Maak pillenontwikkelaars niet zwart

Afgaande op de brief ‘Medici zijn beïnvloed door farmaceutische industrie’ (Opinie, 11 juli) zou de geest van de opinieredactie wat kunnen worden geslepen. De brief dient geen doel, behalve het zwartmaken van medici en de farmaceutische industrie, en toont een gebrek aan inzicht in de ontwikkeling, de effectiviteit en de veiligheid van geneesmiddelen, in het bijzonder bij geestesziekten. Hij bevat fouten, suggesties en halve waarheden en gaat voorbij aan de eisen die overheden stellen aan veilige, effectieve medicamenten.

Een paar voorbeelden. Dat medicijnen zó veilig zijn en zó goed werken dat daardoor het aantal psychiatrische patiënten is toegenomen, is niet wat de briefschrijver verwacht. Haar ontgaat dat patiënten, na lang tobben en verdwenen uit het behandelingstraject, tevoorschijn komen als er een effectief middel beschikbaar komt,

Vervolgens schrijft de auteur dat medicijnen meestal niet beter blijken te werken dan placebo’s. Ze gaat voorbij aan de verscheidenheid van ziektebeelden en patiënten, de grote verscheidenheid van medicijnen en de successen op therapeutisch gebied.

Het verwijt, tot slot, dat er medicijnen aan kinderen gegeven worden die niet op kinderen zijn getest, is niet terecht.

Ze hoort beter te weten. In eerste instantie moeten medicijnen volgens overheidseisen worden getest op een beperkte selectie van patiënten. Daar vallen bijvoorbeeld kinderen, zwangere vrouwen en tachtigplussers niet onder.

Ja, tussen de academische wereld en de farmaceutische industrie bestaan dwarsverbanden, maar het ontgaat de briefschrijver dat interactie tussen beide groepen noodzakelijk is, met de behandelaar aan de ene kant en de pillenontwikkelaars aan de andere kant.

Dr. G.K. Terpstra

Montfoort