Laat de kunst ons zeggen wie wij eigenlijk zijn

De South African National Gallery wil de inwoners van Kaapstad hun geschiedenis teruggeven. Imperialistische kunst werd weggehaald, werk van Zuid-Afrikaanse kunstenaars is ervoor in de plaats gekomen. Op zoek naar de identiteit van een stad, van een land.

"Supporters of Jean-Pierre Bemba line the road as he walks to a rally from the airport, Kinshasa," a 2006 print by Guy Tillim taken in Kinshasa, Democratic Republic of Congo, is shown here. The photo, courtesy of Michael Stevenson Gallery, will be on display at the San Francisco Museum of Modern Art as part of the exhibit "Face of Our Time" through April 26, 2009. Photographer: Guy Tillim/SFMOMA via Bloomberg News EDITOR'S NOTE: NO SALES. EDITORIAL USE WITH PREVIEW/REVIEdW OF EXHIBIT ONLY. VIA BLOOMBERG NEWS

Op een maandag, twee jaar geleden, klopte een Nederlandse toerist aan bij de South African National Gallery in Kaapstad. Tevergeefs, want op maandag is dat museum gesloten. „Ik verwees hem naar de Old City Hall, waar Nederlandse grootmeesters hangen”, zegt directeur Riason Naidoo. „Maar die toerist reageerde geïrriteerd: waarom zou ik naar kunst uit mijn eigen land gaan kijken als ik in Zuid-Afrika ben?”

Dat zette Naidoo aan het denken. Veel nationale musea hebben een internationale collectie en de SANG was daarin, met zijn Britse portretten en jachttaferelen, geen uitzondering. „Maar ik besefte dat onze kracht juist moet liggen in Zuid-Afrikaanse kunst.” Naidoo, de eerste niet-blanke directeur van de instelling, besloot het hele museum opnieuw in te richten en zich te concentreren op de beste kunst van Zuid-Afrika. En liep vervolgens tegen een probleem aan. Want wat is nationale kunst in een natie die nog steeds op zoek is naar een identiteit?

Naidoo wilde de traditionele Afrikaanse kunst laten zien, maar ook benadrukken dat er meer is, zoals moderne Zuid-Afrikaanse kunst, van na de apartheid. „Dat hoort bij dit land.” Hij wilde ook de Afrikaanse kunst tonen die tijdens de koloniale bezetting en apartheid is weggestopt en vergeten.

Naidoo moest het museum flink onder handen nemen om zijn plannen door te voeren. De South African National Gallery is in 1872 ontstaan uit de privécollectie van de Britse zeeschilder Sir Thomas Butterworth Bayley. In de loop der jaren is de collectie uitgebreid met een grote verzameling Europese kunst van de 17de tot begin 20ste eeuw. Naidoo wilde het grootste deel van die ‘imperialistische’ kunst van de muur halen en vervangen door kunst die symbool staat voor Zuid-Afrika en Kaapstad. Hij streefde naar een collectie die een beeld zou geven van de Afrikaanse kunst van de afgelopen eeuw, van traditioneel tot modern.

Om zo’n collectie samen te stellen, reisde Naidoo het hele land door. Hij ging vooral op zoek naar werk van zwarte kunstenaars. In totaal nam hij 280 stukken in bruikleen uit de collecties van 48 verschillende musea, bedrijven en universiteiten.

De tentoonstelling die Naidoo uit het werk samenstelde was een groot succes, zegt hij. „In 2010 verdubbelden we onze bezoekersaantallen, terwijl deze voor andere musea in Kaapstad 2 procent daalden.” Nieuwe bezoekers trekken was een ander doel van Naidoo. Naar een museum gaan was vooral iets voor de welvarende, blanke klasse. „Zwarten en kleurlingen moeten ook naar dit museum komen, om een deel van hun geschiedenis terug te vinden.”

Maar hoe zit die geschiedenis in elkaar? „Kaapstad is heel divers, dat maakt het lastig”, zegt Naidoo. „Wie zijn onze inwoners? We zijn een mix van verschillende mensen en culturen. Dat wil ik laten zien.” Het museum wil deze diversiteit ook terugzien in de bezoekers. „Tegenwoordig hebben we hier gemengde scholen voor zwarten en blanken. De kinderen uit de klassen die ons museum bezoeken, ontdekken zo dat er stukjes van hun eigen leven verborgen zijn in kunst.”

Naidoos werk is nog lang niet af. „Een hele generatie zwarten is niet opgegroeid met kunst en musea omdat het geen deel van hun educatie was.”

Om kleurlingen, mensen van gemengde afkomst, het museum te laten ontdekken en om een breder publiek te trekken heeft de National Gallery nu een expositie van het werk van de populaire, inmiddels overleden schilder Vladimir Tretchikoff. Hij werd door critici ook wel ‘the king of kitch’ genoemd, maar zijn portretten en stillevens zijn onder het grote publiek populair. „Zijn werk verwijst naar etnische afkomst en specifieke aspecten van de cultuur in Kaapstad. Dat spreekt inwoners van Kaapstad aan die normaal niet naar een museum zouden gaan”, zegt Naidoo.

Maar het museum blijft zoeken naar een definitief antwoord op wat de identiteit is. Om dat te onderstrepen is nu de tentoonstelling Random Works te zien. Daarmee probeert het museum de ‘zoekende identiteit’ van Kaapstad weer te geven. Werken uit de hele collectie, van imperialistische Britse kunst tot inheemse Afrikaanse werken, hangen naast elkaar. „Zo proberen we onze collectie op een creatievere manier te gebruiken”, zegt Naidoo. „De kunstwerken vertellen een verhaal door kleine thema’s en relaties te laten zien. Zo zie je dat ogenschijnlijk diverse en willekeurige kunst elkaar beïnvloedt en verrijkt.”