Hoe scheef is scheefwonen?

Een huurverhoging moet ‘scheefwoners’ prikkelen om te verhuizen. Maar niemand weet hoe groot het probleem eigenlijk is. De tellingen variëren en bovendien zijn er ook voordelen.

Den Haag. - Ooit was het woord ‘scheefwonen’ jargon. Maar inmiddels weet heel Nederland wat scheefwoners zijn: mensen met te hoge inkomens in goedkope sociale huurwoningen. Er is geen debat in de Tweede Kamer over de woningmarkt zonder dat de scheefwoners als zondebok voorbijkomen.

Want scheefwoners, dat zijn mensen die jaren geleden met een klein inkomen in een goedkope huurwoning zijn gaan wonen en daar nu met hun riante salaris lekker blijven zitten. „Terwijl er tegelijkertijd lange wachtlijsten zijn voor sociale huurwoningen”, zegt GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman. „Dat is een probleem. Het rechtvaardigheidsgevoel speelt ook mee. Het voelt niet goed.”

D66-Kamerlid Kees Verhoeven noemt scheefwonen „het grootste probleem op de huurmarkt.” Volgens Voortman „kent iedereen wel iemand in zijn omgeving die scheefwoont.” Ook voor het kabinet is het een speerpunt. Minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) kondigde vorige week aan dat huurders met een inkomen boven 43.000 euro vanaf volgend jaar een extra huurverhoging van vijf procent tegemoet kunnen zien. Daarmee hoopt het kabinet hen te stimuleren een woning te gaan kopen.

Maar hoe groot is het probleem eigenlijk? Hoeveel scheefwoners telt Nederland?

Dat is de kern van het probleem, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Volkshuisvesting aan de TU Delft. „Het is maar net hoe je het definieert. Het aantal scheefwoners dat wordt genoemd, varieert tussen 4 procent en 40 procent. Iedereen rekent in zijn eigen voordeel.”

Ga je bijvoorbeeld uit van het maximuminkomen dat huurders sinds 1 januari mogen verdienen om nog in aanmerking mogen komen voor een sociale huurwoning (33.614 euro)? Of gebruik je het bedrag dat het kabinet hanteert (43.000 euro)? Tel je alle hogere inkomens in sociale huurwoningen mee of alleen hogere inkomens die in een goedkope huurwoning wonen (tot 361,66 euro)?

Er zijn meer cijfers om mee te spelen. Je kan ook scheefwoners in (goedkope) particuliere huurwoningen meerekenen. Of niet. En er bestaat ook een andere manier van ‘scheefwonen’: lagere inkomens in te dure huurwoningen. Zij hebben juist te hoge woonlasten in vergelijking tot hun inkomen. Meetellen of niet?

Op basis van eigen berekeningen schreef oud-minister voor wonen Eberhard van der Laan (PvdA) in april 2009 dat het percentage scheefwoners 4 procent was. Op een totaal van 2,4 miljoen huurwoningen zouden dat 96.000 huishoudens zijn. Van der Laans conclusie: het probleem is te klein om er iets aan te doen. Onder meer De Woonbond en branchevereniging van woningcorporaties Aedes steunen die conclusie. „Kamerleden roepen maar wat. Er wordt voortdurend een mythe gecreëerd dat scheefwonen een groot probleem is”, zegt René van Genugten van huurdersvereniging De Woonbond. „Scheefwoners worden als profiteurs weggezet. Maar 4 procent, waar hebben we het over?”

Marc Calon, voorzitter van de brancheorganisatie voor corporaties Aedes, ziet helemaal geen kwaad in scheefwonen, behalve als er lange wachtlijsten zijn zoals in Utrecht en Amsterdam binnen de ring. Calon: „Daar houden hoge inkomens huurhuizen bezet voor lagere inkomens, dus daar moet je wat doen.”

Maar elders is scheefwonen juist een voordeel, volgens Calon. Hogere inkomens zorgen voor gemengde wijken, waar hogere en lagere inkomens door elkaar heen wonen. Dat was een van de doelstellingen van de aanpak van de veertig Vogelaarwijken (probleemwijken) van het vorige kabinet. Calon: „Je moet hogere inkomens niet de wijk uitjagen. Dan ben je dom bezig.”

Maar er zijn ook andere geluiden. De VROM-Raad, een adviesorgaan van de regering, kwam vorige maand met een rapport waaruit bleek dat 18 procent van de huurders scheefwoont, als je uitgaat van een inkomen van 43.000 euro of 31 procent als je uitgaat van 33.614 euro. Tel je huishoudens in de particuliere sector mee, kom je tot respectievelijk 20 en 34 procent. De gemeente Utrecht betitelde in haar Woonvisie van twee jaar geleden 49 procent van de huurders als scheefwoners.

Nederland heeft relatief het grootste aantal sociale huurwoningen (2,4 miljoen) van Europa, zegt Kees Verhoeven (D66). Volgens hem loopt een normale wooncarrière „van huur naar koop. Wil je blijven huren, prima. Maar niet op kosten van de staat.” In het huidige systeem houden corporaties, om woningen betaalbaar te houden, de huren laag door een huurkorting te geven. Deze kortingen zijn gebonden aan de woningen en komen ook terecht bij mensen die het niet nodig hebben.

Juist die „idioot lage huren” vormen geen prikkel tot verhuizen, zegt hoogleraar Boelhouwer. „Meer marktconforme huren, daar is niks mis mee. Je subsidieert nu mensen die dat niet nodig hebben. En in deze tijd van bezuinigingen is het aanpakken van scheefwonen politiek makkelijk te verkopen.”