Nederland domineren twee bedrijven de markt: Ziggur en Digizeker (zie kader). Digizeker werkt als ‘digitale kluis’, waarin alle profielen, gebruikersnamen en wachtwoorden worden opgeslagen. Na overlijden krijgen de nabestaanden toegang. Zij kunnen dan zelf inloggen en de accounts bijvoorbeeld beëindigen.

Via Ziggur kun je opgeven welke onlinediensten je gebruikt en wat er per profiel na overlijden mee moet gebeuren. Je kunt ook aangeven dat nabestaanden juist niet worden ingelicht over het bestaan van bepaalde account. „Zo kun je voorkomen dat je vrouw er later achterkomt dat je bijvoorbeeld actief was op datingsites”, legt Ziggur-oprichter Gerrit-Jan Bloem uit.

Het afhandelen van de digitale nalatenschap is volgens Bloem een opkomende markt. „We proberen mensen nu vooral bewust te maken van het probleem. Maar ik denk dat notarissen hier op termijn net zo goed hun brood mee kunnen verdienen als met het afhandelen van de fysieke nalatenschap.”

Na de dood geheel van het web verdwijnen is bijna onmogelijk. Ziggur kan mensen met deze wens dan ook niet helpen. „Wij kunnen afspraken maken met grote bedrijven”, zegt Bloem. „Alle individuele blogs en fora uitkammen is onuitvoerbaar.” Als je een beetje actief bent op internet, blijf je altijd vindbaar. Voor bijna iedereen zit er dus een digitaal leven na de dood in.

Maar de aantrekkingskracht van het web is voor velen juist dat het altijd blijft bestaan. Op de site The Digital Beyond bespreken Amerikaanse journalisten John Romano en Evan Caroll verschillende manieren waarop je jezelf kunt vastleggen op het web. Door 3D-scantechnieken kun je jezelf bijvoorbeeld behoorlijk realistisch vastleggen. Internet leent zich er bij uitstek voor jezelf te vereeuwigen. Profielen op sociale netwerken worden monumenten van jezelf.

De sociale netwerken zelf daarentegen richten zich in eerste instantie op de nabestaanden. Eind maart introduceerde Hyves bijvoorbeeld de ‘In Memoriam’-status. Facebook biedt deze dienst al langer aan. Het account van de overledene blijft dan bestaan, maar ook de sterfdag wordt gemeld. De leeftijd verandert niet meer en er worden geen verjaardagsupdates meer verstuurd.

Ook zonder ‘IM’-status krijgen profielen op Hyves en Facebook nadat de persoon in kwestie is overleden vaak een andere functie: van een plek om contact te onderhouden, wordt het een herdenkingsplek.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij de eerder genoemde Tom. Zijn vrouw kreeg voor zijn overlijden de inloggegevens van zijn Hyves. „Ik zou zijn profiel kunnen opheffen”, zegt ze. „Maar ik merk dat veel mensen op dit moment de site nog bezoeken en het fijn vinden om berichtjes te sturen. Het is een soort online condoleanceregister geworden. Zolang mensen daar steun uit putten, vind ik het bot om de accounts zomaar af te sluiten.”

Vindt ze het niet gek om die intieme berichten op een publieke site te lezen? Ze schudt haar hoofd. „Ik vind het juist mooi om te zien dat Tom zo veel heeft betekend voor anderen.” Dan lacht ze: „Het zou pas raar worden als ik namens hem berichten terug zou sturen.”

Toms vriend Jaap had aanvankelijk wel moeite met de publieke vorm van rouwverwerking. „Sommigen posten krabbels met huilende smileys. Of teksten als ‘Ik hoop dat je het fijn hebt daarboven, tussen de angels.’ Ze bedoelden het goed natuurlijk, maar ik kon het niet rijmen met mijn eigen beleving.” In de eerste weken na de begrafenis heeft hij Hyves daarom gemeden. Inmiddels bezoekt hij Toms profiel wel af en toe. „Hyves is een vertrouwde plek om heen te gaan. Daar ging ik vroeger ook al heen als ik aan hem dacht of hem iets wilde zeggen. De klassieke plek om iemand te herdenken is de begraafplaats. Maar zo’n begraafplaats is ook niet alles.”