'Ik ben niet wat ik doe'

Tv-producent Monica Galer over Boer zoekt vrouw en de kunst van het verkopen. ‘Ik vraag me niet af of Prijzenslag goed is voor de mensheid.’

Bob van der Vlist, Lunchen met, Lux, MONICA GALER, , Amsterdam 11/07/2011

Een honingzoet Frans accent met een zweempje Engels. Wat Monica Galer zegt, klinkt zo: „Mijn levén is abzurd.” Zo zag haar week eruit vóór de maandag dat wij elkaar ontmoeten in de tuin van The College Hotel in Amsterdam: maandag in Amsterdam, dinsdag naar Parijs, woensdagmiddag naar Milaan voor een meeting, woensdagavond naar Rome. Daar op donderdag en vrijdag gewerkt. Op zaterdag bij Rome en Bologna drie potentiële tweede huizen bekeken met haar man, op zondagmiddag naar Rotterdam om Prince te zien op het North Sea Jazz festival. „Waanzinnige energie, die man. Op z’n 53ste. Geweldig.” Ze zag ook Tom Jones, hoe oud zal hij zijn, zeventig? „Zo stijf, zo strakgetrokken en opgevuld. Bijna zielig.”

Monica Galer is ouder dan Prince en jonger dan Tom Jones. Haar precieze leeftijd laat ze in het midden, omwille van haar man die jonger is dan zij. Ze draagt een zwart satijnen jurkje tot op de knie, hoge felgroene plateauschoenen en een groene leren bloem aan een leren veter om haar hals. U kent haar niet? Hoe zal ik uitleggen wat ze doet? Zet de televisie maar aan. Grote kans dat wat u ziet, door haar daar terecht is gekomen. Boer zoekt vrouw, Idols, X-Factor. En ook in Frankrijk, Spanje, Portugal, België en Italië is zij medeverantwoordelijk voor het aanbod.

Monica Galer is niet de grootste televisieproducent van Nederland, maar wel de producent van de succesvolste televisieprogramma’s. Ze is directeur Noord- en Zuid-Europa van Fremantle Media. Fremantle bedenkt en koopt televisieprogramma’s en formats. „Boer zoekt vrouw was oorspronkelijk een Iers programma. We kochten het en brachten het naar Engeland. Daar sloeg het niet aan. Het werd pas een succes in België.” Soms koopt ze alleen een idee. „Zoals Idols. Dat was niet meer dan een plan op papier. Wij hebben het programma uitgedacht en gemaakt en vervolgens aan de zenders verkocht.”

Fremantle is eigenaar van 29 productiehuizen die de programma’s kant en klaar aan de omroepen kunnen leveren. Monica Galer heeft in ‘haar’ landen commerciële én publieke omroepen als klant. Dat is best bijzonder, want de publieke zenders mogen graag klagen over de troep die de commerciëlen uitzenden en andersom. „Ik investeer in contacten, waardoor ik altijd bij iedereen terecht kan.” Ze heeft ontdekt dat verkopen haar oer-talent is. Ze zou een lading linkerschoenen nog verkocht krijgen. Dat zei producent John de Mol ooit over haar, toen ze nog voor hem werkte.

Miss Nederland

Monica Galer is invloedrijk, maar niet bekend. Irene van der Laar, voormalig Miss Nederland en presentatrice die toevallig een fotosessie heeft op het terras van The College hotel, is dat wel. Ze is gastpresentatrice bij RTL Boulevard. Ook een programma uit de koker van Monica Galer, maar zij krijgt geen steelse blikken.

We bestellen twee keer de ‘ladies lunch’, inclusief een glas witte wijn en een goodie bag vol folders na afloop. De tas neemt ze gedwee in ontvangst, maar als de glazen wijn op tafel komen, stuift ze op. Dát had ze niet besteld. Ze bindt onwillig in. De wijn laat ze onaangeroerd. „Ik heb te kort geslapen om te drinken. Prince was pas om half drie uitgespeeld.”

Voorzichtig zeg ik dat ik heb gehoord dat ze heel streng is. Klopt, knikt ze. „Ik ben ongeduldig. Kan niet tegen gemakzucht. Dan explodeer ik.” Hoe ziet dat eruit? Ze telt op haar vingers: „Ik schreeuw. Ik luister niet. Ik interrumpeer.” Oei, dat zijn de ergsten. Die gewoon toegeven dat ze niet luisteren. En toch, het is moeilijk om haar te zien als bikkelharde baas. Het kan natuurlijk zijn dat ik in dezelfde val trap als de kopers van de linkerschoenen; maar ze is zo, hoe zal ik het zeggen, zo oprecht openhartig, zo exotisch charmant. Wat ze zegt, is de ondertiteling bij haar gezichtsuitdrukkingen. Je ziet wat ze zegt en je hoort wat ze laat zien. Ze is zacht als ze zich afvraagt naar welk restaurant ze haar kleinkinderen mee zal nemen. Dat zijn de dochter (7) en zoon (4) van haar zoon Jason. Intens droevig als ze praat over Olivia, haar dochter die op haar 23ste overleed aan een hartinfarct, nu tien jaar geleden. Cynisch over het „surrealistische” proces dat ze tegen het ziekenhuis voerde over de gemaakte fouten.

„Uit de sectie bleek dat één nier was verschrompeld. Dat is niet opgemerkt en niet behandeld en dat is haar fataal geworden. Ik heb voor 60 procent gelijk gekregen. Ik kon niet bewijzen dat ze niet was overleden als ze wel had geweten van haar kapotte nier.” Ze probeerde tevergeefs een tegel met de naam van haar dochter erop bij de ingang van de Eerste Hulp te leggen. „Ik wilde dat mensen nu wel zouden denken: Olivia, wie is dat?”

Ze oogt bitter als ze kritisch is over de artsen in Nederlandse ziekenhuizen. „Kleuters. Studenten van 19.” Zij gaat nu alleen nog in Parijs naar de dokter. „Daar krijg je twee uur na een bloedonderzoek de uitslag. Hier duurt het twee weken. Waarom?”

Ze maakt een grote cirkel rond haar buik, om te laten zien waar het gat zit dat het verlies heeft geslagen. Ze heeft gekozen, zegt ze, om zich de details van de dagen na haar dochters dood niet te herinneren. En ze heeft gekozen om te leven. „Ik ben niet uit het raam gesprongen. Dus leef ik door.” En nee, zegt ze, ze is er niet door veranderd. „Niet harder geworden, ook niet zachter trouwens. Wel triester.”

Magie

Niet een vooropgezet plan, maar ‘magie’ heeft haar leven gebracht tot wat het nu is. Ze ging links als dat kon, rechts als dat haar beter leek. Ze is de kleindochter van Russische Joden die naar Argentinië vertrokken om te gaan wonen op het stuk land dat de Duitse baron De Hirsch daar had gekocht voor gevluchte Joden. „Ik ben er veel later gaan kijken, met mijn vader en mijn zoon. Een treinstation in de middle of nowhere. Dat was alles. De Joden kregen er een stuk land, een paar koeien en dat was het. Veel succes. Veel konden dat bestaan niet handlen. Mijn overgrootouders werkten hard, om hun kinderen te laten studeren in de stad.”

Zij groeide op in Buenos Aires. Tot haar elfde. Toen werd haar vader door de VN-organisatie ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) naar Genève gestuurd. „De school organiseerde een skivakantie. Mijn moeder had geen idee. Ze dacht dat een skibroek een broek was met elastiek eronder. Dus liet ze elastiek zetten onder mijn wollen broeken, die krompen als ze nat werden.”

Nee, ze heeft er geen goede „souvenirs” aan overgehouden. Niet aan Argentinië, ook niet aan Zwitserland. „Alleen het besef dat ik anders was dan de anderen.” Werd ze gepest? Nee, in tegendeel. „Mijn ouders vond ik leuk, mijn zusje en mijn vijf jaar jongere broertje ook. Dat was het allemaal niet. Het kan goed zijn dat ik elders niet gelukkiger was geweest.” Ze studeerde geschiedenis. Eerst in Peru, later maakte ze het net niet af in Parijs. Ze ging met haar vriendje met vakantie naar Israël en ontmoette daar haar ex-man. Een niet-Joodse Nederlander. Ze ging met hem mee naar Rotterdam, was dertien jaar met hem getrouwd en kreeg twee kinderen met hem. In Rotterdam solliciteerde ze als gastvrouw bij het internationale filmfestival, dat net was opgericht. „Ik was bezeten van film. Van Polanski en Godard.” Gastvrouw werd ze niet, wel de assistente van toenmalig directeur Huub Bals. Zij ging voor hem naar Londen, Parijs, New York om films aan te kopen. Zij regelde alles. Hij schijnt het haar nooit vergeven te hebben dat ze na twaalf jaar wegging en hetzelfde werk ging doen bij filmbedrijf The Movies in Amsterdam.

En dan nu wat zij magie noemt: na jaren in de „zeer experimentele filmbranche” stapte ze over naar producent John de Mol. „Ineens zat ik Prijzenslag te beoordelen.” Ze was eind dertig, gescheiden, had twee pubers en geen werk. „Ik wilde alles wel doen.” Dus ook met het programma Medisch Centrum West als koopwaar naar de internationale televisiebeurs in Cannes. „John wou dat ik het verkocht. Maar alle landen hebben al een eigen ziekenhuisserie, die hoeven geen nagesynchroniseerde Hollandse serie. John houdt niet van praten, hij zei alleen: ‘Zeg je soms dat het onverkoopbaar is?’ Ik dacht: ‘Daar gaat mijn salaris.’ Dus ik zeg: ‘Nee, nee. Het lukt wel.’” Het lukte.

Nu even opletten. Het dialoogje met John, vertelt ze me vast niet zomaar. Ze laat ermee zien dat ze vooral heel praktisch is en geen last heeft van hoogdravende motieven als dat haar zaken schaadt. „Ik vraag me niet af of Prijzenslag goed is voor de mensheid. Ik vraag me af: wat vraagt deze baan van mij en ben ik in staat dat te doen?” Dus als zij de tv in Parijs aanzet en ze ziet de Franse Prijzenslag, is ze trots, zegt ze. „Omdat ik het programma heb verkocht aan een zender die traditioneel nooit van Fremantle koopt. Ik heb mijn werk goed gedaan.”

Toen John de Mols bedrijf samenging met dat van Joop van den Ende, ging Monica Galer weg. Eerst naar het televisieproductiebedrijf Blue Circle, daarna naar Fremantle, het moederbedrijf van Blue Circle.

Nederland, zegt ze, is een belangrijk land in de televisiewereld. „Er wordt gekeken naar Amerika, Engeland en naar ons.” Hier werden de eerste realityshows gemaakt (Big Brother) en Nederland had een eigen soort entertainmentprogramma’s (Love letters). „Elke zuil had een omroep. Wij waren het eerste land met competitieve televisie. Elke omroep moest een eigen primetime pro- gramma bieden. Voor eigen drama was geen geld, dus werd een programma als Honeymoon quiz gemaakt. Misschien niet bijster origineel, maar wel een originele manier om kijkers een prettige tv-avond te bezorgen.”

Mad men

Je denkt: deze vrouw kiest geharnast de aanval, om voor te zijn dat iemand iets zegt over de kwaliteit van haar programma’s. Maar nee hoor. Ze zegt gewoon dat ze het er in het begin best moeilijk mee had. „Ik had liever de biografie van Godard gemaakt. En natuurlijk zou ik het prettiger vinden om geassocieerd te worden met Mad men dan met Prijzenslag.” Maar nu is ze deel van een bedrijf dat amusementsprogramma’s maakt. En als dat betekent dat ze daar een absurd leven voor moet leiden, dan doet ze dat. „Ik ben niet wat ik doe. Ik doe omdat ik ben.”