In India ontstaat gaandeweg meer ruimte voor homoseksualiteit

De Indiase minister van Gezondheid vindt dat homo’s ziek zijn. Acceptatie van homoseksualiteit is nog ver weg. Maar Indiase homo’s zelf zien vooruitgang. „Het is nu legaal om homo te zijn.”

Negen jaar geleden is Bobby getrouwd. Met een boerenmeisje van het platteland van Uttar Pradesh, in Noord-India. Nu is hij, op zijn 34ste, vader van een dochter van zeven. Ze wonen in een flat in Mayur Vihar, een volkswijk in het oosten van Delhi.

Dat Bobby is getrouwd, komt door zijn moeder. Die drong steeds weer aan op een huwelijk. Uiteindelijk gaf Bobby toe. Drie maanden na het feest legde hij zijn echtgenote uit dat hij op mannen valt, niet op vrouwen.

„Ze was geschokt, maar nu kan ze er mee leven. Ik kan zelfs mijn vriend mee naar huis nemen”, zegt hij. Maar ideaal is de situatie natuurlijk niet. „Zij is er niet gelukkig mee en ik ook niet. Ik heb gevraagd of ze wil scheiden, maar dat wil ze niet. Waar moet ze heen? Mijn moeder zegt nu: ‘Als ik dit had geweten, had ik je nooit gedwongen om te trouwen’.”

Veel homoseksuele mannen in India trouwen uit conventie of spelen de eeuwige vrijgezel. Hoewel homoseksualiteit sinds twee jaar niet meer als een misdaad wordt beschouwd, is maatschappelijke acceptatie ervan nog ver weg. Dat bleek pas weer, toen de Indiase minister van Gezondheid Azad homoseksualiteit „niet goed voor India” noemde. Eigenlijk was het „een ziekte”, geïmporteerd uit het Westen. Door het protest van homoactivisten en enkele internationale organisaties leidde dit tot een kleine politieke rel (zie kader).

Bobby is niet blij met de opmerking van minister Azad. Evenmin als Sajay (27). Hij heeft sinds enkele jaren een vaste vriend die hij af en toe meeneemt naar zijn ouderlijk huis in Uttar Pradesh. Maar hij heeft zijn vader, een gepensioneerde legerofficier, nog steeds niet durven te vertellen dat hij homo is.

En wat te denken van Simmy (25) die al jaren geleden in een interview met het dagblad The Pioneer vertelde dat hij zich een vrouw voelde in een mannenlichaam en daarom het liefst met ‘zij’ wordt aangesproken. „Ik dacht: ‘Mijn ouders kunnen toch geen Engels lezen’. Maar helaas, de buren wel. Die waren er als de kippen bij om de familie te informeren. Mijn zuster zei: ‘Laat ze, ze zijn jaloers. Maar geef nooit meer interviews’.”

Bobby, Sajay en Simmy ontmoeten elkaar bijna dagelijks bij de stichting Pahal (Een Begin) in Faridabad, enkele tientallen kilometers ten zuiden van Delhi. Om er te komen, moet je door een donkere hal met ruimtes waar winkeliers hun waren opslaan. Een deur leidt naar het kantoortje van Pahal. In het vertrek ernaast zit een groep jongeren op de grond. Een tv staat aan. Hier kunnen homoseksuelen en transseksuelen elkaar treffen. Maar vrijwilligers van Pahal gaan ook de wijken in, in parken, bij stations om voorlichting te geven over hiv en aids, en om condooms uit te delen. Alleen al in Faridabad staan zo’n 1.200 mannen geregistreerd, elke maand praten de vrijwilligers met 500 tot 600 mannen, zegt Bobby, die de leiding heeft. Ze komen uit alle geledingen van de maatschappij, zegt hij. Volgens het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP zijn er meer dan 30,5 miljoen homoseksuelen in India. Maar het blijft een schatting.

Bobby haalt zijn schouders op als de omstreden opmerking van minister Azad ter sprake komt. Eerder zei de bewindsman al eens dat ’s avonds televisie kijken in de dorpen (mits er stroom is) een goede bijdrage kan leveren aan geboortebeperking. „Azad is gewoon een domme man. Hij weet niet goed waarover hij spreekt. Dat hebben we ook op Facebook geschreven”, zegt hij. „Velen denken net als hij. Mijn ouders waren het ook eens met wat hij zei. Ik heb de televisie gauw uitgezet”, zegt Simmy.

Toch kunnen Bobby, Sajay en Simmy zich er niet al te veel over opwinden. Er zijn ook veel dingen die wel goed gaan. Hun stichting Pahal heeft een forse subsidie (zo’n 18.000 euro) gekregen van de deelstaatregering van Haryana om voorlichting te geven en medicijnen te verstrekken. Ook vanuit het buitenland is er lof voor de Indiase inspanningen om hiv/aids te bestrijden, het aantal nieuwe besmettingen is drastisch verminderd – juist daarom hebben Azads woorden verbazing gewekt.

Maar de grootste doorbraak was twee jaar geleden, toen het Hof van Delhi vrijwillig seksueel verkeer tussen mannen uit het Indiase, nog door de Britten opgestelde wetboek van strafrecht haalde. Daarmee zette India een historische stap op weg naar emancipatie van homoseksuelen. Eerder deze maand vierden honderden homoseksuelen in Delhi de tweede verjaardag van het vonnis met een optocht bij India Gate.

Sajay liep ook mee. „Tien jaar geleden wist nog niemand wat homoseksualiteit is. Toen kwamen homo’s niet op voor hun rechten. Nu is er aandacht en weet iedereen tenminste wat het is. Ik denk dat India langzaam toegroeit naar acceptatie.”

Azads woorden zijn niet meer dan een oprisping om politieke aandacht te trekken, denkt hij. Bobby zegt: „Sinds de uitspraak van het Hof is er veel veranderd. Vroeger kreeg ik vaak opmerkingen op straat. Nu zeggen ze: ‘hé, je bent legaal’.” Simmy zegt dat ze nog steeds niet in vrouwenkleren over straat kan. „Maar ik ben vasthoudend. Ik laat me er niet onder krijgen”, zegt ze met een glimlach.