Geen nasi met saté en saus

De bezuinigingen zijn overal voelbaar. Wat zijn daar de concrete gevolgen van, voor bijvoorbeeld het zwembad en de kinderboerderij? Vandaag: de verslaafdenzorg in Leiden.

Tot 1 juli konden Leidse verslaafden en daklozen nog terecht bij De Brijder, de instelling voor verslavingszorg. Ze kregen computerles, gingen beeldhouwen of keramieken in het ‘crea-lokaal’ en bereidden een maaltijd onder begeleiding van een professionele kok. Een goede maaltijd, met verse groenten. Of nasi met saté en pindasaus. De Brijder in Leiden bood 85 mensen rust en regelmaat, met als doel hen te laten reïntegreren.

Het gaat meestal om mensen met meerdere problemen: alcoholverslaafd én een psychische aandoening, zwerver én een lichtverstandelijke handicap. Mensen die zonder begeleiding slecht functioneren.

De Brijder in Leiden ging op 1 juli dicht. Een bezuiniging van 3 ton per jaar, van 400.000 naar 100.000 euro, werd de instelling te veel. De daklozen en verslaafden zijn nu aangewezen op de ‘maatschappelijke opvang’ van stichting De Binnenvest. In plaats van het zelf bereide maal is er nu de magnetronmaaltijd. De tien computerplekken van de Brijder zijn er nu drie bij de Binnenvest. Voor computerles is er geen geld meer.

De Binnenvest, die zelf ook jaarlijks 20.000 euro moet bezuinigen, probeert „met minimale middelen activering te bieden”, zegt directeur Wim van ’t Veer. Er was al een veegploeg, een team van zes ‘cliënten’ die vanuit de dagopvang van De Binnenvest dagelijks Leiden in trok, gehuld in oranje hesjes en uitgerust met een prikstok of een vuilniszak. Er komen nu meer veegploegen, vertelt Van ’t Veer. Zelfs een ‘veegploeg plus’: zelfstandige tweetallen die met een busje van De Binnenvest naar bijvoorbeeld Voorschoten rijden om daar een winkelcentrum op te schonen.

En wie weet kunnen bedrijven de daklozen en (ex-)verslaafden van werk voorzien, nu ze de zorg van De Brijder ontberen. „Een bakker op de Leidse Haarlemmerstraat schakelt hen al langer in”, zegt Van ’t Veer. „Hij laat hen folders uitdelen of broodjes bezorgen.” Ondernemers lopen wel een risico: de stiptheid en werktrouw van verslaafde werknemers laat nogal eens te wensen over. „De extra werknemers zorgen meestal niet voor extra inkomsten.” Om nog te zwijgen over de administratieve rompslomp die het inhuren van de cliënten met zich meebrengt. De bakker of timmerman moet bijvoorbeeld de uren van zijn nieuwe werknemers gaan bijhouden, in het kader van de zogenoemde ‘systeemeisen van de zorg.’ Deze doelgroep inhuren is dus niet ideaal. Wel idealistisch.

Ingmar Vriesema