Grootste vijand van zichzelf

Hij kwam bij het bestuur van Florence als een onbeschreven blad, en schreef later het invloedrijkste politieke traktaat ooit. Maar hoe politiek was de diplomaat Machiavelli zelf?

Miles J. Unger: Machiavelli. A Biography. Simon & Schuster, 513 blz. €19,-

Het jaar 1513 was een slecht jaar voor Niccolò Machiavelli (1469-1527), ambtenaar, diplomaat, schrijver en dichter in de stadstaat Florence. Machiavelli’s broodheren waren zojuist uit de stad verjaagd en de nieuwe machthebbers hadden hem de laan uit gestuurd en een jaar lang de toegang tot de stad ontzegd: ‘Ontslagen, uit het ambt gezet en heengezonden’.

Het was een speling van het lot of, om met Machiavelli te spreken, een bijzonder geval van fortuna, dat 1513 ook het jaar was dat hem uiteindelijk eeuwige roem (of eigenlijk een eeuwige slechte reputatie) zou brengen. Teruggetrokken op zijn boerderij Sant’ Andrea in Percussina (ze staat er nog, in de heuvels onder Florence, aan de weg naar Siena), werkloos en uit op eerherstel en een nieuwe betrekking, zou Machiavelli zijn belangrijkste politieke werken schrijven: het compromisloze Il Principe, De Heerser, en de meer bedachtzame Discorsi, gedachten over staat en politiek.

Il Principe zou het meest invloedrijke en beruchte politieke traktaat ooit worden – de grondsteen van de wetenschap van de politiek, maar ook een inspiratiebron van alleenheersers en andere despoten. De fascinatie met Machiavelli’s politieke opvattingen is door de eeuwen heen nauwelijks minder geworden (zie voetnoot), wat overigens in niet geringe mate te danken was aan de felheid waarmee zijn tegenstanders hem (na zijn dood) bestreden.

Machiavelli’s werk werd al vroeg op de Pauselijke Lijst van Verboden Boeken gezet (1559). Het machiavellisme is een verzamelbegrip geworden voor cynische, opportunistische en gewetensloze machtspolitiek, dat geleidelijk echter is losgezongen van de historische persoon Machiavelli en zijn werk. En wat voor alle grote denkers geldt, geldt zeker voor Machiavelli: hun opvattingen en ideeën kunnen niet worden begrepen zonder inachtneming van de persoon en van de tijd waarin zij leefden.

Analyse

De Amerikaanse publicist Miles Unger, woon- en werkzaam geweest in Florence, schreef een van de meest uitvoerige biografieën van Machiavelli. Het is een heel leesbaar boek, wat licht in de analyse van Machiavelli’s denken, maar sterk in de beschrijving van diens leven en historische omgeving.

Als de 29-jarige Machiavelli in juni 1498 zijn intrek neemt aan het Piazza della Signoria waar hij is aangesteld als secretaris van de Tweede Kanselarij (een belangrijke functie tegen een laag salaris in het hart van het Florentijnse bestuur) en kort daarop ook van de Raad van Tien (het voornaamste militaire orgaan van de stadstaat) is hij een zo goed als onbeschreven blad. Waarom juist Niccolò deze voorname posities kreeg, is niet duidelijk.

De Machiavelli’s waren een bekend maar bescheiden Florentijns geslacht. Ze leefden aan de ‘marge van de respectabiliteit’, schrijft Unger. De fraaie robe die Machiavelli draagt op het bekendste portret dat van hem bekend is – het schilderij dat Santi di Tito na Machiavelli’s leven van hem maakte en dat in het Palazzo Vecchio in Florence hangt – is misleidend.

Geldgebrek was een voortdurende zorg voor Machiavelli. ‘Mijn loyaliteit en eerlijkheid worden bewezen door mijn armoede’, noteerde hij verbitterd na zijn ontslag. En het is nooit goed gekomen. ‘Vader heeft ons in de diepste kommer achtergelaten’, weende Niccolò’s zoon Piero na het overlijden van zijn vader. Armoede stond een nogal losse levensstijl overigens niet in de weg. Huwelijk noch ouderschap weerhield Machiavelli van een sterke voorkeur voor de verboden liefde, concludeert Unger (stelliger dan andere biografen). Machiavelli had weinig op met huwelijkse trouw en hij was een ervaren hoerenloper.

Machiavelli leefde naar eigen zeggen in een ‘rampzalige tijd’. Oorlog en de dreiging van oorlog was de natuurlijke toestand voor Florence. Italië was verdeeld in een reeks kleine stadstaten en vorstendommen (de Kerkelijke Staat, Milaan, Venetië, Florence, Napels) die voortdurend strijd leverden, en die op hun beurt werden bedreigd door de grote mogendheden (Frankrijk, Spanje en het Heilige Roomse Rijk), die elkaar de dominantie over het schiereiland betwisten.

Machiavelli genoot weliswaar van zijn diplomatieke missies, maar ze frustreerden hem diep. Florence was militair te zwak om serieus te worden genomen door de grote mogendheden. Het werd vooral als een gemakkelijke bron van inkomsten gezien. Het Florentijnse bestuur was doorgaans verdeeld en besluiteloos. Het wachtte af; het kocht af. Het koos doorgaans voor de compromispolitiek die Machiavelli in Il principe zo hartstochtelijk zou kritiseren.

Mijnenveld

Hoewel Machiavelli zich veertien jaar lang met volle overgave inzette voor de diplomatieke en militaire zaak van Florence, was hij uiteindelijk niet bijzonder succesvol. Als diplomaat laveerde hij door het mijnenveld van de snel wisselende bondgenootschappen en als militaire autoriteit leverde hij een beslissende bijdrage aan de tijdelijke onderwerping van Pisa, de luis in de pels van alle Florentijnen, maar hij kon de teloorgang van de eens zo aanzienlijke en florerende stadstaat niet voorkomen. In 1532, vijf jaar na Machiavelli’s dood, hield Florence feitelijk op te bestaan als onafhankelijke, soevereine staat.

Machiavelli, schrijft Unger, was in een aantal opzichten een buitengewoon on-Machiavelliaaanse persoon: loyaal aan zijn broodheren (vooral aan de stad Florence), open en eerlijk op het botte af, cynisch, emotioneel maar ook buitengewoon onhandig en sociaal gebrekkig. Machiavelli was dikwijls z’n eigen grootste vijand.

Als Il Principe inderdaad was bedoeld om de nieuwe Medici-regenten ervan te overtuigen hem weer in dienst te nemen, dan was het zonder twijfel één van de ongelukkigste sollicitatiebrieven in de geschiedenis, concludeert Unger. Een uitgerangeerde diplomaat van het zojuist verjaagde ancien régime houdt de nieuwe machthebbers voor wat ze te doen staat – even briljant als potsierlijk.

De karikatuur van de gewetenloze en opportunistische cynicus is in wezen een verbastering van Machiavelli’s naïeve rechtlijnigheid, van zijn gebrek aan inlevingsvermogen en zijn heilige overtuiging van het eigen gelijk. Voor iemand die meende dat hij de wereld zag zoals ze was, en niet zoals ze zou moeten zijn, had Machiavelli opmerkelijk weinig inzicht in de eigen beperkingen. De meest ‘realistische’ van alle politieke denkers was in een aantal opzichten buitengewoon wereldvreemd.

Vorig jaar verscheen An Unlikely Prince. The Life and Times of Machiavelli (DaCapo Press,) door Niccolò Capponi, Florentijn en naar het schijnt verwant met de Machiavelli’s. Onlangs kwam de Cambridge Companion to Machiavelli (Cambridge University Press) onder red. van John M. Najemy uit, en eind 2011 verschijnt bij Continuum de ‘eerste wetenschappelijke biografie’ van Machiavelli in ruim dertig jaar, door de Amerikaanse letterkundige Paul Oppenheimer, Machiavelli: A Life beyond Ideology.