Turkije belooft Koerden wraak

Dertien Turkse soldaten en zeven Koerden stierven gisteren onder onduidelijke omstandigheden. Hoe dan ook heeft de Turkse premier Erdogan zijn verzoenende toon laten varen.

Wat gebeurde er gistermiddag in de dichte bossen van Silvan, in het zuidoosten van Turkije? Wie veroorzaakte het enorme vuur in de bossen,waarin dertien Turkse soldaten het leven lieten en zeven Koerdische strijders? Volgens de website van het Turkse leger liepen de soldaten op patrouille door de bergen in een hinderlaag van de militante Koerdische Arbeiderspartij, de PKK. De strijders zouden handgranaten hebben gegooid en daarmee de brand hebben veroorzaakt.

Maar volgens het nieuwsagentschap Firrat, spreekbuis van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, bombardeerden Turkse vliegtuigen per ongeluk hun eigen soldaten en verklaren de bommen het hellevuur in de bossen van Silvan.

Wie de dood van de twintig Turken en Koerden ook op zijn geweten heeft, het nieuws van het bloedbad in het zuidoosten heeft abrupt een einde gemaakt aan de verzoenende toon die de Turkse premier nog aansloeg in de nacht van zijn verkiezingsoverwinning op 12 juni. Tayyip Erdogan beloofde toen „samenwerking en consensus” met alle oppositiepartijen en minderheden als de Koerden nadat zijn regering met 50 procent van de stemmen voor de derde keer op een rij was gekozen. Nu koppen de kranten „Turkije huilt bloed” en zweert de premier wraak met grote militaire operaties.

De Koerden trekken intussen hun eigen plan. Op het moment dat Turkse gevechtsvliegtuigen over de bergen in het grensgebied met Irak vlogen, riepen 850 Koerdische gedelegeerden „democratische autonomie” uit voor de overwegend Koerdische regio in het zuidoosten. In die verklaring benadrukten de gedelegeerden dat ze de bestaande grenzen van Turkije respecteren maar binnen Turkije meer rechten willen voor hun bevolkingsgroep.

Die verklaring volgt op de boycot van het Turkse parlement door 36 Koerdische parlementsleden, die op 12 juni werd verkozen. Ze weigeren zitting te nemen in het parlement, zolang zes collega’s niet worden vrijgelaten uit de gevangenis. De zes parlementsleden worden beschuldigd van terrorisme, maar zeggen als gekozen volksvertegenwoordigers recht te hebben op parlementaire immuniteit. Onderhandelingen tussen de regeringspartij en de Koerdische partij BDP om de wekenlange impasse te doorbreken, liepen gisteren op niets uit.

De Turkse regeringspartij beloofde in de afgelopen jaren democratische hervormingen voor de Koerden. Zo heeft de Turkse staatstelevisie sinds twee jaar een kanaal dat uitzendingen in het Koerdisch verzorgt. Ook mogen sommige gemeenten in het zuidoosten Koerdische namen gebruiken. Maar de partij van premier Erdogan weigert om de Koerdische identiteit te erkennen in de nieuwe grondwet die het parlement in de komende regeringsperiode gaat schrijven. De huidige grondwet stamt nog uit de tijd van de militaire dictatuur begin jaren tachtig. In de onderhandelingen tussen regering en oppositie over een nieuwe grondwet spelen Koerdische politici vooralsnog geen enkele rol.

De leider van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, Abdullah Öcalan, beloofde Turkije te veranderen in „een hel” als de regering voor vandaag geen geloofwaardig plan op tafel legde om het Koerdische conflict op te lossen. Öcalan eist niet langer onafhankelijkheid voor de Koerden, maar wil rechtstreeks met de regering onderhandelen over zelfbestuur.

Volgens de Turkse kranten zijn er wel indirecte contacten tussen de regering en Öcalan, die sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit op het eiland Imrali. De Turkse regering zegt niet te willen onderhandelen met terroristen.