Jericho

Jeroen gaat trouwen. Dus wij met z’n allen naar Scheveningen, Jeroen de hele dag verplicht in een surfpak, met een haarband op waar een grote roze lul van plastic is opgeplakt. Na een tijdje krijgt hij een blokfluit en moet hij liedjes spelen om op de boulevard geld in te zamelen.

We noemen Jeroen meestal ‘Jer’, of ‘Jurrr’, met een rollende R. Of ‘Jurriaan’, of ‘Joeri’, of ‘Jericho’ of ‘Jeruzalem.’

Hij gaat deze zomer trouwen met Nienke en groot gelijk heeft-ie.

Als middagactiviteit gaan we de zee op. Jeroen eerst op een jetski, wij op een power boat. Jeroen schiet volle bak over de golven, alsof hij nooit iets anders heeft gedaan. Wij zitten ondertussen vast op de power boat. Leermoment: ga nooit power boaten in Scheveningen. De zee is onrustig en de boot springt van golf naar golf en bij elke landing schuift je ruggegraat als een harmonica in elkaar.

Na een tijdje biedt Jer aan iemand anders op de jetski te laten, en hap ik toe. Mijn vrienden zijn verbaasd; ik ben niet zo van toffe dingen die snel gaan. Maar ik doe het om uit de power boat weg te zijn, geef vol gas, weg van de boot en zodra ik tussen de hoge golven uit het zicht ben, doe ik de motor uit en laat ik mezelf doelloos ronddobberen. Ik pak mijn rust.

Ik heb net het nieuwste seizoen van Mad Men op Blu-ray gekeken. Opvallend hoe de serie alleen maar beter lijkt te worden, zeker cinematografisch. Elk shot lijkt een Edward Hopperschilderij, terwijl de verhaallijnen na vier seizoenen de omvang en diepte van een Balzac-feuilleton krijgen. Langzaam trekken de personages elkaar aan en duwen ze elkaar weg. In een totaal bezopen nachtje doorhalen vertelt Don aan Peggy over zijn tijd in de Korea-oorlog. Don zegt dat in het vliegtuig op weg naar Korea, een jongen, een nog grotere boerenkinkel dan hij was, uit het raampje keek en begon te jammeren: ‘Man wasn’t suppose to fly!’ Don lacht. Peggy luistert met grote ogen, zo vaak vertelt Don niet over zichzelf, ze zuigt het op.

Ik dobber tussen de golven, en opeens raak ik bevangen door een totaal existentieel gevoel: wat doe ik hier in godsnaam? Op zee? De golven zijn zo hoog dat Scheveningen, de pier, het Kurhaus, volledig uit het zicht verdwijnen. Ik zie niemand, niemand ziet mij. Man doesn’t belong on the water.

Ik hoor alleen een power boat toeteren, ergens ver weg, maar ook dat klinkt niet als een redding.

JOOST DE VRIES