Het is net Noordwijk, maar dan warm en zonnig

Waarom zou je naar Pescara gaan?

Omdat het goedkoop is – én voor de jonge Italiaanse mannen, die vanuit hun auto naar je toeteren.

Je schijnt reisgidsen niet altijd te moeten geloven. In het geval van het Italiaanse kuststadje Pescara kun je dat gerust wél doen.

Volgens de Lonely Planet is Pescara not an unpleasant place, maar is er behalve het langgerekte strand not a great deal to do.

Dat klopt. Maar dat wil niet zeggen dat je er niet heen moet gaan. Want wie voor 32 euro vanuit Eindhoven met budgetmaatschappij Ryanair naar het Italiaanse kuststadje Pescara vliegt, doet dat niet voor een citytrip zoals je die je voorstelt als je naar Londen, Rome of Parijs zou gaan.

Ja, het stadje heeft drie musea, dus in theorie zou je voor de kunst en cultuur kúnnen gaan. Het Museo delle Genti d’Abruzzo vertelt de geschiedenis van het volk uit de regio. Vitrinekasten vol attributen laten zien hoe de mensen leefden, wat hun middelen van bestaan waren, met wat voor helmen ze ten strijde trokken en welke tradities en gebruiken ze hadden. De bijschriften zijn helaas vooral in het Italiaans, hier en daar hangt een bordje met summiere uitleg in het Engels.

Dan is er het geboortehuis van Gabriele D’Annunzio, Italiaans dichter en nationalist. Alleen de moeite waard voor wie echt geïnteresseerd is in het leven van een nationalist en fascist, in de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog – D’Annunzio leefde van 1863 tot 1938.

Tot slot staat in het nieuwere deel van de stad het Museo d’arte moderna: dat heeft zelfs schilderijen van Picasso en Miró in de permanente collectie. Van beiden één schilderij, om precies te zijn.

Maar eerlijk is eerlijk, wie Picasso’s werk wil zien, vliegt daar beter niet voor naar Pescara. Nee, een weekendje Pescara, dat doe je vooral voor de Italianen zelf.

Je gaat erheen voor de aanblik van vier bejaarde mannetjes, die op een bankje voor de wit gepleisterde Cattedrale San Cetteo zitten in het ochtendzonnetje. De één draagt een ouderwetse pet, de ander leunt met zijn arm op een wandelstok, weer een ander leest een krantje. Hun hoofden zijn door de zon gebruind, hun haar is grijs en ze mopperen tegen elkaar in onverstaanbaar rap Italiaans. Je loopt de kathedraal even binnen, maar die is leeg, op een enkele oude dame in de bankjes na. Het zonlicht schijnt door de glas-in-loodruiten op de vloer.

Je gaat naar Pescara voor de jongere Italiaanse mannen, die vanuit hun auto naar je toeteren. En de macho’s die op straat nét even langer naar je omkijken dan in Nederland. Heus, dat doen ze vast ook als je niet blond en lang bent.

En je kunt gerust het vliegtuig pakken voor de mooie verhalen die alle Italianen je graag vertellen zonder dat je erom vraagt, in gebroken Engels.

Zoals die ene dame, die op het strand onder een parasol een kaartje legt met haar broer. Ze delen een biertje, ook al is het half twee ’s middags. Ze vertelt je ongevraagd dat ze op bezoek is bij die broer, één van de zes. Ze vertelt over haar man, met wie ze al 46 jaar is getrouwd. Ze ontmoette hem op een dansfeest. Dansen is echt het enige wat ze goed kunnen samen, hij en zij, vertelt ze. „Verder is hij te lui om wat dan ook uit te voeren”, lacht ze haar gelige tanden bloot. Zo babbelt ze nog wat door, tot ze haar broer op zijn kont tikt en roept kóm, we gaan, we gaan iets lekkers eten!

Je gaat naar Pescara om ongegeneerd op het strand te kunnen liggen en verder niets te hoeven, behalve naar Italianen kijken. Geen hippe Bloemendaal-taferelen hier, het lijkt eerder Noordwijk aan Zee. Maar dan warm en zonnig. Gezinnetjes, stelletjes, gepensioneerde opa’s die met hun kleinzoon in het zand spelen. Alles onder een parasol, daarvan zijn er namelijk meer dan genoeg en de zon is fel.

Aan de boulevards van beide stranden – Pescara is in tweeën gedeeld door de rivier Pescara – zijn de strandtenten niet te missen. Je kunt er ligstoelen en parasols huren. Hun tientallen parasols staan standaard uitgeklapt. De kleurige blokken zijn al vanuit de lucht te zien, als je over het stadje komt aanvliegen.

En natuurlijk is er het Italiaanse eten. De meeste restaurantjes en kroegjes zitten aan of rond de Via Delle Caserme en de Corso Manthoné, dat zijn wandelstraatjes in het oude deel van de stad. Van houten tafels en krakkemikkige stoelen tot hip en strak met witte barkrukken; de uitgaansgelegenheden in het centrum zijn een mengelmoes van modern en rommelig. Echt historisch is dat oude stadsdeel overigens niet, omdat Pescara in de Tweede Wereldoorlog grotendeels is verwoest.

Op de hoge balkons en dakterrassen hangen groepjes jongeren in de avondschemering. Beneden op straat blijven de terrastafeltjes leeg, zeker tot een uur of tien. Dan pas schuiven de Italianen aan, om hun diner te beginnen met wat stukken brood met olijfolie. Gezinnen, groepen rebbelende Italiaanse dames en jonge stelletjes bestellen risotto, pasta, pizza en wijn.

Een pizza met heerlijk zout deeg heb je al voor een euro of 6. Een fles witte wijn voor het dubbele. En als je geluk hebt, zet de uitbater van het restaurantje aan het einde van de avond met een zwierig gebaar wat glaasjes op tafel, samen met een paar flessen van zijn likeurvoorraad. Omdat hij geen Engels spreekt, maar jou wel wil laten proeven wat Pescara voor hem is: een glaasje sterke, friszure limoncello na het eten.

Derde deel in een serie reisreportages, waarvoor verslaggevers van nrc.next naar Europese steden reizen die vanuit Nederland goedkoop bereikbaar zijn.