Twaalf onveilige bedrijven

Tot tweemaal toe heeft de politie recentelijk de directie en andere leidinggevenden van het bedrijf Chemie-Pack aangehouden. Zij worden ervan verdacht bij hun bedrijf dermate roekeloos met gevaarlijke stoffen te zijn omgegaan dat volgens het Openbaar Ministerie wellicht sprake is van opzettelijke brandstichting. Het gaat hierbij om de beruchte brand die op 5 januari van dit jaar in Moerdijk uitbrak. Ook geldt jegens de bedrijfsleiding de verdenking dat ze met de opslag van gevaarlijke stoffen in strijd met de milieuvergunning heeft gehandeld en dat ze onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen.

Of de verdenkingen van het Openbaar Ministerie standhouden en tot een veroordeling van de betrokkenen bij de rechter leiden, moet worden afgewacht. Maar hopelijk hebben de arrestaties wel het management van andere bedrijven die als risicovol gelden de nodige schrik op het lijf gejaagd. Dat kan zeker geen kwaad, nu uit een inventarisatie van staatssecretaris Joop Atsma (Milieu, CDA) is gebleken dat de veiligheid bij 12 van 27 onderzochte bedrijven niet in orde is. Het gaat hierbij om bedrijven die als „de meest risicovolle” gelden en die op basis van een ‘veiligheidsbeheersysteem’ maatregelen dienden te treffen. Dat ze die onvoldoende hebben genomen, is al in 2009 of 2010 gebleken; bij een dit jaar uitgevoerde ‘quickscan’ bleken de bedrijven nog steeds tekort te schieten.

Bij 351 andere bedrijven waar ten minste tien ton gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen, kon in 146 gevallen niet worden aangetoond dat er een goedgekeurde brandbeveiligingsinstallatie aanwezig was. Ook deze inventarisatie geeft te denken. In elk geval bij Atsma en zijn collega’s in het kabinet, die nu in een brief aan de Tweede Kamer erkennen dat „de rijksoverheid inspanningen zal moeten doen om de borging van de veiligheid bij majeure risicobedrijven te verbeteren”. Het is wel de vraag of dit voornemen niet haaks staat op de in het regeerakkoord overeengekomen vermindering van regels en inspecties (inclusief een ‘inspectievakantie’), alsmede een verplichte automatische verlening van een vergunning als de overheid daarover te laat heeft beslist.

Vanzelfsprekend is het op de eerste plaats een verantwoordelijkheid van bedrijven om hun veiligheidssituatie op orde te hebben. Maar uit de onderzoeken die Atsma heeft laten uitvoeren, blijkt ook de noodzaak van strenge overheidscontrole. In het belang van werknemers en omwonenden. Sancties als dwangsommen en tijdelijke bedrijfssluiting hoeven daarbij niet te worden geschuwd. Zij zijn nog altijd te prefereren boven een vuurzee als in Moerdijk, die tot gevolg heeft gehad dat de bedrijfsleiding in een politiecel zit.