Vliegen zouden ze, de adelaars van de Lage Landen

De Nederlanders in de Tour staan er niet florissant voor. Maar Robert Gesink kan hem nog steeds winnen. In de Pyreneeën en de Alpen moet hij zijn slag slaan.

„Gesink distancé”, meldt Radio Tour meedogenloos om tien over één. Gelost op de eerste heuvel, de Rabobankploeg vreest zelfs voor opgave van de kopman. „Abandon Wout Poels”, kraakt de autoradio even later. Opgave van de debuterende klimmer van Vacansoleil wegens maagklachten. Een paar uur later hangt Johnny Hoogerland in het prikkeldraad langs de D56. Weg kans op de bolletjestrui van het bergklassement? „Mijn eerste slechte dag in de Tour”, zegt intussen de Groninger berggeit Bauke Mollema aan de finish, nadat hij op een heuveltje van vierde categorie op achterstand als 55ste boven is gekomen.

Vliegen zouden ze in de 98ste Ronde van Frankrijk, de adelaars van de Lage Landen. En hoog ook. Robert Gesink (25) schitterde in juni in de bergritten tijdens de Franse voorbereidingswedstrijd Dauphiné Libéré, terwijl dat voor hem slechts een trainingswedstrijdje was. Poels (23) reed aan het begin van het seizoen al met de besten mee omhoog in klimwedstrijden in Spanje en Italië. Twee weken voor de Tour kleurde de Ronde van Zwitserland oranje, toen de klimmers uit de Raboploeg iedereen uit het wiel reden in de Alpen. Naast Mollema (24) en routinier Laurens ten Dam viel vooral Steven Kruijswijk (24) op. Negende in de Ronde van Italië en nu derde in Zwitserland. Hoefde dit jaar nog niet naar de Tour. Volgend jaar zou vroeg genoeg zijn om daar het hele spel aan gort te fietsen. Klimmers genoeg deze Tour.

Tijdens de negende etappe naar Saint-Flour, afgelopen zondag, leken de mooie dromen al over. Gesink, in de eerste week gevallen en geblesseerd aan zijn rug, richtte zich later die dag met hulp van ploeggenoten onnavolgbaar op en rijdt sinds de rustdag van maandag weer met een glimlach door het peloton.

Maar al te florissant staan de Nederlandse klimmers er niet voor, als het peloton de Pyreneeën in trekt. Vandaag is de eerste van drie ritten door het hooggebergte met aankomst in het op 1.715 hoogte gelegen Luz Ardiden. Poels geeft thuis een interview aan 3FM, Mollema voelde zich in de aanloop naar de bergen grieperig en verloor al vele minuten. En Hoogerland zal zijn heroïsch heroverde bolletjestrui niet zomaar naar Parijs brengen, met 33 hechtingen in de benen.

Tussen hoop en vrees kijkt de Nederlandse wielerfan uit naar het tweede deel van de Tour. Net nu de hunkering naar succes in de bergen zo groot is. Michael Boogerd wordt nog altijd regelmatig aangesproken door mensen die hun auto langs de kant van de weg zetten op 24 juli 2002, om op de radio te kunnen horen hoe ‘Boogie’ na een lange solo vóór Carlos Sastre en Lance Armstrong wint op La Plagne. De laatste Nederlandse zege in het hooggebergte, negen jaar geleden. En daarvoor was het ook al meer dan tien jaar kommer en kwel.

Zie hoe de kijkcijfers van ritverslag, Avondetappe en Tour du Jour bijna verdubbelen na het ongeluk van ‘onze Johnny’ op weg naar Saint-Flour. Op de sociale media is die idioot van een chauffeur die hem aanreed allang dood en begraven. Zelden trok de Tour in de afgelopen jaren, vol dopingschandalen en geruzie, zoveel aandacht als nu. Het ideale moment voor een topprestatie op het meest tot de verbeelding sprekende terrein van de wielersport: de Tourcols.

„Hennie Kuiper”, schreeuwde commentator Theo Koomen in 1977 door de microfoon van Radio Tour de France, toen nog populairder dan nu. Zomaar ineens reed de Nederlandse kopman van de Raleighploeg van Peter Post alleen aan de leiding in de rit naar Alpe d’Huez. Waar was geletruidrager Lucien van Impe, die vlak daarvoor nog op kop reed? Aangereden door een auto van de Franse tv, bleek later. Voor de Belg geen heldenrol zoals Johnny nu. De beelden van het ongeluk mochten niet worden uitgezonden. Dus keek iedereen hoe Kuiper de rit won, te vroeg juichte en met acht seconden verschil het geel aan de Franse favoriet Bernard Thévenet moest laten.

In de Haagse Obrechtstraat zat ook de vijfjarige Michael Boogerd met zijn vader en oudere broer voor de tv. „Mijn eerste wielerherinnering”, vertelde hij later. Om na de uitzending snel te gaan fietsen in de duinen tussen Scheveningen en Wassenaar, waar hij zichzelf net als zijn Tourhelden met water besprenkelde op de Prinsenberg. Anderen gingen op de fiets naar een van de talloze na-Tour criteriums met een spandoek voor Joop Zoetemelk, Tourwinnaar van 1980. Wielerbacil voor het leven.

Op Zoetemelk en Kuiper volgen Peter Winnen, Johan van der Velde en Henk Lubberding. Erik Breukink, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse winnen in het hooggebergte. Maar nadat Eddy Bouwmans in 1994 de witte trui kreeg voor de beste jongere in de Tour, wordt het stil. Slechts af en toe is er een sprankje hoop: Boogerd, Pieter Weening in 2005, Thomas Dekker in 2007.

Dan is daar het grote klimtalent Robert Gesink. Direct uitblinker bij de profs, in de Ardennen en hoger. Bergop aanvallen in de Ronde van Spanje, koninginnerit winnen in de Ronde van Zwitserland, schitteren in de Tour 2010 op de flanken van Madeleine en Tourmalet. Helaas buiten beeld van de camera’s, die vooral oog hebben voor de strijd tussen nummers één en twee Alberto Contador en Andy Schleck net vóór hem, of de worsteling van verliezers achter hem. Maar wel gewoon zesde in Parijs.

„Hij valt te vaak”, zeggen critici, wijzend op Tour en Vuelta in 2009, Tour van 2010 en 2011. Twijfelen aan zijn mentale weerbaarheid: het gebeurt echt, maar slaat nergens op. Er is in Nederland momenteel geen sportman mentaal zo sterk als Gesink. Geen uitstraling? „Dat kreeg Zoetemelk ook pas toen hij de Tour won”, countert ploegleider Adri van Houwelingen.

Het moet nu maar gaan gebeuren voor Gesink, die eigenlijk mikt op een echte piek volgende week in de Alpen. Misschien dat Mollema kan herstellen, Laurens ten Dam verrast of wie weet het Limburgse klimmertje Rob Ruijgh, bezig aan een ijzersterk Tourdebuut. En anders genieten de Nederlandse wielerfans maar wat meer van het recente succes van Marianne Vos in de bergen van de Ronde van Italië.

Alhoewel... Dinsdagmiddag zag je achter de coulissen van de etappe een opgetogen Gesink met zijn vriendin en een bos bloemen. Hij kwam net terug van de finish waar hij was gehuldigd met de witte trui. Zijn ogen straalden.

Het kan nog steeds natuurlijk. Deze Tour. Alles is nog mogelijk.