Een tunnel voor koeien die er niet meer zijn

Twee verslaggevers verblijven een aantal weken in het Groningse dorp Opende

74 procent van Nederland is platteland, 33 procent van de Nederlanders woont er. Daarom deze zomer de wereld van het dorp, een paar keer per week bericht uit Opende. Vandaag: de boer.

Zijn ouders hadden een gemengd bedrijf een paar kilometers verderop. Half akkerbouw: aardappelen, bieten en lupine. Half weiland voor melkvee. Zo ging dat in die tijd.

Als oudste zoon was hij de natuurlijke opvolger. Maar hij moest doorleren van zijn moeder. Op de mulo sloeg hij een klas over. Voor het examen is hij gestopt. Boer zou hij worden. Albert van der Scheer (67) laat een zwart-witfoto zien van de boerderij waar hij nog altijd woont.

Het was het bedrijf van zijn schoonvader. Eerst boerden ze samen. Daarna Albert alleen. Akkerbouw lieten ze schieten. Niet lonend. Langs de Provincialeweg zaten ze op een rijtje, allemaal melkveehouders, de een met 15, de ander met 25 koeien. Allemaal op zo’n smalle strook grond als het zijne: 70 meter breed, 3 kilometer lang.

Sinds de invoering van melkquota en superheffing in de jaren tachtig zijn ze een voor een gestopt. Ooit had hij 72 melkkoeien. Twee jaar geleden verkocht hij zijn laatste. Tussen opkomst en ondergang van de boerenstand verging hier nog geen eeuw.

Tien hectare land heeft hij aan Staatsbosbeheer verkocht. Landbouwgrond wordt natuur. Hij vindt het tegennatuurlijk. Nooit went hij aan de willekeur en het zigzagbeleid van de overheid. Een voorbeeld: de bonte hooiweide voor zijn huis. Daarvoor geldt sinds zes jaar een zogeheten beheersregeling. Hij maait pas in juli. De grond blijft vrij van kunst- en drijfmest ter wille van de botanische verscheidenheid.

Voor zijn medewerking krijgt hij een vergoeding van 7.700 euro per jaar. „Veel geld. Maar je bent een dief van je eigen portemonnee als je het niet aanneemt.” Kreeg hij te horen dat zijn weiland niet meer in de Ecologische Hoofdstructuur van de provincie past. Geen geld meer. De ecologische winst van zes jaar beheer naar de mallemoer.

Ander voorbeeld. „Ze hebben de regeling voor onderhoud van houtwallen weer veranderd. Hoe kunnen ze het bedenken?” Eerst kreeg hij 50 eurocent per strekkende meter om de singels vrij te houden van bramen en takken en om de afrastering in goede staat te houden. Nu willen ze hem afschepen met 30 cent omdat hij een gemengde houtwal heeft met esdoorns, vlieren en zelfs een rij eiken, niet alleen elzen. „Ze bekijken het maar.” Hij doet niet meer mee.

Zijn laatste overwinning op de overheid dateert alweer van twintig jaar geleden. Aan weerszijden van de Provincialeweg moesten fietspaden komen. Hoe kon zijn vee dan veilig van het weiland aan de ene kant naar de loopstal aan de andere kant komen? Hij eiste een tunnel. Een tunnel, alleen voor zijn koeien.

Die tunnel ligt er, de uitgangen door struiken aan het zicht onttrokken. Alberts grootste triomf.

Dick Wittenberg