De tien tijdvakken zijn al deel van het examen

Piet de Rooy c.s. schetst een karikaturaal beeld van het geschiedenisonderwijs in Nederland (Opinie, 12 juli). Er zou een stammenstrijd zijn, waarbij de invoering van de ‘tien tijdvakken’ wordt tegengewerkt. Een onjuiste conclusie. De tijdvakken vormen een vast onderdeel van het examenprogramma. Eigenlijk zou De Rooy vanuit zijn emeritaat mogen genieten van het succes. Waarom uit hij dan toch zijn frustratie? De Rooy heeft last van hardnekkige vooroordelen, die wel vaker losgelaten worden op het geschiedenisonderwijs. Het is een misvatting dat geschiedenisleraren zich alleen bezighouden met twee eindexamenonderwerpen en dat leerlingen „niets” weten van de rest.

Vervolgens zet De Rooy een karikatuur neer van het centrale examen. Waarom besteedt een leraar één uur correctietijd aan het examenwerk van een vwo-kandidaat? Toch niet omdat de antwoorden zo eenduidig zijn? Geschiedenis is geen exact vak. Examenmakers en leraren zijn zich daarvan bewust. Het is niet zo dat toetsenmakers een examenvraag pas deugdelijk vinden als er maar één goed antwoord mogelijk is. Wel moet een examen valide zijn. Vragenmakers moeten weten waarover ze vragen kunnen stellen. Leraren en leerlingen willen weten waarop ze zich kunnen voorbereiden. Daarom worden de tijdvakken voorzien van wat inhoudelijke uitwerking. Dit is geen slinkse poging om weer ‘willekeurig’ gekozen thema’s binnen te loodsen. Vanaf 2015 gaat het Centraal Examen over de tien tijdvakken en dus over de hele – Europese – geschiedenis.

Maas van Egdom

Voorzitter Vereniging van Geschiedenisdocenten (VGN)