Paulus, Liang Wang en Zeefje, waar zijn jullie gebleven?

In de aanloop naar de 60ste verjaring der Nederlandse televisie, schrijven redacteuren over hun dierbare tv-herinnering

Recensent Hans Beerekamp (1952) reist terug naar de jaren vijftig, toen de Nederlandse televisie werd geboren.

Vroegste herinneringen zijn per definitie onbetrouwbaar. Je weet nooit of een gebeurtenis die je denkt als kleuter te hebben meegemaakt wel echt zo heeft plaatsgevonden of dat je je vooral herinnert hoe daar in gesprekken steeds aan is gerefereerd. Misschien heb je het je wel verbeeld of wijken de details op cruciale onderdelen af van wat in jouw geheugen is terechtgekomen.

Het kan helpen als er een foto bestaat van dat ene bezoek van Sinterklaas of van het moment dat je een elektrische boot voor je verjaardag kreeg. Nog beter is het als het om bewegende beelden gaat die anderen ook gezien hebben, die ergens opgeslagen en bewaard zijn gebleven en die je ter controle opnieuw kunt bekijken. Een eerste bioscoopbezoek bijvoorbeeld wil nog wel eens in het geheugen versteend raken en telkens vloeibaar worden als je die eerste film of een fragment daarvan terugziet.

Al bijna een halve eeuw zien Nederlandse kinderen hun eerste bewegende beelden in het algemeen op televisie. De eerste uitzending vond weliswaar dit najaar precies zestig jaar geleden plaats, maar in de jaren vijftig was een televisietoestel bij mensen thuis een zeldzaamheid. Mijn grootmoeder liep altijd voorop met de nieuwste snufjes en haalde al rond 1958 een kijkkastje in huis. Ik was een jaar of vijf, toen ik me er voor het eerst aan vergaapte, in dezelfde tijd dat ik ook voor het eerst een bioscoop betrad, vermoedelijk om Bert Haanstra’s Fanfare te zien.

Maar wat was nu het allereerste televisieprogramma dat zich in mijn geheugen nestelde? Lastig te zeggen, want er dient zich een heel peloton aan van vooral series, die zich door de herhaling van vaste elementen een duurzame plek in de herinnering wisten te verwerven. Daartoe behoort een in de familie vaak navertelde scène uit de eerste muzikale sitcom, Pension Hommeles van Annie M.G. Schmidt, waarin pensiongast Henk van Ulsen gehuld in louter krantenpapier de douche verlaat. Maar meestal mocht ik niet zo laat opblijven en waren het kinderprogramma’s (een uurtje op woensdag- en zaterdagmiddag, vanaf 5 uur) die zich nestelden in mijn visuele geschiedenis.

Er was een doodenge sciencefictionserie met Ton Lensink (of was het Frits Butzelaar?) als ruimtevaarder, die Morgen gebeurt het heette. Vaak deed ik mijn ogen dicht als het te griezelig werd. Ik herinner mij de allereerste aflevering van Pipo de Clown die met zijn woonwagen recht door zon en regen reed. En een merkwaardig soort detectiveserie over een net zo krom als Klukkluk pratende Chinees die een privé-speurder assisteerde bij het Bureau voor Goede Diensten. Die moest ik even opzoeken en het blijkt te gaan om De avonturen van Liang Wang Tsjang Tsjeng, geregisseerd door Adrie van Oorschot, die later de eerste televisiesinterklaas zou worden en in de KRO-serie ook af en toe als goochelaar optrad.

Maar de dierbaarste herinneringen betreffen Varen is fijner dan je denkt. Omdat ik er nooit iemand anders over heb horen praten, ben ik in de loop van de jaren wel eens gaan twijfelen of die serie wel echt heeft bestaan. Maar sinds kort werd het bevestigd. In het portret dat Opium (AVRO) onlangs aan acteur Piet Römer wijdde, werd er zelfs uitgebreid bij stilgestaan, omdat het min of meer het eerste programma was waar hij enige bekendheid aan ontleende. En er staat een fragment op YouTube, waaruit blijkt dat alles wat ik mij herinner, helemaal klopt.

Ook dit was een kinderdramaserie met liedjes (van Pierre Biersma), en een tamelijk romantisch gegeven. Aan boord van het M.S. Krikkemikke bevindt zich een joviale scheepskok, meneer King. Hij wordt gezelschap gehouden door zijn drie ‘meisjes’: een zigeunerinachtige mevrouw Grazia (Sepha Dierikx), de vooral als omroepster bekende Ageeth Scherphuis en een kinderlijk aandoende wildebras, luisterend naar de naam Zeefje Hartsuiker (Cecilia Lichtveld). Op een zeker moment raakt Zeefje zoek, ongeveer op dezelfde manier als nu in het Sinterklaasjournaal ook wel eens de verdwijning van een Piet paniek veroorzaakt. Omdat meneer King regelmatig zijn trekzak te voorschijn haalt en zijn gedachten muzikaal vormgeeft, zingt hij dan „Zeefje, waar ben je gebleven?”, dat in mijn herinnering bijna dezelfde melodie had als de titelsong Varen is fijner dan je denkt. In bijrollen troffen we al Leen Jongewaard aan, die kort daarna zou schitteren als Flip de tovenaarsleerling, maar ook tweelingbroer Paul Römer, als meneer Kong. Volgens Wikipedia zond de AVRO tussen 1957 en 1960 eenenvijftig afleveringen uit van het door Mies Bouhuys geschreven Varen is fijner dan je denkt, dus is het begrijpelijk dat de grondvorm in mijn visuele herinnering gebeiteld werd.

Wellicht interessanter zijn de vage beelden, die niet direct goed te documenteren zijn, maar ergens in het onbewuste werden opgeslagen. Dat geldt voor opnames van zeilboten in een herhaaldelijk overdag (heel uitzonderlijk, want overdag hoorde er helemaal geen televisie te zijn) uitgezonden programma als promotie voor de televisiebeurs Firato. Dan hadden potentiële kopers in de RAI ook iets om naar te kijken. Hoe vaak ik daar niet van gedroomd heb...

Van wat mijn allereerste televisie-ervaring geweest moet zijn, kan ik geen enkel bewijs terugvinden. Het was een levensgroot knuffelbeest dat op geen enkel bestaand dier uit mijn kinderencyclopedie leek, maar relatief nog het meest op een harige reuzenotter. Er waren ook mensen in beeld en er werd op schoot gezeten. Jammer genoeg weet ik niet meer of de mensen dan wel kinderen bij het beest op schoot zaten of andersom.

Lang heb ik de naam van het lieve monster onthouden als ‘Joris het Zeepaard’. Pas een jaar of tien later, toen het opnieuw opdook in de poppenserie van Paulus de Boskabouter, ontdekte ik dat het een creatie was van Jean Dulieu en dat het ‘Joris het Vispaard’ heette. Maar het moet veel eerder zijn geweest, in 1956 of 1957, misschien 1958 dat hij de hoofdpersoon was van een eigen show. Maar misschien heb ik dat wel per ongeluk verzonnen.