Niet elke exoot moet dood, schrijven biologen

We schreven er op deze plek al eerder over: niet-inheemse plant- en diersoorten zouden ten onrechte gediscrimineerd worden. Ecologen overdrijven de gevaren van nieuwkomers en accepteren niet dat de wereld nu eenmaal verandert. Bovendien zijn de pogingen om exoten te verwijderen vaak tevergeefs. Dat betoogden 19 biologen onder aanvoering van Mark Davis begin juni in een opiniestuk in Nature.

Deze week reageerden 141 ecologen in datzelfde tijdschrift op de aantijgingen van hun collega’s. Natuurlijk hoeft niet elke exoot dood, schrijven ze. Het strenge vreemdelingenbeleid van natuurbeheerders is selectief en heeft niets te maken met xenofobie. Alleen de uitheemse soorten die schade aanrichten aan bestaande ecosystemen worden aangepakt. Die soorten zijn niet zomaar exoot, ze zijn invasief. En invasieve soorten verrijken niet, ze verarmen. Maar aan dat criterium ging Mark Davis volledig voorbij.

Het is daarom ironisch dat naast het oorspronkelijke artikel een foto van de boom Miconia calvescens is afgedrukt, schrijft bioloog Christine Wilcox vanuit Hawaï op haar blog. Zij geeft goede redenen waarom haar collega’s juist deze boom met wortel en tak proberen uit te roeien. In 1937 werd één Miconia-boom op Tahiti geïntroduceerd. Inmiddels is meer dan 70 procent van het eiland ermee bedekt. Onder ecologen heeft de boom daarom de bijnaam ‘groene kanker’ gekregen.

Dankzij agressieve bestrijding is het gelukt om Hawaï te behoeden voor een dergelijke ecologische ramp. En de 25 soorten die per jaar gemiddeld op Hawaï worden geïntroduceerd? Die laten de ecologen meestal met rust: 99 procent is ongevaarlijk – en toch niet te stoppen. Want al zouden ze het willen, natuurbeheerders hebben niet eens de middelen om alle uitheemse soorten uit te roeien. Ze hebben hun handen immers al vol aan de soorten die wél overlast en schade veroorzaken.

En dan nog iets: ecologen hebben heus oog voor uitheemse soorten die waardevol zijn voor mens en natuur. Neem tarwe, een exoot uit het Midden-Oosten die zich inmiddels over de hele wereld heeft verspreid. Toch probeert geen enkele natuurbeschermer het gewas uit te roeien. Gelukkig maar.

Lucas Brouwers