Zonder beelden heeft een grote hulpactie geen zin

De hongersnood in de Hoorn van Afrika is al lang aan de gang, pas maandag stelden de Nederlandse hulporganisaties giro 555 open. „Een ramp moet in het nieuws zijn.”

Hongersnood in Afrika. Sinds deze week voeren de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) een hulpactie voor de Hoorn van Afrika, waar zo’n 10 miljoen mensen met de hongerdood worden bedreigd. Volgens VN-organisaties Unicef zijn 1,6 miljoen kinderen ondervoed, van wie 480.000 ‘zeer ernstig’.

De ramp tekende zich al veel langer af, maar pas afgelopen maandagmiddag besloten de SHO om over te gaan tot een grootschalige actie en via giro 555 geld in te zamelen.

Waarom is er gewacht, als al langer duidelijk was dat door onder meer de aanhoudende droogte een humanitaire ramp zou ontstaan? „Die beslissing wordt democratisch genomen”, zegt Jan van Doggenaar, vicevoorzitter van de SHO, waarbij tien Nederlandse hulporganisaties zijn aangesloten. „Dat kost vaak even tijd.”

Volgens Doggenaar kwam van diverse hulporganisaties de afgelopen weken al het verzoek meer geld voor de Hoorn van Afrika binnen te halen. „Dat was aanleiding om de koppen bij elkaar te steken. Afgelopen maandag hebben we de knoop doorgehakt.”

Toch is opvallend dat de Nederlandse media en hulporganisaties, in vergelijking met bijvoorbeeld Groot-Brittannië, trager op gang zijn gekomen. Op 28 juni maakten de Verenigde Naties bekend dat zij grote delen van Somalië, Ethiopië, Djibouti en Kenia officieel beschouwden als crisisgebied. Dat bericht werd de dag erna overgenomen door The independent.

BBC News zond op diezelfde dag al een filmpje uit met de eerste alarmerende beelden. Beelden van uitgehongerde kinderen in een BBC-reportage van 4 juli bleken volgens Doggenaar van grote invloed.

Daarnaast begon de Britse Disasters Emergency Committee, bestaande uit 14 hulporganisaties, op 8 juli met een inzamelingsactie. Inmiddels is in Groot-Brittannië 11 miljoen euro opgehaald.

Maar in Nederland verschenen pas afgelopen week in diverse media de eerste uitgebreide berichten over de crisis in de Hoorn.

Dat de hongersnood pas sinds kort op de agenda staat, komt doordat die zich stap voor stap voltrekt, zegt Jos de Voogd, werkzaam bij Cordaid Mensen in Nood en woordvoerder bij de SHO. „Dit is een sluimerende ramp. Bij droogte en hongersnood is sprake van een glijdende schaal. In de Hoorn van Afrika is er eigenlijk pas aandacht voor gekomen vanaf het moment dat de vluchtelingenstromen uit Somalië op gang kwamen.”Om tot grootschalige actie over te gaan is het voor de SHO van belang dat er beelden zijn van slachtoffers en van het rampgebied zelf. „Een ramp moet in het nieuws zijn, mensen moeten weten wat er aan de hand is, anders heeft een actie geen zin.”

In het geval van de aardbeving in Haïti was de keuze om Giro 555 open te stellen snel gemaakt. „We hadden daar al veel hulporganisaties ter plekke. Bovendien was Haïti meteen voorpaginanieuws. Dan is de keuze om tot actie over te gaan binnen een uur gemaakt.”

Volgens De Voogd komen de SHO gezamenlijk in actie als een groot deel van de deelnemers hulp kan verlenen. „Belangrijk is dat een aantal hulporganisaties, die deel uitmaken van de SHO, al in het gebied aan het werk zijn. Verder moeten we ook daadwerkelijk hulp kunnen verlenen en moet die hulp ons ook worden gevraagd.”

In de Hoorn van Afrika waren al langer meerdere hulporganisaties, waaronder Cordaid Mensen in Nood, bezig de dreigende hongersnood te beperken. „Al in oktober hebben wij met lokale partnerorganisaties in Kenia en Ethiopië gesproken”, zegt De Voogd. „Er zijn toen ook al allerlei maatregelen genomen: er is gekeken naar installaties om water op te vangen, we hebben op verschillende plekken waterputten geslagen en we hebben de nomaden geholpen hun veestapels te verkleinen door verkoop en slacht.” Het heeft de ramp niet kunnen voorkomen.