Hoe kan Eerdmans pleiten voor generalisten?

Joost Eerdmans was van mei 2002 tot september 2006 Tweede Kamerlid. Aan die periode heeft hij een weinig realistisch beeld overgehouden van de werkwijze van het parlement. Hoe kan hij honderd generalisten bepleiten (Opinie, 12 juli)? Hij weet dat de controle op voorgenomen wet- en regelgeving en het debat over maatschappelijke kwesties niet kan worden gevoerd zonder goed geïnformeerde, gespecialiseerde dossierkenners. De sociale zekerheid, het onderwijs, de buitenlandse politiek overlaten aan generalisten? Zette Eerdmans zelf in de Tweede Kamer niet vooral zijn tanden in bepaalde aspecten van justitie en veiligheid?

Eerdmans bagatelliseert de werkdruk. „De Kamer vergadert niet op maandag en vrijdag”. Tijdens mijn 25-jarige loopbaan als parlementair verslaggever en communicatieadviseur heb ik toch vele maandagen doorgebracht bij commissievergaderingen en ao’tjes. Ieder zichzelf respecterend parlementslid gebruikt bovendien de vrijdag voor werkbezoeken, gesprekken met deskundigen en de achterban. Hoort dat niet bij de volksvertegenwoordigende taak? Eerdmans maakt dezelfde denkfout als de minister-president, die streeft naar een kleinere overheid. De Staten-Generaal zijn geen onderdeel van de overheid, maar een volstrekt onafhankelijk Hoge College van Staat, dat – inderdaad – toevallig wordt betaald uit belastinggeld. Als Eerdmans zijn stuk begint met de opmerking dat „het kabinet durft te snijden in het ‘eigen’ parlement”, slaat hij de plank finaal mis. Het parlement is niet ‘van’ het kabinet.

Henk Schaaf

Rotterdam