Het schone land is een rommeltje

België heet een ‘schoon lelijk land’, en dat laat een nieuw, fors fotoboek ook zien. Er komen talloze Belgische aspecten aan bod, en toch is er van alles mis met deze uitgave.

Yves Desmet, Saskia de Koster, Benno Barnard en Christian Laporte (inl): België, de 1000 beste foto’s. Lido, 462 blz. €39,90

Een boek dat zomaar even belooft de ‘1000 beste foto’s van België’ te bundelen, schept hoge verwachtingen. Laat mij dus meteen zeggen dat deze 462 pagina’s dikke uitgave van Lido, een initiatief van De Bezige Bij en WPG België, die verwachtingen totaal niet inlost.

Dat is bijzonder jammer. De samenstellers van deze bundel beschikten slechts over de reproductierechten van een erg klein groepje fotografen en konden dus noodgedwongen enkel uit hun – nu en dan nogal middelmatige – portefeuilles kiezen. De ‘1000 beste foto’s van België’ presenteren zonder een enkele foto van mensen als Michiel Hendryckx, Lieve Blancquaert, Herman Selleslags, Carl de Keyzer of Stephan Vanfleteren, is ronduit niet geloofwaardig.

Dat wisten de samenstellers blijkbaar zelf ook, want ze deden nog niet eens een poging om hun keuze te verantwoorden. Enkele nogal clichématige essays over het ‘schoon lelijk land’ dat België inderdaad is, moeten het boek inleiden. Waarop vervolgens de duizend foto’s over de lezer worden uitgestort in een volgorde waarin niet meteen een lijn valt te ontdekken en met onderschriften die tot het absolute minimum zijn beperkt.

Ook dat is weer jammer, want met name menig Nederlandse lezer zal zich afvragen wie Damiaan De Veuster / Le Père Damien is, en heeft waarschijnlijk ook nog nooit gehoord van bijvoorbeeld pater Pire / Le Père Pire. Diezelfde lezer dreigt niet te zien dat bij het afscheid van wielrenner Rik Van Steenbergen in 1966 prins Albert en prinses Paola nadrukkelijk aanwezig waren (wielrenners zijn groot bij onze zuiderburen).

Ook de foto ‘Belgische vlag, 2007’ van Filip Claus verliest zijn betekenis als je de context niet kent: Franstalige Brusselaars die dat jaar de vlag uithingen als protest tegen de Vlaamse politieke eisen. En waarom staat koningin Fabiola op twee foto’s uit 2009 met een appeltje te zwaaien? (Omdat iemand gedreigd had haar op de nationale feestdag te doden met een kruisboog.)

Dit alles neemt niet weg dat het boek België wel degelijk weet te vatten in zijn lelijkheid en zijn schoonheid (betonnen autowegen en de ranke kathedralen), met zijn helden (van astronaut Dirk Frimout tot John Massis, de man die met zijn tanden treinen vooruit trok), met zijn kunstenaars en schrijvers (van Georges Simenon tot Hergé, de vader van Kuifje); en op cruciale momenten in de geschiedenis van het land: de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar ook de moordende brand (325 doden) in het Brusselse warenhuis Innovation in 1967 of de wereldtentoonstelling Expo 58.

Maar het blijft desondanks helaas vooral toch een rommeltje. Opmerkelijk in deze grabbelton is bijvoorbeeld de grote aandacht voor het koningshuis en de politiek. Ik telde maar liefst negentien foto’s van koning Boudewijn en acht foto’s van Guy Verhofstadt. Maar ook Jacques Brel, die achttien keer werd afgedrukt, Hugo Claus (zes keer) en Eddy Merckx (vijf keer) krijgen meer dan gewone aandacht. Terwijl een hoop anderen dan weer compleet ontbreken.

Kortom: de samenstellers van dit boek zijn lui en onzorgvuldig geweest. ‘België, 1000 middelmatige foto’s’ was een betere titel geweest. Een gemiste kans. Maar de woorden ‘België’ en ‘gemiste kansen’ gaan de laatste tijd wel vaker hand in hand.