Ik heb dit lot ook wel een beetje verdiend

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Donderdag 30 juni, twee weken geleden, zou mijn sterfdag zijn. Alles voor de euthanasie was geregeld: psychologische test, gesprekken met twee artsen, papieren ingevuld, handtekeningen gezet. In het academisch ziekenhuis van Leiden was ik al in de kamer geweest waar je kunt sterven, met een groot videoscherm voor als je nog een film wilt zien en goeie boxen voor je lievelingsmuziek.

„Alleen werd ik in de twee weken daarvoor wild verliefd op Jeannette. En zij op mij. Er was opeens zo’n enorme klik tussen ons. Jeannette is getrouwd met een vriend die ik ken uit de gevangenis. Half juni kwamen zij bij me op bezoek. Toen is het vuur tussen Jeannette en mij ontstaan. Haar man is vorige week bij haar vertrokken en ik breng nu m’n laatste dagen bij haar door.

„Voor Jeannette heb ik de euthanasie uitgesteld. Dat was nog een heel gedoe. Ik moest daarvoor een kort geding bij de rechtbank in Utrecht aanspannen. Een rechter moest me horen om vast te stellen dat ik ze allemaal nog op een rijtje heb en uit vrije wil handel. Die procedure heeft me nog 1.684 euro gekost.

„Tussen half januari en half juni heb ik in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen gelegen. Als ik naar de dokters in Leiden ging, droeg ik handboeien en een kogelwerend vest. Ik werd vervoerd in een auto met bewakers in wagens ervoor en d’rachter. Geen moment mochten we onderweg stilstaan, om te voorkomen dat ik zou worden bevrijd. Ik maak deel uit van de ’Ndrangheta, de Zuid-Italiaanse maffia, waardoor ik als vluchtgevaarlijk te boek stond.

„Artsen van de VU, het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en het LUMC in Leiden hebben hun best voor mij gedaan, maar de kanker zit inmiddels door mijn hele lijf. Half juni deed de dokter in Leiden voor mij z’n witte jas uit en hij zei: ik kan als arts niks meer voor je doen, we gaan nu van man tot man bespreken hoe je aan je eind wilt komen.

„In de gevangenis had ik nog twee jaar te gaan, maar als terminaal patiënt werd ik de volgende dag al vrijgelaten. In Leiden wilden ze mij meteen opnemen, maar daarvoor heb ik bedankt. Een ziekenhuis vind ik vreselijk. Ik heb in hotels gebivakkeerd, in een hospice – alles beter dan zo’n omgeving met treurige mensen.

„Het is een bizarre ervaring na acht jaar weer vrij te zijn – om dood te gaan. Tegen een maatschappelijk werkster zei ik: ik zou wel met lotgenoten willen praten om te horen hoe zij omgaan met het vooruitzicht dat ze doodgaan aan deze rotziekte. Haar advies was: zet een oproep op Marktplaats. Dat heb ik gedaan. Ruim twintig reacties heb ik gekregen, de ene nog treuriger dan de andere. Daar knap ik niet echt van op. Ik zou graag iemand vinden die me mailt: ‘ik heb dat ook, laten we samen een colaatje drinken, ik kan je wel een beetje opmonteren’.

„Ik heb kinderen van drie en acht jaar en nu heb ik ook Jeannette. Voor hen zou ik willen blijven leven. Maar voor mezelf vind ik het niet erg om dood te gaan. Ik heb dit lot ook wel een beetje verdiend, want ik heb woest geleefd. In mijn directe omgeving zijn de afgelopen jaren vijftien mensen geliquideerd, dus de dood is nooit ver weg geweest.

„Toch zeg ik: ik heb een prachtig leven gehad, met heel veel geld, de hele wereld gezien, Ferrari onder m’n kont, veel vrouwen. Ik zou het op precies dezelfde manier aanpakken als ik het mocht overdoen. Dat had ook niet anders gekund. Door een Italiaans vriendinnetje ben ik omstreeks 1995 bij de ’Ndrangheta betrokken geraakt, waar ik tot hoog in de pikorde ben doorgedrongen. Ik ben er volledig ingewijd. Bloed uit een sneetje in mijn middelvinger is vermengd met de as van een afbeelding van Sint Christoffel. Daarna heb je te leven volgens de code: ‘je doet mee of je bent dood’, letterlijk.

„Aan de andere kant: door Jeannette ben ik de afgelopen weken ook enorm veranderd. Gisteravond zaten we samen buiten bij een vuurtje: beetje barbecuen, drinken, kletsen. Dan denk ik: zo had ik ook kunnen leven, ik zou willen dat dit nooit voorbijgaat. Maar ja, het is anders gelopen en we hebben nog maar heel weinig tijd samen. Vreselijk verwarrend is het – doodgaan.

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord