Valse opwinding

Het mag stilaan wat minder met de nationale netelkoorts rond de val van Johnny Hoogerland. Ik weet wel: prikkeldraad spreekt tot de verbeelding in het boerenland, maar je kan als wielernatie niet blijven zeuren over een paar hechtingen.

Overigens, die bolletjestrui was een incident. Johnny heeft wel de rampenwinst binnen: straks koning van de criteriumcarrousel. En Yerseke staat ook weer op de kaart. Het voornemen een hap prikkeldraad te laten veilen, is dan weer te sentimenteel en te mercantiel voor een lijdensverhaal. Het verpoedelt de renner met het grote strijdershart. Het is eigenlijk karaktermoord.

Hoogerland is niet het enige slachtoffer in deze epileptische Tour. Het eindeloze repetitio van de vraag hoe hij de dag is doorgekomen, is daarom pathetisch. Het maakt niet meer uit voor de local hero. Echte Zeeuwen houden hun inborst trouwens geheim.

Pijnlijker is het falen van Robert Gesink. Hij die dit jaar alles op de Tour de France had gezet, kwam in Luz-Ardiden ruim een kwartier na de favorieten over de streep. Al in de eerste bergetappe, op de Tourmalet, ging het licht uit. Hij vluchtte later weg in het krakende excuus van vage napijn en ontreddering wegens eerdere valpartijen.

De woorden waren ijler dan berglucht.

Het zal wel dat er nog een en ander schuurt in het grote, ranke lijf, maar zonder hongerklop of diarree laat een potentiële Tourwinnaar zich niet op een kwartier fietsen. Dan is er iets anders aan de hand.

Sommigen hadden het over mentale brouille. Er is het afgelopen jaar wel enig verdriet over de Achterhoeker heen gegaan. Maar juist dan is een hectische Tour een betere, helende plek dan de Achterhoek, waar piekeren een tweede natuur is.

De harde conclusie is onontkoombaar: Robert Gesink is geen Tourwinnaar. Hij kan de druk niet aan.

Misschien is het ook podiumangst.

De hele Raboploeg was rond hem gebouwd. Iedereen knecht, of toch waterdrager. Niet eens een schaduwkopman. Een zware last voor wie niet geoefend is in leiderschap. En ook nog het instrumentele gezag van een hork mist. Zouden het niet de hoge verwachtingen zijn die hem de benen hebben afgesneden? Ik vrees dat de Tour altijd te groot zal zijn voor de getalenteerde slungel uit Varsseveld.

Niet dat hij er zelf om gevraagd had, maar zijn entourage is ook te lief. De ploegleiders van Rabobank hadden alleen maar medelijden met de gevallen kopman. Ze borduurden op televisie alleen nog weeë, zalvende teksten rond de mysterieuze terugval. Dat had Peter Post wel anders gedaan – oerploegleider die nooit met een fluwelen mond sprak.

Genadeloos voor talent.

De Rabo’s worden aangestuurd door een mix van halve intellectuelen en bidprentjes. Er zit geen straatvechter bij. Het was gênant zoals Adri van Houwelingen het falen van Gesink bij Mart Smeets in- en toedekte.

Kleffe muzak van troost en hoop. Smartlap per tractor.

Er valt Gesink weinig te verwijten. Zijn ‘wanprestatie’ is geen drama. Hij blijft een begenadigd klimmer, maar een Tourwinnaar is hij niet. So what? De angelieke schoonheid van Andy Schleck heeft hij ook niet. Een connaisseur als Erik Breukink had dat kunnen weten.

Anders dan sprinters willen klimmers een zekere mate van onzichtbaarheid creëren. Robert Gesink is door Rabobank te lang in de etalage gezet. Alberto Contador heeft daar ook last van. De slimmigheid van de Schleckjes is dat vrijwel niemand het geluid van hun stem kent. Drie weken in het jaar betreden zij de wereld als engelen, en vervolgens keren ze terug naar jacht en visvangst.

Niks druk.