Gaan we met de euro door of niet?

Kijk even in uw portemonnee naar al de verschillende bankbiljetten. U ziet allemaal dezelfde euro’s, ondeelbaar en inwisselbaar? Of toch niet. Zoals alle munten een ‘nationale’ kant hebben, zo hebben de eurobiljetten een kenmerk waaruit blijkt welke centrale bank in het eurogebied het papier heeft uitgegeven. Staat er een P vooraan het serienummer? Dan is het een Nederlands biljet. Is het een T, dan gaat het om een Ierse euro. Zo heeft elk euroland, behalve de hele kleintjes, een eigen letter. Biljetten uit alle landen, met een overwicht voor de grootste en meest nabije landen, bevinden zich in uw portemonnee.

Maar blijft dat ook zo?

De euro beleeft dit jaar de heetste zomer uit zijn bestaan. Na Griekenland, Ierland en Portugal schudde deze week ook Italië op zijn financiële grondvesten. Daarmee is de crisis in enkele kleine eurolanden uitgegroeid tot een gevecht om het voortbestaan van de gezamenlijke munt. Is het geen tijd voor structurele oplossingen? Voorstanders wijzen in de richting van nóg verdere integratie, terwijl tegenstanders het liefst zo snel mogelijk stoppen met het economische experiment dat in 1999 begon. We gaan naar 2014 en blikken terug op de crisis van nu. Hoe kan de euro worden gered? En wat zou er gebeuren als de muntunie uiteenspat? De verschillen zijn dramatisch, maar één ding is zeker: Nederland zal hoe dan ook een deel van zijn financiële soevereiniteit moeten inleveren.