Bankexamen: 8 gezakt, 16 met een taak

Vijf Spaanse, twee Griekse en een Oostenrijkse bank zakten voor een financieel examen. Zestien banken scoorden op het randje. Hoe relaxed was de nieuwe stresstest?

Eén onvoldoende meer, van zeven naar acht. Dat is de belangrijkste uitkomst van de stresstest die de Europese Bankautoriteit gisteren presenteerde. Voor het tweede jaar achtereen kregen Europese banken opdracht sombere economische scenario’s los te laten op hun balansen. De exercitie was een herexamen voor de test van vorig jaar.

Vorig jaar slaagden 84 van de 91 banken. De test werd door politici en beleggers weggehoond: te mild, te relaxed. Het moest opnieuw. In het midden van de eurocrisis moest duidelijk worden hoe gezond de Europese banksector was.

Dit jaar slaagden 82 van de 90 banken, bijna evenveel als vorig jaar. Opnieuw een relaxtest?

Toezichthouders als De Nederlandsche Bank beweren dat de test geen aanfluiting is, maar duidelijk maakt of banken „weerbaar zijn tegen onwaarschijnlijk, maar plausibel” economisch onheil. De test deugt, zeggen ze. Maar dat zeiden de toezichthouders ook toen vorig jaar de resultaten bekend werden. Natuurlijk moet je kritisch kijken, zei een bestuurder van een Europese centrale bank toen. „Je kan ook te kritisch zijn. Als je je hamer maar groot genoeg maakt, sla je alles stuk.” Maar de hamer kan ook te klein zijn en dan mis je. Na de publicatie vorig jaar, ook in juli, bezweken twee Ierse banken die wel de test hadden doorstaan.

Per land stelden de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank sombere scenario’s op, die niet strenger lijken dan in 2010. Voor Nederland werd toen uitgegaan van het uitblijven van economische groei in 2010 en krimp van 1 procent in 2011. De werkloosheid liep op tot 5,5 en 7 procent. De huizenprijs daalde twee jaar achter elkaar met 10 procent. Deze keer is het Nederlandse scenario milder. De economische krimp is forser (0,7 procent dit jaar, 0,8 volgend jaar), maar de werkloosheid is lager (4,8 en 5,9 procent) en de huizenprijs daalt minder hard (3,5 en 4,9 procent).

Sommige landenscenario’s lijken zelfs minder zwartgallig dan de werkelijkheid. Neem Griekenland. Daar wordt in het sombere scenario uitgegaan van een werkloosheidpercentage van 15,2 procent dit jaar. Afgelopen maand maakte het Griekse bureau voor de statistiek bekend dat al 16,2 procent van de beroepsbevolking zonder baan zit.

De vorige stresstest werd niet serieus genomen, omdat er niet gekeken werd hoeveel risico banken liepen in Europese probleemlanden. Banken hoefden alleen de staatsobligaties die ze wilden doorverkopen licht af te waarderen. Maar de meeste obligaties houden ze aan tot het einde van de looptijd. En die hoefden ze vorig jaar niet af te waarderen.

Dat is nu rechtgezet. Banken moeten alle obligaties meewegen. De test lijkt dus strenger. Maar de Europese toezichthouders waren niet bereid te kijken of de banksector een Grieks faillissement aankan. Ze vreesden dat een hypothetisch faillissement de werkelijke ondergang dichterbij brengt. Markten kunnen schrikken als toezichthouders en de ECB een Griekse ondergang realistisch achten. Er werd dus gekozen om de waarde van Griekse obligaties met 36 procent te verlagen. Stevig, maar tegelijkertijd houden economen rekening met een verlies van 60 procent op de Griekse schuld. Dan pas zou de schuldenlast volgens hen te dragen zijn.

Ook deze stresstest beantwoordt niet de vraag die al weken boven de markt hangt. Europese banken zouden zoveel belangen in elkaar hebben dat elk overzicht laat staan inzicht ontbreekt. Nederlandse banken hebben niet veel Griekse obligaties, ABN Amro bezit er zelfs geen, maar ze hebben wel belangen in andere Europese banken. Die banken kunnen weer belangen hebben in andere banken die wél tot over hun oren in schuldpapier van probleemlanden zitten. Europese leiders, onder wie de Nederlandse minister van Financiën De Jager, denken dat een Grieks faillissement geen desastreuze kettingreactie ontketent.

De stresstest kijkt alleen hoe individuele banken ervoor staan. De som van die resultaten schetst volgens toezichthouders een beeld van de hele sector, maar een analyse van de onderlinge verbanden wordt niet gemaakt. Toezichthouders zeggen dat ze dat wel zouden willen doen, maar dat het bijzonder lastig te meten is. Daarmee bieden de resultaten op een cruciaal moment geen antwoord op de cruciale vraag: zorgt een Grieks faillissement voor een Europese bankencrisis, zoals de Europese Centrale Bank vreest? Donderdag praten EU-leiders op een top in Brussel over de Griekse schuldencrisis.

Duidelijk is dat acht banken zijn gezakt. Vijf Spaanse, twee Griekse banken en één Oostenrijkse bank bleken niet genoeg kernkapitaal te hebben om een volgende crisis overleven. Gezamenlijk komen ze 2,5 miljard euro tekort aan reservekapitaal. Ze hebben nu drie maanden de tijd om een plan in te leveren bij hun centrale bank hoe ze kapitaal gaan aantrekken om weer aan de eisen te voldoen. Eind dit jaar moeten deze acht banken hun balans op orde hebben. Maar ook de zestien banken in Cyprus, Duitsland, Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Slovenië die maar net geslaagd zijn voor de test moeten binnen drie maanden duidelijk maken hoe ze meer kapitaal gaan aantrekken.

Mocht er weer kritiek komen dat de test niet streng genoeg was, dan heeft de Europese Bankautoriteit daar al op geanticipeerd. Onder druk van de stresstest hebben twintig Europese banken in de eerste vier maanden van dit jaar in totaal 100 miljard aan extra kapitaal aangetrokken, zei EBA-voorzitter Andrea Enria in een toelichting. „Hadden ze dat niet gedaan, dan waren ook zij gezakt.”