Leiderschap ontbreekt bij desperate volksclub

Met het vertrek van trainer Mario Been schrijft Feyenoord opnieuw een zwarte bladzijde in zijn roerige geschiedenis.

Fans morren na de muiterij binnen de jonge spelersgroep.

Elke zomer komt in Rotterdam-Zuid de zegen van boven. Geld of geen geld, de helikopter landt. Boven op de middenstip, hartstochtelijk toegejuicht door het hondstrouwe Legioen dat, zoals altijd op de open dag, weer massaal de weg naar de Kuip heeft weten te vinden. ‘Aanwinsten’ drentelen onwennig naar buiten, geïmponeerd als ze zijn door het heldenonthaal in ‘de voetbaltempel van Nederland’.

Een nieuwe voetbaljaargang is aanstaande, de spoken uit het verleden zijn verjaagd. De Kuip als het jaarlijkse bedevaartsoord van de hoop en de hunkering. Het onverwoestbare clublied klinkt uit volle borst: Hand in hand, kameraden! Hand in hand, voor Feyenoord I! Geen woorden maar daden, leve Feyenoord I! Rotterdam, stoere havenstad, leeft en iedereen mag het weten. Altijd is daar de echo van het verleden: het verwoestende bombardement van 1940, de daaropvolgende wederopbouw en de kroon op het werk, de winst van de Europa Cup I in 1970. Door Feyenoord, de club die de getroffen stad weer op de kaart zette.

Feyenoord is geen voetbalclub, Feyenoord is een religie. Een diepgewortelde liefde die van generatie op generatie gaat, en waar niet aan te ontsnappen valt. Rotterdammers zeggen dat zo: „Van je vrouw kun je scheiden, van Feyenoord kom je nooit meer af.” Geen club in Nederland met zo’n grote supportersschare als de voetbaltrots uit Rotterdam-Zuid. Overal komen ze vandaan: van Delfzijl tot Schin op Geul, van Den Helder tot Zevenaar. Het rood-wit zit in hun bloed.

Supporter zijn en blijven ze, tot in de dood. Maar supporter van wat? Van een club die al jaren geplaagd wordt door financiële zorgen en een gebrek aan realiteitszin. Een club ook die van incident naar incident holt, en zichzelf voortdurend in de voet schiet. Het laatste slachtoffer: trainer-coach Mario Been. Een ‘kind van Zuid’ nota bene, want gevormd en opgeleid in de Kuip, die dinsdagavond zijn conclusies trok en opstapte na een motie van wantrouwen van zijn spelers in hotel De Heerlijckheijd van Ermelo. Begin dit jaar sneuvelde al een andere oer-Rotterdammer, technisch directeur Leo Beenhakker, die tevens Beens beschermheer („Ik ben gek van die kleine”) was. Conclusie: het desperate Feyenoord vergiet nu ook zijn eigen bloed.

Oud-burgemeester Bram Peper (71) slaakt een diepe zucht als de naam van de gevallen topclub valt. „Het is niet te geloven.” Nog geregeld komt Peper, zelf ooit een verdienstelijk profvoetballer bij RCH, over de vloer in Rotterdam-Zuid. Zijn analyse? „Feyenoord heeft geen gezicht, de club gaat al jaren gebukt onder een machtsvacuüm. FC Twente heeft [voorzitter] Joop Munsterman, PSV had Harry van Raaij, en Ajax had Michael van Praag. Mannen met gezag, mannen met een visie. Maar wie heeft Feyenoord? Niemand. Het zijn een voor een functionarissen die ongetwijfeld met de beste wil van de wereld hun werk doen, maar die geen enkele autoriteit bezitten, en dat al helemaal niet afdwingen.”

Feyenoord had Jorien van den Herik, maar de ‘Grote Kale Leider’ – GKL in de volksmond – moest vijf jaar geleden plaatsmaken na een paleisrevolte in de Kuip en een slepend conflict met de FIOD. De succesvolle zakenman had zo veel vijanden gemaakt tijdens zijn ‘dictatoriale bewind’ dat hij, opgejaagd door de supporters, gedwongen werd om troonsafstand te doen. Peper: „Maar hij was wel de man die de lijnen uitzette en Feyenoord smoel gaf. Dat mis ik nu. Het leiderschap is diffuus.”

Dat gevoel leeft breder. Onder Van den Herik was het ondenkbaar geweest dat ‘een stelletje tieners’ in het geniep het vonnis zou vellen over een trainer, zoals Been overkwam in ‘het verraad van Ermelo’. Zijn voorganger Gertjan Verbeek overkwam hetzelfde, toen hij in januari 2009 het veld moest ruimen na een muiterij in de spelersgroep. „Het bestuur had Been wel wat meer steun kunnen verlenen”, zegt oud-trainer en -speler Rinus Israel.

‘IJzeren Rinus’ vreest het ergste. Been is immers aan de kant gezet door spelers, die mede debet zijn aan een rampzalig seizoen. Feyenoord eindigde in de voorbije voetbaljaargang uiteindelijk op de tiende plaats, maar verkeerde lange tijd in de degradatiezone. Het dieptepunt was de 10-0 nederlaag tegen PSV – de grootste afstraffing uit de geschiedenis van de veertienvoudig landskampioen. Israel: „Hebben deze spelers wel enig recht van spreken? Als ze straks niet goed beginnen aan de competitie, vraag ik mij af of dat elftal bestand is tegen de druk. Zij hebben de trainer weggestuurd, en dat is een jongen van de club.”

Van den Herik gold lange tijd als ‘de redder van Feyenoord’, omdat hij kort na zijn aantreden, begin jaren negentig, met eigen middelen voorkwam dat de club werd meegesleept in de financiële ondergang van hoofdsponsor HCS. Onder zijn leiding won Feyenoord bovendien nog aansprekende prijzen: twee landstitels (1993, 1999), drie KNVB-bekers (1992, 1994, 1995) en – zijn persoonlijke hoogtepunt – de UEFA Cup (2002). Daarna trad het verval in, langzaam maar gestaag. Sterspelers vertrokken, afgeschreven vedetten kwamen, en de schulden stapelden zich op. „Elk jaar is er de verwachting dat Feyenoord meedoet om het kampioenschap, en daar zijn de uitgaven ook op gebaseerd”, constateert Israel. Maar inkomsten uit Europees voetbal ontbreken de laatste jaren.

Feyenoord is gevangen door het eigen glorieuze verleden. Zelfs in de boezem van de club valt die hartenkreet op te tekenen: „Alle ellende begon op die mooie dag in 1970.” Bedoeld wordt – paradoxaal genoeg – 6 mei 1970, de dag waarop Feyenoord in Milaan, als eerste club in Nederland, de Europa Cup I won. Sindsdien is de club stelselmatig het slachtoffer van de eigen, opgeklopte verwachtingen en financiële misrekeningen.

Anno 2011 is Feyenoord geen topclub meer, maar een modale club met al even modale spelers, die blij mag zijn met een plaats in de middenmoot. Eigen talent neemt de benen zodra de kans zich voordoet. Georginio Wijnaldum (20) tekende anderhalve week geleden een contract bij PSV, tot woede van een deel van de supporters. Leroy Fer (21) flirt met FC Twente, een club die tot voor kort lager in de pikorde van het Nederlandse voetbal stond dan Feyenoord. Uit ergernis over zijn dreigende vertrek pakte een ‘fan’ hem zaterdag hardhandig bij de keel. Het Verdriet van Rotterdam kent een grimmige zijde.

Met medewerking van Dolf de Groot