Lege ministeries in het centrum

Het leek zo mooi, het plan voor twee oude ministeries in Den Haag. Maar de projectontwikkelaar trok zich terug. De gemeenteraad vreest een financiële tegenvaller.

Op het eerste gezicht lijkt de bouwcrisis aan Den Haag voorbij te gaan. Het aanzicht van het stadscentrum wordt gedomineerd door hijskranen. De skyline van Den Haag krijgt er met twee 146 meter hoge torens plus een woontoren van 125 meter weer drie nieuwe pronkstukken bij.

Maar een stukje verderop zijn de gevolgen van de crisis voelbaar. De gemeente zit straks in haar maag met de oude behuizing van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Het bedrijf dat het stadsgebied zou herontwikkelen, heeft zich teruggetrokken. Op de plek van de ministeries zouden vanaf 2014 onder meer woningen, kantoren, restaurants en „voorzieningen met een cultureel karakter” worden gebouwd. Maar volgens projectontwikkelaar MAB is dat in de „huidige marktomstandigheden” niet te realiseren. En dus blijft een deel van de passage tussen Centraal Station en het Spuiplein langer dan gepland een gure en tochtige windtunnel, met gedateerde gebouwen. Wat nu met het gebied gaat gebeuren is nog onduidelijk.

De Haagse gemeenteraad reageert teleurgesteld. „We zijn in het pak genaaid voor 75 miljoen euro”, zegt Ingrid Gyömörei, fractievoorzitter van de SP. Tien jaar geleden werd afgesproken dat de gemeente de twee gebouwen in 2013 voor 75 miljoen euro zou kopen van de Rijksgebouwendienst, de grond bouwklaar zou maken en die daarna door zou verkopen aan MAB. Maar nu dat bedrijf zich heeft teruggetrokken moet de gemeente op zoek naar een nieuwe ontwikkelaar.

Raadsleden van zowel coalitie- als oppositiepartijen vrezen dat de gemeente nooit meer hetzelfde bedrag voor de grond terugkrijgt als met MAB werd afgesproken. „Het was een plan gebaseerd op speculatie”, zegt Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij. Nu de conjunctuur tegenzit krijgt de gemeente de rekening gepresenteerd, stelt hij. Volgens Wijsmuller neemt de gemeente nog altijd veel risico bij grote projecten. „Je ziet nog steeds speculatieve plannen waarbij wordt uitgegaan van verhoogde grondopbrengsten.”

MAB, onderdeel van de Rabobank, zegt het te betreuren dat de plannen niet doorgaan. Het bedrijf heeft volgens een woordvoerder al veel kosten gemaakt. „We hebben tien jaar werk in de planontwikkeling gestoken.” Verschillende raadsleden vinden dat de toenmalige wethouder Arend Hilhorst (PvdA) slecht heeft onderhandeld. De gemeente had de ontwikkelaar (mede-)verantwoordelijk voor het project moeten maken, vinden de raadsleden. Maar volgens de huidige wethouder Marnix Norder (bouwen en wonen, PvdA) was dat tien jaar geleden, toen de overeenkomst met MAB werd gesloten, niet gebruikelijk.

Norder zegt dat de gemeente sinds enkele jaren wel strengere eisen stelt aan projectontwikkelaars. Zo worden geen afspraken zonder eindtermijn meer gemaakt en als een ontwikkelaar onder de afspraken uit wil dient daarvoor betaald te worden. „Het is niet meer zo dat alle leuke dingen bij de marktpartijen liggen en het verdriet bij de gemeente.” De wethouder wijst er ook op dat de afspraken met MAB zijn gemaakt in de „goede tijd”, ruim vóór de wereldwijde kredietcrisis. Bovendien, zegt Norder: „Een stad die geen risico’s neemt, ontwikkelt zich niet.”

De gemeente Den Haag tekende de afgelopen jaren voor diverse ambitieuze projecten. Die plannen worden lang niet allemaal uitgevoerd. Vorig jaar ging een streep door een ontwerp voor een gebouw in de vorm van de letter ‘M’ op het plein voor Centraal Station. De gemeente zou een te groot risico lopen bij het door architect Rem Koolhaas ontworpen gebouw, bekend als de ‘M van Rem’. Het afblazen van het project kostte de gemeente 2 miljoen euro. Veel andere grote projecten zijn versoberd, liggen goeddeels stil of zijn op de lange baan geschoven, zoals de bouw van een groot dans- en muziekcentrum op het Spuiplein. Uit een evaluatie van de gemeente blijkt dat veel woningbouw, met name in het centrum, is uitgesteld.

Wethouder Norder vindt niet dat Den Haag in de afgelopen jaren te ambitieus is geweest, zoals sommige raadsleden zeggen. Hij wijt de tegenslagen aan de economische crisis, die de bouwsector hard heeft getroffen.

Die bouwcrisis kost lokale overheden ook geld omdat gemeenten fors moeten afboeken op de grondopbrengsten. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat de gemeenten gezamenlijk in 2009 een verlies van 414 miljoen euro op bouwgronden hebben geleden, een verschil van een miljard ten opzichte van een jaar eerder. Hugo Priemus, emeritus hoogleraar systeeminnovatie ruimtelijke ontwikkeling aan de TU Delft, zegt dat de verkoop van bouwgronden gemeenten tot voor kort meestal winst opleverden. „Daarvan kon een onrendabele bibliotheek opengehouden worden. Maar die warme douche is een koude douche geworden.”