Mijn broer de Talib

In het Noord-Afghaanse Imam Sahib zijn de districtschef en de commandant van de Talibaan familie van elkaar. Ze bellen elke dag, totdat de opstandeling wordt gedood. Het verhaal van een mislukte verzoening.

Het gebeurde op 5 maart, tegen twee uur ’s nachts. Mohammad Ayub Haqyar kwam thuis van een bruiloft. In de verte hoorde hij een helikopter dreunen. Hij had het angstige gevoel dat deze keer zijn broer het doelwit was. De meeste andere Talibaan-commandanten waren allang naar Pakistan gevlucht of ondergedoken. Maar zijn broer had aan de telefoon opgeschept dat hij zich dood zou vechten als dat moest.

’s Morgens kwam de bevestiging. Baz Mohammad, de door de Talibaan aangestelde schaduwgouverneur van het district Imam Sahib in de noordelijke provincie Kunduz, was dood. Doodgeschoten door Amerikaanse special forces in het noorden van de provincie.

Het was uitgerekend Haqyar die de media moest informeren over de nachtelijke operatie. Als districtsgouverneur van Imam Sahib was hij het belangrijkste aanspreekpunt voor de journalisten. Het moet niet makkelijk zijn geweest om hun vragen te beantwoorden. Hij vertelde niets over zijn familieband met de hoogste opstandelingenleider van Imam Sahib.

Ayub Haqyar en Baz Mohammad waren twee gouverneurs van hetzelfde district, de eerste aangesteld door de regering van Hamid Karzai in Kabul, de tweede door de Quetta Shura van de Talibaan in Pakistan. Als de Afghaanse president over de Talibaan spreekt, gebruikt hij tegenwoordig vaak het beeld van de „geraakte broeders” – de broer van Karzai zelf werd deze week gedood bij een aanslag.

Het verhaal van de beide broers uit Imam Sahib symboliseert de broze frontlinies in Afghanistan, waar de grenzen tussen opstandelingen, sympathisanten, burgers en soms zelfs ambtenaren niet altijd scherp te trekken zijn.

Een reden om Haqyar districtsgouverneur te maken was dat hij in staat werd geacht zijn broer tot overgave te bewegen. Maar er waren in Imam Sahib ook veel mensen die Haqyar wantrouwden om zijn familiebanden. Zou hij zijn broer niet waarschuwen als hij van operaties van de Afghaanse veiligheidstroepen zou horen? Of zelfs het district aan de Talibaan-leider overleveren?

Over de vraag hoe het zover kwam dat Baz Mohammad een ‘kwade broeder’ werd, gaan in Kunduz verschillende verhalen. Sommigen zeggen dat hij gedesillusioneerd door een onbeantwoorde liefde naar het buitenland vluchtte. Haqyar zegt dat hij vertrok nadat hij de auto van de familie total loss had gereden.

Waar men het wel over eens is, is dat de jongeman radicaliseerde in buurland Iran, waar hij net als duizenden andere Afghanen werk zocht. Tot voor kort gold vooral Pakistan als steunpilaar van de Talibaan. Er zijn in het verleden wel steeds aanwijzingen van betrokkenheid van het regime in Teheran geweest, maar dan ging het vooral over wapenleveranties en ondersteuning van opstandelingen in het westen, waar Afghanistan grenst aan Iran. „Toen hij terugkwam had hij lang haar en zei hij dingen als ‘Afghanistan is een bezet land’”, zegt Haqyar. Zijn broer zou dagenlang ’s nachts niet zijn thuisgekomen.

Zwarte schaap

De districtschef is een zeer open, hoffelijke man. Hij klinkt als een grote broer, die zichzelf verwijt dat hij niet heeft kunnen voorkomen dat het zwarte schaap van de familie van het rechte pad raakte. Vader stierf vroeg, moeder zou de jongste zoon te veel verwend hebben. Alle pogingen om Baz Mohammad uit de buurt van slechte vrienden te houden, mislukten. Haqyar liet zijn broer ver weg van Kunduz trouwen, „om hem bezig te houden”. Het hielp niet.

Ongeveer twee jaar geleden werd Baz Mohammad een belangrijke Talibaan-commandant in de noordelijke regio. Aanvankelijk maakte hij naam met grote aanvallen, waarbij hij tientallen strijders op motors aanvoerde tegen de Afghaanse veiligheidstroepen. Deze tactiek passen de Talibaan nu niet meer toe, nu ze ook in het noorden van Afghanistan steeds meer onder druk staan.

Door de nachtelijke acties van Amerikaanse special forces, het bewapenen van plaatselijke milities en een reeks militaire operaties, zijn de opstandelingen gedeeltelijk uit de provincie teruggedrongen. Velen trokken zich voor de winter terug in hun Pakistaanse trainingskampen. Anderen doken onder of weken uit naar naburige regio’s, zoals Takhar. Weer anderen gaven zich over aan de regering.

Haqyar smeekte zijn broer dat laatste te doen. Hij schreef brieven, en belde hem bijna dagelijks. „Tot twintig keer per maand”, zegt de districtschef. Hij probeerde hem te overtuigen en vertelde hem over zijn eigen ervaringen. Haqyar deed zelf in de jaren tachtig mee met de jihad tegen de Sovjet-troepen. De toenmalige jihadisten zitten volgens hem nu allemaal in de regering. „Binnenkort zit ook Mullah Omar met Karzai om de tafel, en is jouw dood zinloos geweest”, zei hij zijn broer.

Toen dat niet hielp, stuurde Haqyar zijn moeder. Anders dan haar zoon kon zij zich zonder problemen ophouden in de dorpen waar de Talibaan de dienst uitmaken. Daar woonde een groot deel van haar familie en haar stam, Pathanen, die honderd jaar eerder uit het Centraal-Afghaanse Wardak hiernaartoe waren getrokken. De oude vrouw ging met een taxi naar haar familie en wachtte twintig dagen op haar jongste zoon.

De ontmoeting duurde een half uur. Langer kon niet, omdat Baz Mohammad al geruime tijd gevolgd werd door Amerikaanse capture or kill-commando’s. Het verzoeningsvoorstel wees hij lachend af. Woedend vervloekte de moeder de melk waarmee ze hem had grootgebracht.

Een kwestie van bloed

„In ons laatste gesprek”, zegt Hagyar, „zei ik hem dat hij alleen stond, dat al zijn mensen al waren weggelopen. ‘Stuur me je wapens en laat je niet meer zien’.” Een maand voor zijn dood stopte hij plotseling met het opnemen van de telefoon. In diezelfde tijd keerden de Talibaan weer terug in Imam Sahib en andere delen van het land, voor hun voorjaarsoffensief, met een spectaculaire zelfmoordaanslag op een regeringsgebouw, waarbij tientallen slachtoffers vielen. Het was „handig” geweest dat Baz Mohammads broer de districtschef was, zegt een veiligheidsbeambte in Kunduz. Hij zou zich er met succes voor ingespannen hebben dat vele Talibaan-strijders hun wapens hadden neergelegd en zich aansloten bij het reïntegratieprogramma van de regering.

Maar het vertrouwen had zijn grenzen: bij de coördinatiebijeenkomsten van de veiligheidstroepen, waaraan ook de districtschef deelneemt, bleven de details van de operaties bewust onbesproken, zegt een medewerker van de Afghaanse veiligheidstroepen. „Natuurlijk kiest iemand bij twijfel voor zijn broer”, zegt de man. „Dat is een kwestie van bloed.”

Een schoolvriend, die niet met zijn naam in de krant wil, zegt dat de Talibaan-commandant zijn broer regelmatig thuis opzocht. „Dat was op de markt een publiek geheim.” De jonge man wil nog een stap verder gaan: „Het is mogelijk dat zijn broer hem naar de Talibaan stuurde, om niet door ze gedood te worden”, zegt hij. Ook Haqyars voorganger, Malim Juma Khan, had twee neven die zich bij de opstandelingen hadden aangesloten.

Dit klinkt misschien absurd, maar er zijn historische precedenten. Het is bekend dat tijdens de Sovjet-bezetting en in de daaropvolgende burgeroorlog van de jaren negentig steeds weer families hun zonen over de verschillende strijdende partijen verdeelden, om voorbereid te zijn op elk mogelijk verloop van de strijd. Het was een overlevingsstrategie.

Dergelijke vermoedens hoor je in Imam Sahib vooral van vertegenwoordigers van de niet-Pathaanse minderheden. Ze zijn een aanwijzing voor de gevaarlijke toename van de etnische spanningen in het noorden in de afgelopen twee jaar. Veel Oezbeken, Tadzjieken en Hazara verwijten de Pathanen dat zij de terugkeer van de opstandelingen in het noorden mogelijk hebben gemaakt door deze stilzwijgend te steunen. „Bij de Pathanen is het zo: naar buiten toe zeggen ze dat ze tegen de Talibaan zijn, maar in werkelijkheid klopt dat niet”, zegt de schoolvriend.

Voor de begrafenis van Baz Mohammad kwamen honderden (duizenden, zeggen sommigen) rouwenden naar het dorp Nasir Khan. De hele hoofdstraat stond vol met auto’s. Vele dorpen hadden zich daarvoor al als laatste rustplaats aangeboden. Nog steeds bezoeken veel mensen het graf van de Talib. Met trots meldt de districtschef dat zelfs politiemannen hem met tranen in hun ogen condoleerden met de dood van zijn broer.

Toch ging Haqyar niet naar de begrafenis. „Om veiligheidsredenen”, zegt hij. „Ik wilde niet dat de vijand misbruik zou maken van de situatie en anderen eronder zouden lijden.” Voor de eerste keer tijdens het gesprek stokt de stem van de districtsgouverneur, als hij vertelt dat zijn dochter hem ervan heeft beschuldigd zijn eigen broer verraden te hebben. Anderen fluisteren dat hij geen moslim is, omdat hij er niet bij was. Alleen een neef meent dat zijn beslissing de juiste was, omdat Haqyar anders bij de rouwplechtigheid gedwongen was zich eenduidig voor de regering uit te spreken.

Steniging van geliefden

Veel mensen in Imam Sahib zeggen dat Baz Mohammad een ‘goede Talib’ was, een kwalificatie die je vaker hoort in de landelijke delen van Afghanistan. Bedoeld zijn opstandelingen die niet uit persoonlijke berekening, maar uit ideologische overtuiging strijden. „Hij was niet zo hard als de Talibaan van buiten”, zegt zelfs de Oezbeekse schoolvriend.

Een goede Talib? In Imam Sahib vermoedt men dat Baz Mohammad in augustus 2010 meedeed aan de steniging van twee geliefden in het naburige district Archi. Op een video op internet is een man te zien, die in de camera grijnst en twee stenen zo groot als volleyballen tegen elkaar slaat. De man met de markante neus en het lange, warrige haar lijkt op Baz Mohammad, maar de kwaliteit van de opname is te slecht om het met zekerheid te zeggen. Gouverneur Haqyar laat de video twee keer afspelen voordat hij zegt: „Dat is hij niet.”

Wie de video heeft gemaakt, is onduidelijk. Of het een buitenstaander was of een sympathisant. Van Baz Mohammad doen in Imam Sahib vele video’s de ronde. Ze worden met bluetooth van de ene naar de andere mobiele telefoon gekopieerd: een geliefde en zeer succesvolle propagandamethode van de Talibaan. Vrijwel iedereen in het district heeft zulke filmpjes, zelfs de bodyguard van de politiechef. „Wij zijn met de oorlog groot geworden en kijken graag naar zulke films”, zegt iemand.

De gouverneur van Imam Sahib is ondertussen met een tiental stamoudsten naar Kaboel vertrokken. De centrale regering heeft een nieuwe districtschef aangesteld, een jonge man die, anders dan Haqyar, weet hoe je een computer gebruikt en e-mails schrijft. „Nu Imam Sahib weer veilig is, gaan de mensen meer willen”, zegt Haqyar. Maar misschien heeft ook zijn familieband met de Talibaan, die zijn politieke tegenstanders altijd al tegen hem hebben aangevoerd, hem parten gespeeld. Of heeft hij met de dood van zijn broer ook zijn invloed verloren.

© Alle rechten voorbehouden. Frankfurter Allgemeine Zeitung GmbH, Frankfurt. Vertaling: Wouter van den Berg