Een kwartaal lang geld drukken voor Obama

Waar is de geldpers? Nog maar een maand of twee geleden gingen de meeste waarnemers er van uit dat het speciale programma van monetaire stimulering in de Verenigde Staten per juli voorgoed voorbij zou zijn. Een half jaar lang kocht de centrale bank obligaties op de financiële markten om zo de koersen te stutten, de effectieve rente laag te houden en geld in de economie te pompen.

Dat beleid van quantitative easing volgde op een eerdere actie middenin de kredietcrisis waarbij eveneens grootschalig schuldpapier werd ingekocht om zo de balansen van voornamelijk Amerikaanse banken te helpen saneren.

Inmiddels heeft de centrale bank, de ‘Fed’ alleen al in de tweede recente opkoopronde voor 600 miljard dollar aan leningen ingekocht. Naar schatting zijn dit voor 70 procent Amerikaanse staatsleningen. Ervan uitgaande dat de Amerikaanse staat 4,5 miljard dollar per dag leent om zijn begrotingstekort te kunnen financieren, heeft de centrale bank dus 93 dagen lang het complete begrotingstekort gefinancierd.

Nog een keer: niet minder dan een kwartaal lang is het Amerikaanse begrotingstekort gefinancierd met de geldpers.

Nu dacht vrijwel iedereen dat de opkoopronde, die tot 1 juli jongstleden liep, de laatste zou zijn. Maar de Amerikaanse centrale bankier Ben Bernanke zette woensdag in een optreden in het Amerikaanse Congres de deur toch weer op een kier. De groei van de werkgelegenheid is inmiddels tot stilstand gekomen en de werkloosheid liep in juni weer op tot 9,2 procent. Dat is hoog.

En het is helemaal hoog in de VS, waar slechts een minimaal vangnet is voor werklozen. De hele samenleving is gebaseerd op de aanname dat nieuw werk zo weer voor handen is. Structureel hoge werkloosheid brengt te veel mensen in een neerwaartse spiraal: baan kwijt, ziekteverzekering kwijt (als je die al had), auto kwijt, voedselbonnen.

Amerika kan zich geen diepe recessie veroorloven, noch een langdurige periode van ondermaatse groei met onvoldoende werkgelegenheid – de stimulering daarvan maakt ook deel uit van het takenpakket van de centrale bank. Dat verklaart mede de kunstgrepen die de vorige Fed-baas Alan Greenspan keer op keer heeft toegepast.

Na elke recessie of calamiteit volgde een steeds lagere rente om de consumptie in godsnaam op peil te houden en de prijzen van bezittingen te ondersteunen. Of dat nu aandelen zijn, of obligaties of huizen. De kredietcrisis is zo bezien het indirecte gevolg van de inrichting van de Amerikaanse maatschappij, in een tijdperk waarin de economische hegemonie niet meer vanzelfsprekend is.

Nu stevenen het Witte Huis en het Congres af op een patstelling over de verhoging van het Amerikaanse staatsschuldplafond van 14.300 miljard dollar. De deadline is 2 augustus, maar de koersen Amerikaanse staatsleningen reageren nauwelijks. Zelfs niet toen kredietagent Moody’s woensdag blafte dat hij Amerika’s AAA-rating zou verlagen als er geen deal komt. Ironisch is in dit verband overigens dat het schuldplafond in 1917 is ingevoerd om de regering juist méér vrijheid te geven. Tot dan toe moest het Congres élke staatslening apart goedkeuren.

Inmiddels lijkt een politieke kunstgreep in de maak, waarbij president Obama via een presidentieel veto stilzwijgend toestemming krijgt om de Amerikaanse staat na 2 augustus toch geld te laten lenen. Maar zou de ‘Fed’ er niet ook een rol bij gaan spelen? Je weet maar nooit. Nu topman Bernanke de mogelijkheid open houdt voor een nieuwe ronde van quantitative easing lonkt daarmee in wezen ook een nieuwe ronde van monetaire financiering van de staatsschuld. De kans daarop lijkt nu nog klein, maar dit zijn uitzonderlijke tijden. Europa is niet de enige economie waar de centrale bank de laatste tijd alle politieke rommel op moet ruimen.

Maarten Schinkel