Er is niets mis met een waxinelichtje

Vele duizenden mensen lijden aan een depressie. Wat is de oorzaak en hoe kom je er van af? Rouw en melancholie liggen eraan ten grondslag, schrijft een Britse analytisch psychiater.

Nederland, Alphen aan den Rijn, 11-4-2011. Foto Maarten Hartman. Maandagochtend. Maandagochtend. Kaarsvet van gisterenavond op het muurtje van de trap bij de ingang van het winkelcentrum. Moordaanslag. Schietpartij in winkelcentrum De Ridderhof. Maarten Hartman

Darian Leader: Het nieuwe zwart. Rouw, melancholie en depressie. Vert. door René van de Weijer en Stanneke Wagenaar. De Bezige Bij, 255 blz. € 18,90

Een weinig onderkend nadeel van zowel de biologische psychiatrie als de cognitieve gedragstherapie is dat het terrein van geestesziekte en psychisch lijden in zo’n saai daglicht komt te staan. In deze benaderingen worden psychische stoornissen gereduceerd tot hetzij hormonale afwijkingen die met medicatie kunnen worden gereguleerd, hetzij tot simpel te redresseren gedragsmankementen. De focus van de behandelaars ligt op de symptomen, het geestelijk leven van de patiënt schiet er een beetje bij in, terwijl dat nu net het interessantste aspect vormt van de psychiatrie.

Freuds claim dat de psychoanalyse wetenschappelijk was had geen grond, maar onderhoudend en inzichtgevend was zijn methode zeker. Je zou die als een vorm van kunst kunnen aanmerken. Boeken van analytisch angehauchte psychiaters zijn daarom interessanter en geven doorgaans meer stof tot denken dan de wetenschappelijk verantwoorde geschriften van hersenonderzoekers of cognitieve gedragstherapeuten. Alles in de psychoanalyse is nu eenmaal gericht op het vinden van de betekenis van symptomen binnen het geestesleven van een individuele patiënt en dat kan even spannend zijn als de jacht op de moordenaar in een thriller.

De Engelsman Darian Leader is zo’n analytische psychiater en zijn boek Het nieuwe zwart (over rouw, melancholie en depressie) vormt een stevige onderdompeling in de wereld van het onbewuste, associaties, droomsymboliek, familierelaties en ander Freudiaans gereedschap. Er komen patiëntvoorbeelden uit zijn praktijk in voor, maar veeleer dan een serie gevalsbeschrijvingen wil Leader de patronen schetsen van rouw en melancholie die volgens hem ten grondslag liggen aan wat tegenwoordig depressie wordt genoemd. Beide gemoedstoestanden staan in verband met verlies, maar melancholie is een veel extremere versie van rouw, waarbij het individu zichzelf nietswaardig, incapabel en moreel verwerpelijk vindt. Dit is een definitiekwestie. Zelf associeer ik het woord melancholie eerder met Weltschmerz of ingetogen (in ieder geval geen levensbedreigende) somberheid, maar Leader volgt de traditionele betekenis: een gevoel van geestelijk afgestorven zijn.

Rouwarbeid

Zoals iedereen weet is rouwen hard werken. Niet voor niets gebruikte Freud de term ‘rouwarbeid’. Verlies van een geliefde (of van iets anders belangrijks) betekent dat elke herinnering moet worden herbeleefd en vervolgens herijkt. Dit kost helse inspanning en heel veel tijd. Omdat het gepaard gaat met heftige vaak tegenstrijdige gevoelens (liefde, haat, wanhoop, woede), is het zeker geen eenduidig proces dat volgens vaste stadia verloopt. Leader verzet zich tegen begrippen als ‘verwerking’ en ‘acceptatie’, omdat die het doen voorkomen alsof je ergens een streep onder kunt zetten en daarna weer vrolijk verder kunt leven, terwijl het hem meer gaat om integratie van verlies in je leven. Hij ziet het ego als een optelsom van de mensen en dingen waarvan je gehouden hebt en in dat opzicht komt er nooit een eind aan rouw.

Wel onderscheidt hij vier soorten van rouwarbeid waar de persoon die een verlies te betreuren heeft zich mee moet verstaan. In willekeurige volgorde: het aanbrengen van een kader oftewel het kunstmatig maken van de dode (binnen een fotolijstje, onder een grafzerk, in andere memorabilia); het maken van een scheiding tussen het beeld van de geliefde en de functie die hij/zij innam (bijvoorbeeld moeder) voor de rouwende; het afscheid nemen van het beeld dat de overledene van de rouwende had (bijvoorbeeld ‘ik ben niet langer een zoon’) en ten slotte het doden van de overledene.

Met dit laatste gaat het vaak mis, omdat er een begrijpelijk taboe ligt op haatgevoelens van de rouwende voor de overledene (in de psychoanalyse is elk liefdesobject vermengd met haatgevoelens: de moederborst vertegenwoordigt liefde voor de baby, maar ook haat want de borst is niet altijd beschikbaar.) Woede op de overledene, omdat die de rouwende heeft verlaten, wordt meestal ergens anders op geprojecteerd, bijvoorbeeld op andere naasten. Vandaar dat het zo moeilijk is om mee te leven met iemand die rouwt. Enerzijds wil een rouwende met rust gelaten worden, anderzijds wil hij geestelijke steun, maar het is voor de buitenwereld niet altijd duidelijk, wanneer aan wat behoefte is, en soms kan een goedbedoeld ‘Hoe gaat het ermee?’ tot een eruptie van woede leiden.

Hollywoodfilms

Met het doden van de overledene bedoelt Leader het symbolisch ten grave dragen: niet alleen kleren en bezittingen wegdoen, ook het afzien van schulden delgen waarvoor de rouwende bij de overledene in het krijt staat, het niet langer je verplicht loyaal voelen. Het thema van een overledene die voor de tweede keer gedood moet worden is terug te vinden in allerlei niet-westerse culturen met speciale rituelen voor lijken die nog weer eens opgegraven moeten worden en waar dingen mee moeten gebeuren, maar ook grappig genoeg in enge Hollywoodfilms, waarin de schurk na een ongenadige doodsklap altijd nog een keer opstaat voor de tweede, definitieve, afrekening. Het doden van de overledene is zo belangrijk volgens Leader dat als een rouwende daar ondanks ampel verloop van tijd niet in slaagt, hij het gevaar loopt om met de overledene mee te sterven en zo in een toestand van melancholie terecht te komen.

Volgens Freud is rouw een individuele opgave, maar Leader wijst op het belang van sociale en openbare rouwrituelen. Sociale rituelen bieden houvast en de erkenning van de wereld dat een verlies heeft plaatsgehad. Een publiek kader biedt mensen de mogelijkheid om stil te staan bij het verdriet om hun eigen verliezen. Hij heeft dan ook niks tegen de vaak als hysterisch-sentimenteel afgedane waxinelichtjes die hij beschouwt als een variatie op de professionele weeklagers die standaard werden ingehuurd bij begrafenissen. Het nieuwe zwart is een beetje springerig boek waarin veel overhoop wordt gehaald en waarin veel interessante parallellen worden getrokken tussen rouw en kunstuitingen. De psychoanalytische lading staat garant voor even intelligente als subtiele observaties.