Een uitvinder bij toeval die weigerde op te geven

Twee pony’s trekken stapvoets een constructie voort. Een huifkar, met een tussen de kanten gespannen zeildoek als bodem. Het rust zachtjes op de paardenruggen. In het doek ligt een meervoudig gehandicapt jongetje. Hij krijst van plezier. Het ‘huifbed’ op de Manege Zonder Drempels in Bennekom: levenswerk van Johan Roelofsen.

Hij was altijd melkboer geweest in Wageningen. Daar bedacht hij een stempelkaart voor zijn klanten. Wie een luxeproduct – allesbehalve gewone melk – kocht, kreeg een stempel. Een volle kaart betekende een ritje op zijn pony.

Daarbij viel één kind steeds buiten de boot. Een jongetje met een ernstige meervoudige handicap kon zijn romp niet stilhouden, waardoor paardrijden onmogelijk was. Anja van Velsen, vanaf de oprichting werkzaam op de Manege Zonder Drempels: „Dat raakte hem. Johan begon meteen zitjes te ontwerpen, zodat het jongetje toch mee kon.”

Dat ging snel. Van een zeiltje dat werd getrokken door de pony via allerlei constructies naar het eindresultaat: het huifbed. De uitvinding bleek ook een therapeutische uitwerking te hebben op lichamelijk gehandicapte kinderen. De paardenruggen geven via het zeildoek een natuurlijke massage, waardoor de spastische kinderen een zeldzaam moment van ontspanning beleven. De enthousiaste reacties veranderden Roelofsens leven.

Hij deed de melkzaak van de hand en kocht de manege in Bennekom. Er kwamen een binnen- en buitenbak, meer paarden, extra huifbedden, twee enorme gastverblijven voor grote groepen gehandicapte kinderen. De gasten komen nu uit het hele land. Er worden zo’n negenduizend ritjes per jaar gemaakt. Johan, zegt Anja van Velsen, „was een hoofd vol ideeën. Beet zich erin vast als een terriër. Als het ene idee nog niet klaar was, moest het volgende alweer af zijn. Hij wilde altijd meer.”

Waar het geld vandaan kwam, is Wout van der Garde, tegenwoordig voorzitter van de Manege Zonder Drempels, nog altijd een raadsel. Roelofsen vroeg amper een bijdrage van de ouders; geen drempels op zijn manege. Subsidie kreeg hij nooit. Van der Garde: „Dan bedacht Johan weer wat. Haalde iemand over om geld te storten. Hij had een charisma van hier tot Rusland.”

Vijf jaar geleden stopte Roelofsen met werken. Hij leed al jaren aan longemfyseem. Tegen het einde van zijn leven werd ook nog longkanker geconstateerd. Soms reed hij nog een rondje met het huifbed. Van der Garde: „Dan zette hij het paard om de paar meter stil. Zogenaamd voor de gezondheid van het dier of het kind dat meereed. Maar eigenlijk kon zijn eigen lichaam het niet meer aan.” Van Velsen: „Johan weigerde op te geven.”

Op 29 mei 2011 overleed de uitvinder van het huifbed, hij werd 78 jaar. Tekenend vindt Anja van Velsen de laatste woorden die hij tegen haar zei: „Volgende week spring ik weer over een sloot.”

Enzo van steenbergen