'Het gaat fantástisch met de economie van het land. Echt waar.'

Frederik van Beuningen is een actieve belegger die investeert in oer-Hollandse bedrijven waar ‘wat te verbeteren’ valt. ‘Professionele aandeelhouders worden nu aanzienlijk serieuzer genomen’.

Buiten hupt een konijn door het gras. Binnen hebben we geen last van eventueel afzwaaiende balletjes van golfbaan Anderstein, op het gelijknamige landgoed net voorbij de Utrechtse heuvelrug.

„Twee weken geleden hadden wij hier de jaarlijkse familie-golfdag” vertelt landgoed/baaneigenaar en vermogensbeheerder Frederik van Beuningen (zie kader 1).

Hij doet achteloos. Met zijn tegeltjeswijsheden over aandeelhouderschap en bedrijfsleven (letterlijk) aan de muur en zijn gemoedelijke voorkomen is Van Beuningen iemand in wie ondernemingsdirecteuren zich gemakkelijk vergissen. Hij is een actieve aandeelhouder. „Het is 365 dagen per jaar aandeelhoudersvergadering” zegt een Delftsblauwe spreuk aan de muur.

Van Beuningen blaakt van succes: Twintig jaar vermogensbeheer met Teslin Capital Management (zie kader 2) en zijn drie beleggingsfondsen met belangen van 5 procent of meer in middelgrote en kleinere, bij voorkeur Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Zijn grootste fonds, Darlin, boekte 547 procent rendement sinds de oprichting in 1992, dat is bijna 400 procentpunt meer dan beursgraadmeter AEX.

De succes methode-Van Beuningen. Hoe werkt dat?

Eind september vorig jaar kocht Darlin voor een kleine 15 miljoen euro een pakket van 5 procent van het aandelenkapitaal in het ingenieursbedrijf Grontmij. Daarna begon van Beuningen stap voor stap zijn invloed te laten gelden om de waarde en de koers op te krikken.

Stap 1. Ruim twee maanden later, op 9 december 2010, stemde een buitengewone aandeelhoudersvergadering in met de benoeming van twee nieuwe commissarissen. Eén van hen, topman René van der Bruggen van technisch dienstverlener Imtech, was door Darlin voorgedragen bij de Grontmij-commissarissen. In de ogen van de nieuwe aandeelhouder eindelijk iemand met verstand van de technische zaken van Grontmij.

Stap 2. Op de reguliere aandeelhoudersvergadering op 24 mei in Hotel Figi in Zeist nam Van Beuningen nam de microfoon. Hij gaf een analyse van de in zijn ogen schrikbarende, want vlakke waardegroei van Grontmij. Vijf jaar geleden bedroeg de beurswaarde zo’n 350 miljoen euro, zei hij. Sindsdien heeft het bedrijf 80 miljoen euro winst teruggestopt in het bedrijf en voor 70 miljoen euro nieuwe aandelen uitgegeven. Vervolgens deed Grontmij voor zo’n 350 miljoen euro een aantal acquisities. „En wat is onze onderneming vandaag waard?”, hield hij de zaal voor. „Nog geen 320 miljoen.”

„Dat hakte er wel in”, erkent Van Beuningen met een brede grimas op zijn gezicht in zijn kantoor in Maarsbergen. Nee, hij schuwt het podium van de doorgaans bedeesde aandeelhoudersvergaderingen niet. Maar wat hij zegt, is voor de directie van een bedrijf nooit een verrassing, bezweert hij. Zo was het ook op de Grontmij-vergadering. Hij had de directie en commissarissen een briefje geschreven met zijn inbreng, zodat de heren zich konden voorbereiden. Maar zijn boodschap was volstrekt helder: „Het moet anders.”

Want zo werkt Van Beuningen. Voorkomend, beleefd, kritisch, maar wel stappen vooruit zetten. En als het moet: recht voor zijn raap. „Betrokken aandeelhouderschap”, noemt hij dat. „Aandelen zijn voor mij geen handelswaar. Daarin verschil ik van bijvoorbeeld banken, die willen geld verdienen aan transacties. Zij verdienen niks aan stilzitters zoals ik.”

Uw drie fondsen beleggen in detailhandel, industrie en fietsen, niet de meest dynamische sectoren. Toch verslaat u met gemak de belangrijke beursgraadmeter. Wat zit u dat anderen niet zien?

„Ik kijk alleen naar beurswaardes van ondernemingen. Die leg ik dan naast een branchegenoot. In het geval van Grontmij bleek die beurswaarde duidelijk achter te lopen op die van Arcadis. Ik denk dan: hier valt wat te verbeteren, en dan stap ik in.”

Dat verbeteren gaat dan niet vanzelf. U pookt de zittende directies graag op. Hoe wordt u in de regel ontvangen?

„De gastvrijheid is verbeterd: professionele aandeelhouders zoals wij worden aanzienlijk serieuzer genomen dan toen ik begon. Als ik destijds langs ging bij een bedrijf waarin we een belang hadden, was de houding van meeste directies: ‘U bent wel eigenaar van uw aandelen, maar niet mede-eigenaar van het bedrijf.’ En na een minuut of twintig zei men: ‘Zo en dan gaan we nu graag weer aan het werk’.

Men had niet door dat goede contacten met aandeelhouders van belang zijn. Bij een beursgenoteerde onderneming draait het om samenwerking tussen arbeid en kapitaal, het is geen liefdadige instelling.”

Welke rol speelt u als actieve aandeelhouder?

„Directies worden betaald om waarde te creëren. Bij beursbedrijven vertaalt zich dat in de koers van het aandeel. De tijden zijn voorbij dat directies dat niks meer uitmaakt. Dan komen de private equity opkopers vanzelf langs, en dat vindt men niet leuk. Wij hebben geleerd dat directies zelf iets aan een achterblijvende beurskoers kunnen doen. Door open te staan voor ideeën, en met een goede dividendpolitiek of door eigen aandelen in te kopen.

Ik ben vaak langer aandeelhouder geweest dan dat directies of commissarissen daar zitten. Ik heb ze bijna allemaal benoemd. Wij proberen bruikbare suggesties te doen: als er een vacature is, dragen we graag een ervaren commissaris voor.

Als er niks gebeurt en het bedrijf blijft achter lopen, stellen we ook wel eens een kritisch onderzoek voor door een gerenommeerde consultancy firma. Dan komen de veranderingen vanzelf.

Ook over de winstverdeling praten wij graag mee. Dat is nog niet goed geregeld in Nederland. De directie beslist met goedkeuring van de raad van commissarissen. Ik vind dat de aandeelhoudersvergadering hierover moet gaan. Ik wil niet dat 100 procent van de winst wordt uitgekeerd. Ik wil over 100 procent van de winst kunnen praten.”

Wat gebeurt er als een bedrijf uw adviezen negeert?

„We stappen niet in bedrijven waarin een andere aandeelhouder meer dan 50 procent van de aandelen heeft, en we werken nauw samen met andere minderheidsgrootaandeelhouders zoals zakenbank Kempen en verzekeraar Delta Lloyd en vermogende families als Zeeman, Blokker en Driessen. Dat gaat altijd goed. Het is toch ook echt in hun eigen belang.”

Van Beuningen bedoelt: directies en commissarissen kunnen lastig om de wensen van de groep grootaandeelhouders heen. Dat biedt ook voordelen, zegt hij.

„Bedrijven die worden benaderd voor een ongewenste overname weten zich ook door ons beschermd. Men kan nu eenmaal heel lastig een succesvol bod uitbrengen als zij ons negeren.”

Uw brede portefeuille bevat een dwarsdoorsnede van oer-Hollandse bedrijven. Wat is volgens u in economische opzicht de stand van het land?

„Het gaat fantástisch. Echt waar. Bij al die bedrijven is de winstgevendheid in de afgelopen jaren enorm toegenomen. Het zijn in de regel bedrijven die zich op één bepaalde niche richten, met een grote inkoopkracht en met stabiele, betrokken aandeelhouders. Dat helpt echt.”

U hebt met uw drie fondsen een beheerd vermogen van zo’n 400 miljoen euro. Wie doen er bij u als belegger mee?

„We hebben ongeveer tweehonderd deelnemers, die vanaf 50.000 euro kunnen instappen. Het zijn over het algemeen ondernemende investeerders die van onze betrokken aanpak houden en vermogende families – ook mijn eigen familie doet mee. Wij hebben buiten de bestaande fondsen onlangs van één familie een mandaat gekregen van 100 miljoen om in 5 procentsbelangen op de beurs te stappen.”

Zijn er ook partijen die niet met Teslin mogen meedoen?

„Geld moet op een eerlijke, fatsoenlijke manier zijn verdiend.”

Dus fout vastgoedgeld of andere nouveau riche doorstaat de ballotage van Van Beuningen niet?

„Ballotage? Nou ja, een beetje dan. Als dat soort mensen hier op de stoep staat lukt het me wel om ze snel weer weg te krijgen. Het moet wel een beetje passen, natuurlijk.