Emmers vol leed, kitsch en effectbejag

Tatiana de Rosnay: Het huis waar jij van hield. Uit het Frans vert. Alice Teekman. Artemis & Co, 206 blz.18,95

De Franse schrijfster Tatiana de Rosnay – die van Haar naam was Sarah – heeft een nieuwe bestseller: Het huis waar jij van hield. Heel vertrouwd voor wie de vorige boeken kent: vol diep doorvoeld drama en vol kitsch.

Deze keer gaat De Rosnay naar het Parijs van halverwege de 19de eeuw. In een lange brief aan haar overleden echtgenoot schrijft een vrouw, Rose, hoe haar huis tegen de vlakte zal gaan om plaats te maken voor de Boulevard Saint-Germain.

Alle herinneringen die zich in het huis hebben afgespeeld, haalt ze naar boven, steeds ingeleid door ‘Weet je nog Armand…’, waarna herinneringen aan hun gelukkige huwelijk volgen, aan hun kinderen en hun beider jeugd. En één nieuwtje waar ze nooit voor heeft durven uitkomen: toen Armand ooit in het buitenland zat, is ze verkracht. Uit schaamte heeft ze het nooit verteld.

Verder zijn het ‘zoete’ herinneringen, die in schril contrast staan met de snijdende pijn van de kou die de vrouw tijdens het schrijven van de brief in haar vingers voelt.

Het geheel is in vorm en stijl potsierlijk; zeker wanneer de vrouw opmerkt dat ze blij is dat niemand ooit zal lezen wat ze heeft opgeschreven. ‘Niemand zal deze zinnen ooit lezen, dus ik kan je wel zeggen hoe goed je me wist te bevredigen, wat een vurige echtgenoot je was’.

Geen wonder trouwens dat Armand dat was. Hij was namelijk een alleskunner: ‘briljant', ‘loyaal, ‘schuchter’, ‘geruststellend en galant’. En Rose: ‘het licht in onze levens’, ‘onbaatzuchtig’, ‘puur’, ‘sierlijk’ en haren met een ‘gouden pracht’. Of zoals Armand haar bij leven nog noemde: ‘Rose, bekoorlijke Roos, ranke stengel zonder doornen, getooid met bloemknopjes van liefde en tederheid’.

Maakte De Rosnay grapjes door haar personages zo neer te zetten? Nee, ze meent het en denkt daadwerkelijk dat ze ons laat meeleven met een vrouw die haar huis niet kan verlaten wanneer Parijs op de schop gaat. Net als in Haar naam was Sarah maakt ze daarbij royaal gebruik van vals sentiment. Was het in haar bekendste roman het verhaal van het broertje dat voor de Duitsers in de kast wordt verstopt om daar te verhongeren, hier is het de zoon die aan cholera sterft – als straf voor de verkrachting, aldus Rose. Kan treurig zijn, maar hier is het smakeloos effectbejag.

Omdat het zo’n verschrikkelijk slecht boek is, krijgt u hierbij gratis en voor niets het slot: het huis gaat neer, de vrouw blijft erin. En dat ze echt dood is, wordt bevestigd door een krantenbericht dat De Rosnay ‘plaatst’, waarin wordt vermeld dat het lichaam van de vrouw is gevonden, evenals dat van haar dierbare vriendin.

In het nawoord schrijft De Rosnay dat wie Parijs bezoekt even moet stilstaan bij hoe het ooit geweest is. ‘En mocht u ooit een kokette dame tegenkomen van rond de zestig met zilverkleurig haar, arm in arm met een lange brunette, dan hebt u misschien Rose en Alexandrine (de twee dode vrouwen aan het slot van haar roman) samen naar huis zien gaan’. IJdele hoop, want wie kan zich nog interesseren voor dit tweetal, murw gebeukt als hij of zij is door zo veel kitsch en plat sentiment.