De schutting is moeilijk te weerstaan

In een ecologische wijk in Culemborg zijn hoge schuttingen niet toegestaan. Maar er zijn er inmiddels wel een paar. „Ik vind het fijner als de tuin privé is.”

Links wordt de achtertuin van Sandra Wormgoor begrensd door een aflopende beukenhaag. Rechts groeien druivenranken tegen een hek, ernaast braamstruiken tot kniehoogte. Als het groen te dicht wordt, snoeit de vriend van Sandra het weer open. Want ze willen graag een gevoel van ruimte hebben. En hun buren hebben ook een mooie tuin. Sandra Wormgoor woont met haar vriend in een duurzame wijk in Culemborg. Kant-en-klare houten schuttingen zijn er niet toegestaan. Privétuinen gaan geleidelijk over in gezamenlijk groen.

Vorig jaar reageerde Sandra Wormgoor op een artikel in deze krant over schuttingen. Er stond in dat de gemiddelde schutting in Nederland steeds hoger wordt en dichter. Wormgoor, docent Engels en Nederlands, schreef: je kunt ook fijn wonen zonder je tuin te ommuren. Zoals in Culemborg, waar elf jaar geleden de bouw van de wijk EVA Lanxmeer van start ging. De meeste woningen hebben er een ruime privétuin en daarnaast een gezamenlijke tuin of hof. Maar ook al staat in de wijkregels dat het niet mag, inmiddels staan ook in deze buurt de eerste hoge schuttingen.

Wormgoor zou zelf nooit een schutting willen, maar ze snapt de mensen die dat willen wel een beetje. „Nederland is klein en vol. Ik denk dat mensen na een drukke dag graag het idee hebben dat ze even geen contact hoeven te maken.” Zelf heeft ze daar helemaal geen last van. Ze maakt graag een praatje met de buren. Als ze een buurman die weinig thuis is in de tuin hoort scharrelen, gaat ze er meteen op af. „Even contact leggen, bijpraten.” Ze ziet haar buren als vrienden met wie het niet nodig is af te spreken.

Eerder woonde ze in Utrecht. Ze groette er de mensen die ze elke dag in haar straat tegenkwam, maar sommigen groetten haar niet terug. „Ik had de indruk dat ze bang waren dat ik me aan hen vast zou klampen. Maar dat wilde ik natuurlijk helemaal niet.”

In de wijk waar zij nu woont, worden nog steeds nieuwe woningen opgeleverd. Toen ze meer dan tien jaar geleden intekende voor een huis hier, mocht ze samen met de aanstaande buren een workshop volgen – ideeën voor het inrichten van tuinen. Zij werden goed begeleid. Dat is bij de nieuwste bewoners een stuk minder, zegt Wormgoor. „Het is heel anders als je bij de bezichtiging van de makelaar hoort: ‘Oh ja, het is hier trouwens ook ecologisch’.”

In het midden van de wijk ligt een appel- en perenboomgaard. Aan de andere kant daarvan ligt het Diet Kramerhof, met eengezinswoningen in rood, geel en blauw. Deze straat is later, bijna vijf jaar geleden, opgeleverd. Een hoekhuis is aan de zijkant volledig afgeschermd door een hoge, houten schutting. Aan de achterzijde is de tuin wel open, met uitzicht op het groen.

In dat hoekhuis woont Esther Krak. De schutting stond er al toen zij en haar vriend in het huis kwamen wonen, de projectontwikkelaar had bedacht dat de mensen die hun tuin aan het fietspad hadden, wel behoefte aan privacy zouden hebben. En in het geval van Esther klopt dat. „Ik vind het fijner als de tuin privé is, bovendien hebben de buren een hond.” Het compromis met haar vriend, die graag ver wil kunnen kijken, is dat de korte kant van de tuin wél open is gelaten. Krak vertelt dat ze van meer mensen heeft gehoord dat ze liever een schutting tussen de huizen zouden willen. „Kinderen rennen alle tuinen door, dan zit je toch anders in je huiskamer.”

In dezelfde straat wonen twee zussen met hun gezinnen naast elkaar. Tussen de woningen hebben ze hoge rekken met klimop laten begroeien. Op ooghoogte zijn twee uitsparingen opengelaten, als ramen in een groene muur. De zussen kunnen zo contact leggen, maar hun honden niet. „En”, zegt een van de twee, „ik hoef mijn zus niet élke dag te zien.” Aan de andere zijde is het groen helemaal dicht. Dicht bij het huis staat een stuk schutting van gevlochten wilgentakken. Dat was oorspronkelijk tot boven ooghoogte, maar is inmiddels ingezakt tot de schouders. „Dit was een idee van de buren”, zegt de jongste zus. „Die zijn wat meer met het milieu bezig dan wij.” Als de schutting wordt vervangen, willen zij en haar man hem graag hoger. Ze heeft niet voor het ecologische en open karakter van de wijk gekozen, maar voor de grootte van het huis.

Enkele huizen verderop woont Lieve Verhelst met haar man en kinderen. Zij noemt zich één van de „radicalere” bewoners. Eigenlijk wilde ze één van de drie zogeheten ‘onderlandwoningen’ kopen in de buurt. Die liggen verscholen in een heuvel, daglicht komt alleen binnen via een patio en enkele ramen aan de buitenkant van de heuvel. Toen het Lieve en haar gezin niet lukte zo’n woning te bemachtigen, kozen ze voor een wat gewonere, blauwe eengezinswoning in dit hof.

Zij en haar man schrokken zich rot toen „binnen een week na de oplevering” de eerste manshoge rekken met klimop werden geplaatst in het straatje, waarmee het zicht op andere tuinen volledig werd afgeschermd. De meeste voortuinen werden geen gezamenlijk groen, zoals ze had gehoopt, maar traditionele lapjes gras, omlijst door een heg.

Toch is ze niet teleurgesteld over haar wijk. Ze vindt het interessant om tussen verschillende soorten mensen te wonen die je wellicht kunt „meenemen in experimenten”. Iemand zei over haar tuin: „Het was niet in me opgekomen dat het ook zo kan.” Met haar directe buren werd ze het eens over het open karakter van hun voor- en achtertuin. Ze plaatsten rechtopstaande palen met veel tussenruimte als erfafscheiding. In de voortuinen legden ze zandheuvels aan waarop de kinderen kunnen spelen. Ze vindt het jammer dat haar uitzicht al één tuin verderop stopt, maar ze heeft ontdekt dat het „eigenlijk heel natuurlijk is om beschutting om je heen” te creëren. Want de eerste jaren, toen alle tuinen nog kaal waren, zaten zij en haar man niet graag in de tuin aan tafel. „En nu wel.”