In nood kan in Italië alles

Italië weet in een recordtempo te bezuinigen. Zijn kracht is zijn improvisatietalent. Voor de redding van ‘de Titanic’ moet en kan alles wijken.

An homeless with his dog begs in downtown Milan, Italy, Wednesday, July 13, 2011. The writing reads: "Abbiamo fame" (We are hungry). Italy will strengthen its package of austerity measures and get it through parliament by Friday, finance minister Giulio Tremonti pledged Wednesday as he sought to calm market fears that the eurozone's third-largest economy would be swept into the European debt crisis. Italian lawmakers were working to bolster the euro48 billion ($67 billion) in austerity measures that begin to take effect this year and aim to balance the budget by 2014. The Senate is set to vote on Thursday before passing off to the lower house. (AP Photo/Luca Bruno) AP

Italië reageert deze dagen razendsnel op de speculatieve cycloon die vorige week vrijdag plotseling het land aandeed. Vanavond al zal het Huis van Afgevaardigden een bezuinigingspakket van 47 miljard euro aannemen. Opnieuw, zo is de vrees, zal de dienstverlening door de overheid verslechteren en lijken de privileges van de heersende klasse ongemoeid te blijven.

Het recordtempo – vijf dagen – waarin de operatie wordt doorgevoerd toont de kracht, maar ook de zwakte van het land dat kampt met een staatsschuld en een beperkte groei die een steeds grotere hypotheek op de samenleving leggen.

De kracht zit in het improvisatietalent. In nood blijkt alles mogelijk en verstommen politieke polemieken. Voor de redding van „de Titanic”, zoals minister Giulio Tremonti het land noemt, moet alles wijken. En dus omhult Berlusconi zich met stilte, roept de Lega Nord niet meer om belastingverlaging en staat de oppositie een snelle behandeling van een ombuiging toe, al treft deze volgens haar vooral de zwaksten.

Zo gaat het in Italië al vijftien jaar, zegt hoogleraar Marcello Messori, macro-econoom aan de universiteit Tor Vergata in Rome. Sinds de invoering van de euro leeft het land dat in Noord-Europa bekend staat als een potverteerder met de hand op de knip. De Nederlandse Zalmnorm heet in Italië „intern stabiliteitspact” en is zeker zo rigoureus.

Gemeenten krijgen elk jaar te horen hoeveel ze mogen uitgeven en als ze dat niet redden, mogen ze geen personeel aannemen of kunnen ze hun rekeningen niet betalen. Inmiddels wachten bedrijven samen op 70 miljard euro aan achterstallige betalingen van de lokale overheid.

„De politieke elite houdt bij het bezuinigen geen rekening met de maatschappelijke effecten”, aldus Messori. De Italianen ondergaan het. Ze merken dat bibliotheken vaak geen boeken meer kunnen aanschaffen, en gesloten zijn als de kinderen uit school komen om er een boek te lenen. Ze lezen hoe in Pompeï huizen van 2000 jaar oud instorten door achterstallig onderhoud. De helft van het drinkwater lekt door achterstallig onderhoud weg uit de leidingen. Er is zestig miljard euro nodig – geld dat er niet is – om het netwerk de komende dertig jaar te vervangen en onderhouden.

Primaire overheidsdiensten worden niet realiseerbare dromen. In Rome zijn scholen waar ouders het meubilair, de computer, en het schoolbord zelf maar leveren, en in de vakantie de muren komen schilderen. Wie niet beter weet, zou denken dat in Rome een goedkoop alternatief voor verkeersdrempels is uitgevonden; zoveel gaten zijn er in de wegen gevallen.

Het betonijzer breekt door de muren van perifere ziekenhuizen die afdeling na afdeling sluiten. Italianen die snel een diagnose van een kwaal willen, hebben steeds vaker geen keuze dan zich te wenden tot dure privéklinieken. Ouders die geen plek vinden voor hun kind op de kleuterschool, wijken noodgedwongen uit naar kostbare privéscholen. En dat in een land waar de salarissen tot de laagste van Europa en de belastingen tot de hoogste behoren.

Maar de grote revolutie blijft uit en zal waarschijnlijk uitblijven, omdat Italianen de overheid niet vertrouwen en uiteindelijk de oplossing altijd in familieverband zoeken. „De wereld verandert snel, maar Italië zal overleven”, zei minister Tremonti laatst in een interview met het katholieke blad Famiglia Cristiana. Volgens hem is het juist de kracht van het systeem dat Italianen weten dat ze het niet enkel van de staat moeten hebben, maar vooral van bloedverwanten.

De keerzijde is dat men in grote delen van het land de overheid niet ziet als een instantie die rechten borgt, maar gunsten verstrekt. Gunsten die je kunt verdienen als je je onderwerpt aan de ambtenaar en de politicus.

Het hele systeem is op een corporatistische wijze opgebouwd. Niet democratische toetsing, openheid en controle zijn leidend, maar voor-wat-hoort-wat, patroon-cliëntrelaties en het opstapelen van zoveel mogelijk gunsten, salarissen, lijfwachten en dienstauto’s. Zaken die het gezag en de macht van politici – die nog immer met de term Onorevole (edelachtbare) worden aangesproken -– alleen maar versterken.

De paradox is dat juist deze macht de mogelijkheid biedt om in een acute crisis snel de teugels aan te trekken en de noodzakelijke maatregelen te nemen om Europa en de markt gerust te stellen. Maar als de wind gaat liggen, zal iedereen zich weer aan zijn eigen achtertuin wijden en het algemeen belang laten voor wat het is: miljoenen stukjes eigenbelang.

Dit cliëntelistische en hiërarchische systeem voorkomt dat Italië onderuit gaat, maar is tegelijkertijd verantwoordelijk voor de achterblijvende economische groei.

Het doorbreken van dit mechanisme, zo stelt Messori, is voor Italië veel moeilijker, dan met een oekaze enkele tientallen miljarden bij elkaar harken. „Iedereen is hier te veel met de korte termijn bezig’’.