Zomertuin in zwarte schil

Het is een jonge traditie: toparchitecten bouwen ’s zomers in Kensington Gardens in Londen een tijdelijk paviljoen. Dit jaar is de beurt aan de Zwitserse architect Peter Zumthor. Van hem geen spektakelarchitectuur. Hij ontwierp een besloten tuin: „Ik wil tuin en architectuur voortaan laten samenvallen.”

David Hockney heeft Peter Zumthor op een ijsje getrakteerd. Op het gras voor het Londense Serpentine Pavilion staan ze gezellig te keuvelen en aan hun ijsje te likken – twee titanen van hun tijd, de een van de schilderkunst, de ander van de architectuur.

Hockney is net als vele anderen naar de Kensington Gardens gekomen om het paviljoen van de Zwitserse architect Zumthor (1943) te zien. Sinds 2000 verrijst elk jaar naast de gelijknamige galerie voor hedendaagse kunst in Kensington Gardens (naast Hyde Park) een tijdelijk gebouw van een beroemd architect. Middenin het weidse groen van het park heeft Zumthor een hortus conclusus gemaakt, een besloten tuin. Voor het ontwerp van de tuin zelf heeft hij de bekende Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf uitgenodigd. Binnen zitten mensen op banken langs de wanden te lezen en te praten, ze drinken koffie of eten een broodje – of ijsje – dat ze van de kar buiten hebben gehaald. In al zijn beslotenheid is deze tuin een bij uitstek openbare plek, of beter gezegd, een sociale plek. „Dit is architectuur met een landschap van binnen”, zegt Zumthor. „Ik wil dat mijn werk emoties en herinneringen oproept. Een gebouw is een fysiek object van materiaal als hout of steen, maar het is net zo goed een ervaring die uit sfeer en gevoel bestaat.”

Er is een duidelijke gelijkenis tussen het paviljoen en zijn eigen woonhuis in de Alpen uit 2003, een minimalistisch gebouw van glas en beton dat zich om de tuin heen vouwt. „Dat was de eerste uitbundige, volle tuin die ik in een gebouw heb opgenomen. Alsof de tuin een vitrine is.”

Zumthors paviljoen is een zwart gebouw, even simpel als precies, van hout dat met jute is bespannen en bewerkt met een mengsel van industriële verf en zand. Als je door een van de drie strak uitgesneden openingen naar binnen gaat, kom je eerst in een smalle gang die als een beschermende schil over de hele breedte loopt. Hier zijn de openingen op weer andere plekken, zodat je nooit in één blik dwars door het gebouw kunt kijken – de tuin krijg je niet zomaar, je legt een weg af om er te komen. Zo is zijn werk: sereen, subtiel, sterk. Contemplatief.

Bekende architecten als Frank Gehry, Rem Koolhaas, Zaha Hadid, Jean Nouvel, MVRDV en Oscar Niemeyer gingen Zumthor voor. Dit is de elfde keer dat de Serpentine een architect de gelegenheid biedt voor het eerst in Engeland te bouwen – al is het voor drie maanden. De kosten worden door sponsors gedragen en worden deels gedekt door de paviljoens te verkopen; dat van Zumthor was al aan een particulier verkocht voordat het gebouwd was.

Velen van de architecten die de eervolle opdracht van de Serpentine kregen zijn winnaars van de Pritzker Prize. Zumthor won deze Nobelprijs voor architectuur ook, in 2009, net als de Mies van der Rohe Prize, de Carlsberg Prize, en het Japanse Praemium Imperiale. Maar hij is anders. De toekenning van de Pritzker aan Zumthor werd gezien als een trendbreuk met de ‘starchitecture’. Hoewel hij van de Arctische cirkel tot Qatar heeft gebouwd, behoort Zumthor niet tot het international flying circus van ster-architecten. Met de Serpentine wordt nogmaals bevestigd dat de architectuur een andere richting inslaat – minder spektakel, meer bezinning en ambachtelijkheid.

Zumthor heeft sinds ruim dertig jaar een klein bureau van 28 jonge medewerkers in een afgelegen dorp in de Alpen van 970 zielen en heeft pas ruim twintig gebouwen gerealiseerd. Zumthor zit altijd heel dicht op zijn opdrachten, van het grote plan tot het kleinste detail – ‘hands on’, noemt hij dat zelf. „Dat betekent dat ik alles van het gebouw weet, elk detail. De grote luxe van mijn manier van werken is dat ik zelf de tekeningen maak, met potlood en waterverf, met alle maten erin. Ik heb tien jaar op de meubelwerkplaats bij mijn vader gewerkt, mijn eerste opleiding was dus tot timmerman. Bij het meubelmaken zit alles in één tekening, alle doorsnedes en niveaus, en in de architectuur werk ik nog steeds zo. Ik verlies nooit het contact met het gebouw. Collega’s en journalisten hebben gezegd dat mijn manier van werken gedateerd is. Maar het is mij opgevallen dat hoe sneller dingen verdwijnen, hoe sneller ze terugkomen. Ik zie dat mensen weer naar schoonheid verlangen, naar dingen waar liefde en aandacht aan zijn besteed, of dat nu auto’s of meubels of gebouwen zijn. Ambachtelijkheid is mijn passie, en mijn business.”

Met zijn met glas beklede Kunsthaus in het Oostenrijkse Bregenz (1997) trok Zumthor de aandacht, maar zijn doorbraak kwam in 1999 – hij had toen al twintig jaar een bureau – met zijn heetwaterbaden in de afgelegen Zwitserse plaats Vals. Sindsdien heeft hij onder andere het Zwitsers paviljoen voor de Expo van Hannover (2000) ontworpen en het archeologisch museum Kolumba in Keulen (2007). In datzelfde jaar bouwde hij op het Duitse platteland de Bruder Klaus-kapel, een soort wigwam van boomstammen waar hij beton over heen goot en daarna de boomstammen wegbrandde.

Nu gaat het hard: het Los Angeles County Museum of Art heeft hem om een nieuw gebouw gevraagd, hij werkt aan een hotel op een afgelegen plek in Chili en aan een woonhuis, ‘Het Huis van de Zeven Tuinen’ voor een sjeik in Qatar. Twee weken geleden opende op een ook weer afgelegen plek in het hoge noorden van Noorwegen een monument dat hij ontwierp, met een installatie van kunstenares Louise Bourgeois, ter herdenking van de heksenverbrandingen die er hebben plaatsgevonden. En komend voorjaar begint het werk aan zijn eerste project in Nederland, de herbestemming van de Meelfabriek in Leiden (zie kader). Overigens lukt niet alles: in Berlijn won hij in 1993 een prijsvraag voor een museum in Berlijn op de plek waar in de oorlog de Gestapo huisde. Maar de belangstelling verflauwde en de geldbron droogde op. Er was een begin gemaakt met de bouw, maar in 2004 is alles weer gesloopt.

Zumthor neemt alleen een opdracht aan als hij zeker weet dat de opdrachtgever toegewijd is en niet alleen uit is op een ‘grote naam’. Die Qatarse sjeik moest diverse malen terugkomen voordat Zumthor erin geloofde, en de filmster Tobey Maguire moest eerst een soort bedevaart maken langs al zijn Europese gebouwen voordat hij verder wil praten over een woonhuis voor hem.

Na zijn woonhuis en de hortus conclusus in Londen raakt Zumthor steeds meer geïntrigeerd door het samengaan van architectuur en parken en tuinen. „Het is zo’n rijke typologie, de ommuurde tuin, die in veel verschillende culturen en geloven en tijdperken terugkomt. Ik ga hier nog veel meer mee doen en ik verwacht dat Piet Oudolf en ik ook weer zullen samenwerken. Ook de Meelfabriek krijgt parken aan weerskanten en ik ben ook bezig met een nieuw woningtype ervoor, het ‘greenhouse apartment’, waarin architectuur en tuin samenvallen.”

Serpentine Pavilion, Hyde Park, t/m 16 okt. Zumthor geeft op 9 september een lezing in het paviljoen. Inl. serpentinegallery.org.