Eco en toch sexy

HaKa is een kringloopkantoor gemaakt met ex-gedetineerden en een berg lompen.

SONY DSC

De keuken is gemaakt van glasplaten uit een kas, de wanden van de vergaderzaal bestaan uit allemaal verschillende deuren en in het auditorium is de twintig meter lange akoestische wand gemaakt van 8.000 kilo tweedehands kleding. Allemaal gesorteerd en gestapeld door oud-gedetineerden, die hier werkten in het kader van de reclassering: drie uur milieubewust lompen sorteren, stond gelijk aan één dag minder straf. Alles in dit ‘kringloopkantoor’, dat is genomineerd voor de Dutch Design Awards, is aan zijn tweede leven bezig. Minstens.

Dit is het HaKa-gebouw, een van de vele leegstaande knoeperds in het oude havengebied van Rotterdam. Architect Hermann Mertens ontwierp het in 1932 voor de HandelsKamer, een coöperatieve handelsvereniging die was opgezet om de arbeider van toen van goede, betaalbare levensmiddelen te voorzien. Het gebouw werd ook gebruikt voor de overslag van graan en andere goederen. Die werden aan de achterkant per schip aangevoerd, in twee silo’s opgeslagen en via treinen en later vrachtwagens aan de voorkant doorgevoerd.

Maar de haven trok weg en twintig jaar lang namen krakers en kunstenaars de plaats in van de arbeiders. Nu ondergaat het HaKa-gebouw een transformatie als onderdeel van de 1.600 hectare grote ‘Stadshavens’. Hier, in de Merwe Vierhavens, moeten vijf- tot zesduizend woningen komen en diverse innovatieve bedrijven op het gebied van energie en water.

Het HaKa-gebouw moest een toonbeeld van duurzaamheid worden. Het Rotterdamse bureau Doepel Strijkers Architects kreeg opdracht de begane grond in te richten. Niet alleen het interieur, ook het businessmodel is aangepast aan de nieuwe ecologische en maatschappelijke agenda van het HaKa-gebouw. Doepel: „Dit is een ‘regelluwe’ zone in de stad, en beheerder Urban Breeze heeft besloten de huren te koppelen aan de omzet van de bedrijven die erin komen, om starters een kans te geven.”

De ene helft is voorlopig kantoor en wordt straks, als de bovenverdiepingen klaar zijn, restaurant. De andere helft is een ruimte voor wisselende tentoonstellingen en een auditorium, met een podium en banken van sloophout. De receptie is een luchtige constructie van latten die normaal gesproken onder dakpannen liggen. Over de hele lengte is de grote ruimte van 1.000 vierkante meter verlicht met vertikaal hangende tl-buizen in wit en oranje. Het ziet er allemaal stoer uit, op het ruige af, maar toch ook elegant. Dit is het nieuwe duurzame design: eco en toch sexy – zolang je tenminste van het sloophout geen splinters krijgt.

„We noemen dit het recycle office”, zegt Duzan Doepel. „We hebben niet eerst een ontwerp gemaakt en gezegd: die en die materialen moeten we gaan kopen. Het ging andersom: we hebben eerst samen met Otto Friebel van afvalbedrijf Van Gansewinkel en Cor Luijten van de gemeente uitgezocht wat er aan sloopmateriaal hier in de omgeving beschikbaar was, en zijn daarmee gaan ontwerpen. Als je zo werkt maak je meer een plan dan een uitgewerkt ontwerp.” Zo waren ze van plan geweest om het podium van deuren te maken, maar dat ging op het laatste moment niet door, vertelt Doepel: „Het pand waar die uit zouden komen was gekraakt en de slopers kwamen er niet in.”

Regelluw

De uitvoering heeft langer geduurd dan bij een conventioneel interieur van die omvang, zegt Eline Strijkers. „We moesten de materialen eerst zoeken en dan geschikt maken, bijvoorbeeld het afzagen van de planken of het sorteren van de lompen. Dat betekent dat je als opdrachtgever je geld anders uitgeeft: er gaat minder naar materialen en meer naar mensen. De ontwerpen moesten simpel uit te voeren zijn, met details die zich steeds herhalen. Want de tien tot vijftien mannen die hier als onderdeel van hun reïntegratie kwamen werken, waren natuurlijk geen geleerde timmerlieden. Het is juist de bedoeling dat het een arbeidsintensief proces is. Ze leren meer dan bij het schoffelen van plantsoenen, maar het duurt langer.”

Strijkers was nieuwsgierig of het gebruik van sloopmaterialen daadwerkelijk milieuwinst oplevert. „Volgens berekeningen van de gemeente zitten we goed wat betreft het besparen op CO2-uitstoot, omdat we gebruik maakten van bestaand bouwmateriaal dat weinig bewerkt is.”

En de sociale winst, is die te meten? „Als ik eerlijk ben waren de meeste oud-gedetineerden niet heel gemotiveerd”, zegt ze. „Dit is natuurlijk wel wat anders dan de berm schoffelen. Hoezo kleren op kleur leggen? En er waren een paar ook nog kleurenblind.”

tekst Tracy Metz foto’s Ralph Kämena