Euthanasie-tragikomedie verfilmd

Peter Tuinman speelt de dokter, Wilbert Gieske de man die snel sterven wil: dezelfde spelers als in het toneelstuk werken nu aan de film De Goede Dood. Bezoek aan de set.

Bernhard gaat dood, maar het gaat hem niet snel genoeg. Zijn bevriende huisarts moet hem erbij helpen. Morgen zal deze euthanasie plegen. Nog één laatste avond spendeert Bernhard met de arts, zijn vrouw, broers en dochter in zijn eigen huiskamer. De personages gaan allemaal op hun eigen manier om met de naderende dood van hun geliefde. Bernhard zit op de bank onder een deken, de familie heeft zich rondom hem verzameld en voelt het einde van de hoofdpersoon steeds dichterbij komen.

Dit aangrijpende verhaal was de plot van het tragikomische toneelstuk De Goede Dood, dat in 120 voorstellingen gezien werd door 65.000 toeschouwers. Regisseur Wannie de Wijn schreef het scenario van het succesvolle stuk over euthanasie en vertaalde het naar een speelfilm, met de originele cast. Wilbert Gieske speelt de zieke Bernhard, Will van Kralingen zijn aanstaande weduwe.

De woonkamer van het prachtige vrijstaande huis in Aerdenhout is eigenlijk niet groot genoeg. De crew schuift constant heen en weer met meubels, om ruimte te maken voor de acteurs en camera’s. „Ik heb aan een vriend gevraagd of ik zijn huis mocht lenen”, zegt producent Pim Wallis de Vries. Hij voelt zich er nu wel een beetje schuldig over. Alles is overhoop gehaald. Fotolijstjes moesten van de muur en vervangen door (jeugd)foto’s van de acteurs. De ramen van het huis zijn afgeplakt, want het verhaal speelt ’s avonds.

Het thema euthanasie is duidelijk beladen, zo blijkt uit de constante concentratie van de acteurs op de set. „Waarom worden we niet gek?’’, vraagt regisseur Wannie de Wijn zich af. Hoe kan een mens leven met de wetenschap dat een naaste er morgen niet meer is? „We kunnen tegenwoordig over de dood beschikken, maar daar is onze ziel nog helemaal niet aan toe”, vindt De Wijn.

De acteurs spelen een emotionele scène. De zieke hoofdpersoon Bernhard (Wilbert Gieske) zit met een dekentje op schoot op de bank, hij heeft pijn. Zijn jongste broer (Hans Thissen) is autistisch en stelt steeds de vragen die iedereen wel zou willen stellen, maar niet durft. Hij wil weten wat er gebeurt als je dood bent. „Als je dood bent, is het zwart”, denkt Bernhard. Zijn andere broer, gespeeld door Huub Stapel, is een arrogante zakenman en reageert geïrriteerd op de kinderlijke vragen van zijn autistische broer. „Nu even allemaal op je eigen eilandje spelen, dit overkomt je”, instrueert regisseur De Wijn de spelers voor de volgende scène. De familie zingt gezamenlijk de lievelingsmuziek van Bernhard. Nooit eerder regisseerde De Wijn een film, maar naast hem staat cameraman en regisseur Lex Brand, die hem goed aanvult. „Ik ben een theaterregisseur en heb niet zoveel verstand van film”, zegt De Wijn. „Maar ik doe dit met veel enthousiasme.”

Aan het oorspronkelijke verhaal heeft De Wijn niet veel veranderd en ook de belangrijke rol die humor en muziek in het theaterstuk spelen, trekt hij door naar de filmversie. „Maar bij film bepaal je veel meer de focus van je publiek, kleine details waar ze op moeten letten.”

Na 120 voorstellingen op het toneel is een huiskamer een grote omschakeling voor de cast. „Je speelt nu echt voor elkaar en niet voor een groot publiek. Dan zitten er opeens vijfhonderd man rond je sterfbed”, vertelt hoofdrolspeler Wilbert Gieske. „Na de voorstelling kregen we altijd veel emotionele reacties uit het publiek, veel mensen hebben ervaring met dit thema, euthanasie.”

Hetzelfde geldt voor bijna de hele crew en cast. Zo ook producent Pim Wallis de Vries en actrice Will van Kralingen. Hun vriend en theatermaker Lodewijk de Boer liet in 2004 euthanasie plegen. „We waren samen in het verpleeghuis. Mensen lachten, huilden en dronken door elkaar. Het inspireerde tot het maken van het toneelstuk en nu ook de film”, zegt Wallis de Vries.

Ook voor Peter Tuinman, die de huisarts speelt, raakt de thematiek zijn eigen leven. Zijn vader liet euthanasie plegen. „Het is een rotklus”, weet hij uit gesprekken met artsen: „Eigenlijk is het niet iets wat een dokter zou moeten doen, het gaat volledig tegen de eed in.” Door de gesprekken kreeg hij een beter beeld hoe het moet zijn. „Een huisarts liet me een klein doosje zien met de nodige middelen voor de euthanasie. „‘Dit is het’, zei hij. Dat was heel ontnuchterend, dan is er niks romantisch meer aan.”

De opnames van ‘De Goede Dood’ duren nog tot 18 juli. De film komt in het voorjaar van 2012 in de bioscoop.