Arts als spion slecht idee in de jacht op Bin Laden

O ver de gevaren van vaccinaties doen de wildste verhalen de ronde, zeker in een land als Pakistan. Een paar jaar geleden meldde de BBC dat een inentingscampagne tegen polio op een groot probleem was gestuit in het noordwesten van dat land. Ouders geloofden dat het vaccinatieprogramma een Amerikaans complot was om hun kinderen onvruchtbaar te maken. Op de radio hadden lokale geestelijken het verhaal verspreid dat joden en christenen op deze manier de bevolkingsgroei van moslims wilden remmen. Die complottheorie sloeg aan – en zo bleven 160.000 kinderen verstoken van een prik die hen tegen de ernstige ziekte kon beschermen.

Uit het islamitische noorden van Nigeria is net zo’n verhaal bekend. Ook daar wakkerden mullahs het gerucht aan dat de vaccinatiecampagne tegen polio een westers complot was. Het leidde er uiteindelijk toe dat geïnfecteerde pelgrims de ziekte meenamen naar Mekka en haar daar verder verspreidden.

Deze week werd bekend dat de CIA aan dit soort misdadige kletspraat extra geloofwaardigheid heeft verleend. De Amerikaanse geheime dienst blijkt bij de jacht op Osama bin Laden een kleine vaccinatiecampagne opgezet te hebben, met als enig doel de verblijfplaats van de terroristenleider te kunnen vaststellen. Het moet een vernuftig plan hebben geleken – maar het kan grote schade aanrichten.

Toen de Amerikanen het sterke vermoeden kregen dat Bin Laden zich schuilhield in de Pakistaanse stad Abbottabad, zochten ze naar een manier om vast te stellen dat hij inderdaad de bewoner was van het huis dat ze op het oog hadden. Ze vonden een Pakistaanse arts bereid een campagne op te zetten voor gratis vaccinatie van kinderen tegen hepatitis B. Onder deze dekmantel zou de arts aan het DNA van de kinderen uit het bewuste huis kunnen komen. In de VS zou dit DNA vervolgens vergeleken worden met dat van een zus van Bin Laden, die vorig jaar in Boston was overleden. Zo konden de Amerikanen zich ervan vergewissen dat ze de juiste man in het vizier hadden vóór ze hun riskante commando-operatie tegen hem begonnen.

Voor zover bekend heeft het plan niet gewerkt. De arts of een verpleegkundige zou wel het terrein op zijn geweest, maar Bin Laden niet hebben gezien en ook geen DNA van een familielid te pakken hebben gekregen. Toen de Navy Seals in de nacht van 1 op 2 mei het huis bestormden, wisten ze niet zeker of ze wel aan het goede adres waren.

Maar ze zaten goed. De man die in zijn slaapkamer op de tweede verdieping werd doodgeschoten, bleek inderdaad Bin Laden. Dat werd naderhand onder meer via DNA-vergelijking vastgesteld, en ook door Al-Qaeda bevestigd. De CIA en de Seals hadden een knap staaltje werk geleverd. De regering-Obama kon tevreden zijn.

Nu werpen de nepvaccinaties een lelijke smet op de operatie. Blijkbaar kan een vaccinatiecampagne inderdaad stiekem een ander doel dienen. Blijkbaar kan inderdaad de CIA erachter zitten. De Amerikahaters die zulke verhalen al jaren verspreiden, hadden zich geen betere steun in de rug kunnen wensen. Het vertrouwen dat artsen en verplegers nodig hebben om hun werk te kunnen doen, zeker bij vaccinaties, is hierdoor ondergraven – in de eerste plaats in Pakistan, maar mogelijk ook elders.

Wat het allemaal extra pijnlijk maakt, is dat Obama het stimuleren van vaccinatie juist een belangrijke plaats had gegeven in zijn poging de banden met de islamitische wereld te herstellen. In 2009 kondigde hij in zijn befaamde toespraak in Kairo aan, samen met islamitische landen een nieuwe poging te willen wagen om polio uit de roeien. Besefte men bij de CIA niet dat deze undercoveractie vaccinatiecampagnes verdacht kan maken, in de ogen van een toch al achterdochtige bevolking?

Waarschijnlijk heeft de inlichtingendienst dat risico op de koop toe genomen. „Als we niet dit soort creativiteit hadden getoond”, zei een Amerikaanse functionaris donderdag in The Washington Post, „dan had men zich afgevraagd waarom we niet alles uit de kast hebben gehaald om Bin Laden te vinden”.

Achteraf praten is altijd makkelijk, maar een argumentatie die erop neerkomt dat het doel de middelen heiligt is altijd gevaarlijk. In 2008 bevrijdde het Colombiaanse leger met een list een groep gijzelaars, onder wie de voormalige presidentskandidaat Ingrid Bentancourt, uit handen van de rebellenbeweging FARC. Ten minste één van de officieren droeg bij die operatie een trui met het embleem van het Rode Kruis. Na protest van het Internationale Rode Kruis in Genève, dat betoogde dat het zijn werk niet kan doen als zijn neutraliteit in opspraak wordt gebracht, bood toenmalig president Uribe zijn excuses aan. De kans dat Obama zijn voorbeeld volgt, is niet groot. Maar hij kan op zijn minst zeggen dat dit nooit meer mag gebeuren.

Juurd eijsvoogel